Handgeschreven nota of rapportage (mogelijk een kladversie of een bijlage bij een financieel plan).
Origineel
Handgeschreven nota of rapportage (mogelijk een kladversie of een bijlage bij een financieel plan). Niet expliciet vermeld, maar op basis van het handschrift en de valuta (Nederlandse gulden, aangeduid met 'f') waarschijnlijk midden 20e eeuw (ca. 1930-1950). een bedrag aan rente groot ƒ 400.-
en een aflossing groot ƒ 105.50.- (In
den loop der jaren neemt de rente
steeds af tot resp. rond ƒ 20.- voor het
40e jaar, terwijl de aflossing ~~stijgt~~
~~tot~~ successievelijk stijgt en wel
tot ƒ 385.- in het laatste jaar)
De rente moet beschouwd worden
als bedrijfskosten, de aflossing betekent
kapitaalvorming door sparing en
vervult ~~in hoeverre~~ dus de rol welke
aan het "overschot" is toegedacht
nl. zorg voor de oude dag. (~~In het~~
overschot moet tevens dienen voor
eenige fondsvorming met het oog op
bedrijfsrisico; in hoeverre is dit dus
niet geheel als privé te beschouwen. ~~Voor~~
~~de bereken de berekening~~, doch zulks
doet echter niet af de resultaten der hier
gegeven beschouwingen doch zulks doet
niets af evenmin als de omstandigheid
dat in de "huishuur" feitelijk ook
een bedrag zit, dat betrekking heeft
op de bedrijfsschuur welke evenmin
als privé is te beschouwen).
~~de laatst vermelde specu be~~
De hiervoor gegeven specificatie
zal aan de hand van de thans
verkregen cijfers, dus toegepast op
het nieuw te stichten tuinbouw complex
het volgende beeld krijgen, waarbij
opgemerkt moet worden dat het
totaal der specificatie met ƒ 50.-
vermindert tot resp ƒ 2290.- of ƒ 2790.-
omdat de bedrijfskosten met ƒ 50.- stijgen
(nl. ƒ 400.- rente in plaats van ƒ 350.- grondhuur). * Inhoud: De tekst geeft een boekhoudkundige onderbouwing van de financiering van een tuinbouwbedrijf over een periode van 40 jaar. De auteur maakt een scherp onderscheid tussen rente (gezien als noodzakelijke bedrijfskosten) en aflossing (gezien als private vermogensopbouw of pensioenvoorziening).
* Financiële structuur: Er wordt beschreven hoe de rentelasten dalen naarmate de lening wordt afgelost, terwijl het aflossingsdeel jaarlijks toeneemt. Dit wijst op een annuïteiten- of lineaire lening.
* Bedrijfseconomische visie: De auteur merkt op dat bepaalde kosten die 'privé' lijken (zoals een deel van de huur) feitelijk bij het bedrijf horen (vanwege de bedrijfsschuur). Andersom wordt de aflossing gezien als een vorm van "zorg voor de oude dag", wat in die tijd de gebruikelijke manier was voor ondernemers om voor hun pensioen te sparen.
* Correctie: Aan het eind van de pagina wordt een correctie doorgevoerd waarbij de totale kosten worden aangepast omdat de 'grondhuur' van 350 gulden wordt vervangen door een 'rente' van 400 gulden. Dit document lijkt deel uit te maken van een financieringsaanvraag of een bedrijfseconomisch advies voor de vestiging van een nieuw tuinbouwbedrijf (het "nieuw te stichten tuinbouw complex"). De nadruk op "zorg voor de oude dag" plaatst het document in een tijd vóór de algemene invoering van staatspensioenen (AOW), waarbij de waarde in de eigen onderneming de belangrijkste oudedagsvoorziening was. Het gebruik van guldens en de specifieke terminologie over grondhuur en bedrijfsschuren suggereert een Nederlandse rurale of polder-context.