Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 248
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Notulen/verslag van een vergadering (bladzijde 3).

Origineel

Notulen/verslag van een vergadering (bladzijde 3). - 3 -

De voorzitter meent, dat dan een crediet van $f$ 10.000 noodig is. Om een dergelijk crediet aan te vragen is echter een vereeniging noodig. Verder moet de bank, die dit crediet verstrekt een borg hebben. Deze is in dit geval de vereeniging. Spreker vraagt hoe het Rijk denkt over de rente van het te nemen crediet.

De heer v.d.Helm zegt, dat er eerst een vereeniging moet zijn alvorens daarover gesproken kan worden. De Heer Inspecteur van den Tuinbouw en het Tuinbouwonderwijs stelt net zooveel beschikbaar voor de exploitatie als de leden en andere instellingen en lichamen inbrengen. Wanneer de gemeente of de provincie het gebouw beschikbaar stelt, dan huurt het Rijk een deel van dit gebouw voor de werkzaamheden van den voorlichtingsdienst. Er moet echter eerst een vereeniging zijn, die onderhandelingen kan voeren.

De voorzitter zegt, dat we veel gedaan moeten zien te krijgen. Wanneer we een vereeniging stichten, moet het bestuur voor 100 % op de hoogte zijn van alles wat er besproken is en van alle besluiten, die genomen zijn. Nu hebben $f$ 10.000 crediet noodig. Hoeveel zal dit later zijn? Het arbeidsveld is groot en we moeten er uit zien te halen wat er uit te halen is in het belang van de tuinders. Spreker vraagt dan aan den heer v.d.Helm hoe hij denkt met de verschillende veilingbesturen te onderhandelen.

De heer v.d.Helm zegt, dat dit allereerst de bestuursleden dienen te doen. Inmiddels heeft de heele veiling te Vinkeveen toegezegd te zullen toetreden met $f$ 2.-- per lid.

De voorzitter deelt mede, dat dit nog in Amsterdam besproken moet worden, evenals elders.

De heer v.d.Helm meent, dat hier toch niet zooveel meer over gesproken behoeft te worden, omdat de verschillende veilingbesturen reeds veel hiervan afweten.

De heer Gortzak vraagt welke taak de proeftuin op zich zal nemen. Hij wijst er verder op, dat de financieele opzet goed moet zijn. Op dit punt zijn meerdere andere proeftuinen gestruikeld. Daarna kan met de veilingleden gesproken worden. Het schema en het plan moeten vaststaan.

De heer Kleijn meent, dat een jaarlijksche contributie van $f$ 2.-- per lid in Ter Aar niet op bezwaren zal stuiten. Anders wordt dit natuurlijk, wanneer van de veiling borgstelling wordt gevraagd.

De heer v.d.Helm zegt, dat de stichtingskosten de grootste moeilijkheden opleveren. De exploitatie zal wel gaan.

De heer Sixma zegt, dat de bijdrage van het Rijk gelijk is aan de bijdragen van anderen. Hij vraagt nu of het Rijk ook iets garant stelt voor investeeringskapitaal en rente. Is dit het geval, dan zijn er geen moeilijkheden meer.

De voorzitter vraagt den heer v.d.Helm het ontwerp van de statuten te willen voorlezen.

Alvorens aan dit verzoek gevolg te geven, deelt de heer v.d.Helm eerst mede, dat deze statuten door het Rijk goedgekeurd moeten worden. Een concept daarvan is reeds in Februari j.l. naar het Departement verzonden. Tot heden is echter nog geen mededeeling gedaan of deze statuten goed bevonden zijn. Daarna gaat spreker tot voorlezing van de statuten over.

