Archiefdocument
Origineel
October 1940 October 1940. Insche Centraal tuinbouwbedrijf
Cijfers Dinkgreve (schema's exploitatie
diverse bedrijven) October 1940 geven
als huur (inclusief woning) van een
tuin aan (groot 1 HA) een bedrag van f 700.-
Deze bedrijven hebben gecalculeerde
overschotten welke loopen van f 350.90
tot f 836.58 per jaar.
Dit zijn zuivere overschotten. In de
kosten van het bedrijf zijn nl. reeds
opgesteld f 1560.- per jaar (f 30.- per week) als
huishoudgeld binnen gezin opgenomen.
Tevens figureeren onder de kosten
de verzekeringspremies voor brandver-
zekering, ziekteverzekering patroon
die ook als 'privé' zijn te beschouwen.
Volgens cijfers Inspecteur Tuinbouw
en Tuinbouwonderwijs (schrijven 15 Oct. 40
aan Consulent) loopen de huurprijzen
van tuinbouwgrond omgeving
Amsterdam, van f 350.- tot f 750.- per
jaar, blijkbaar geldende voor
gronden resp. zonder en met woning.
De cijfers Dinkgreve geven als huurprijzen
van den grond alleen in 3 gevallen resp.
f 1050.- voor 3 H.A., f 375.- voor 1 1/2 H.A. en
f 400.- voor 1 HA; dus per HA resp.
f 350.-, f 250.- en f 400.-
Een gemiddelde grondhuur van
f 350.- kan geacht worden in overeenstemming
te zijn met de huidige verhoudingen;
en eventueele huur van f 400.- of iets
hooger kan voor goed geoutilleerde gronden Het document is een zakelijke notitie of een uittreksel van een rapportage over de rendabiliteit van de tuinbouwsector in de regio Amsterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de analyse is het vaststellen van een reële pacht- of huurprijs per hectare.
De auteur vergelijkt de cijfers van "Dinkgreve" met de officiële richtlijnen van de Inspecteur Tuinbouw. Hierbij vallen enkele zaken op:
1. Gecalculeerd Overschot: Er wordt benadrukt dat het genoemde jaarlijkse overschot (tussen de 350 en 836 gulden) een netto resultaat is. De kosten voor levensonderhoud van de tuinder (f 30,- per week aan huishoudgeld) en persoonlijke verzekeringen zijn namelijk al als bedrijfskosten afgetrokken. Dit duidt op een gezonde bedrijfsvoering waarbij het gezin kan rondkomen én er winst overblijft.
2. Grondwaarde: De huurprijs voor een tuin van 1 hectare inclusief woning wordt gesteld op f 700,-. Voor de grond alleen wordt geconcludeerd dat f 350,- per hectare een marktconform gemiddelde is, waarbij f 400,- acceptabel is voor hoogwaardige ("goed geoutilleerde") gronden.
3. Terminologie: Termen als "huishoudgeld binnen gezin" en "ziekteverzekering patroon" geven inzicht in de toenmalige sociaaleconomische structuur van familiebedrijven in de tuinbouw. In October 1940 bevond Nederland zich in de eerste maanden van de bezetting. De voedselvoorziening en daarmee de tuinbouw werden door de bezetter en de Nederlandse overheid (het Departement van Landbouw en Visscherij) streng gereguleerd. Het vaststellen van eerlijke pacht- en huurprijzen was cruciaal om de productie stabiel te houden en woekerprijzen te voorkomen.
De genoemde bedragen geven een goed beeld van de waarde van het geld in die tijd: een inkomen van f 1560,- per jaar (het genoemde huishoudgeld) was in 1940 een degelijk middenstandsinkomen. De vergelijking tussen "zonder en met woning" laat zien dat de aanwezigheid van een bedrijfswoning de huurwaarde van het land bijna verdubbelde (van ca. f 350,- naar f 700,-). De vernoemde Inspecteur Tuinbouw was een overheidsfunctionaris die toezag op zowel de kwaliteit van het onderwijs als de economische status van de sector.