Na enkele kleine wijzigingen in de redactie van de statuten * Kernproblematiek: Het verslag beschrijft de voorbereidende fase van het oprichten van een rechtspersoon (vereniging). Deze vereniging is juridisch noodzakelijk om krediet ($f$ 10.000) aan te vragen en om als gesprekspartner te dienen voor het Rijk en de Inspecteur van den Tuinbouw.
* Financiën: Er is sprake van een matching-financiering: het Rijk draagt evenveel bij als de leden en andere instanties. Er is discussie over de hoogte van de contributie ($f$ 2 per lid) en de bereidheid van veilingen (Vinkeveen, Ter Aar) om bij te dragen of zich borg te stellen.
* Deelnemers en rollen:
* De Voorzitter: Stuurt aan op voortgang en vraagt naar de financiële details en de rol van veilingen.
* De heer v.d. Helm: Lijkt een centrale, adviserende rol te hebben (mogelijk namens de overheid of een overkoepelende bond), hij brengt informatie over de houding van het Rijk en de voortgang van de statuten.
* Gortzak, Kleijn, Sixma: Deelnemers die kritische vragen stellen over de taken van de proeftuin, de financiële houdbaarheid en de garantstelling door het Rijk.
* Locatie-aanwijzingen: Vinkeveen, Amsterdam en Ter Aar worden genoemd, wat duidt op een initiatief in de regio Noord-Holland/Utrecht (het tuinbouwgebied rond de Amstel en de plassen). Dit document past in de geschiedenis van de professionalisering van de Nederlandse tuinbouw in de vroege 20e eeuw. In deze periode werden overal in Nederland 'proeftuinen' en tuinbouwscholen opgericht om de sector te moderniseren door middel van wetenschappelijk onderzoek en voorlichting. De rijksoverheid stimuleerde dit via de 'Rijkstuinbouwvoorlichtingsdienst'.

De samenwerking tussen lokale tuinders (verenigd in veilingen), de lagere overheden (gemeente/provincie) en het Rijk was kenmerkend voor het zogenaamde 'poldermodel' avant la lettre: private initiatieven die met publieke steun en onder strikte bureaucratische voorwaarden (zoals de goedkeuring van statuten door het Departement) werden vormgegeven. Het genoemde bedrag van 10.000 gulden was voor die tijd een aanzienlijk kapitaal voor een lokale vereniging.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: Het verslag beschrijft de voorbereidende fase van het oprichten van een rechtspersoon (vereniging). Deze vereniging is juridisch noodzakelijk om krediet ($f$ 10.000) aan te vragen en om als gesprekspartner te dienen voor het Rijk en de Inspecteur van den Tuinbouw.
  • Financiën: Er is sprake van een matching-financiering: het Rijk draagt evenveel bij als de leden en andere instanties. Er is discussie over de hoogte van de contributie ($f$ 2 per lid) en de bereidheid van veilingen (Vinkeveen, Ter Aar) om bij te dragen of zich borg te stellen.
  • Deelnemers en rollen:
    • De Voorzitter: Stuurt aan op voortgang en vraagt naar de financiële details en de rol van veilingen.
    • De heer v.d. Helm: Lijkt een centrale, adviserende rol te hebben (mogelijk namens de overheid of een overkoepelende bond), hij brengt informatie over de houding van het Rijk en de voortgang van de statuten.
    • Gortzak, Kleijn, Sixma: Deelnemers die kritische vragen stellen over de taken van de proeftuin, de financiële houdbaarheid en de garantstelling door het Rijk.
  • Locatie-aanwijzingen: Vinkeveen, Amsterdam en Ter Aar worden genoemd, wat duidt op een initiatief in de regio Noord-Holland/Utrecht (het tuinbouwgebied rond de Amstel en de plassen).

Historische Context

Dit document past in de geschiedenis van de professionalisering van de Nederlandse tuinbouw in de vroege 20e eeuw. In deze periode werden overal in Nederland 'proeftuinen' en tuinbouwscholen opgericht om de sector te moderniseren door middel van wetenschappelijk onderzoek en voorlichting. De rijksoverheid stimuleerde dit via de 'Rijkstuinbouwvoorlichtingsdienst'.

De samenwerking tussen lokale tuinders (verenigd in veilingen), de lagere overheden (gemeente/provincie) en het Rijk was kenmerkend voor het zogenaamde 'poldermodel' avant la lettre: private initiatieven die met publieke steun en onder strikte bureaucratische voorwaarden (zoals de goedkeuring van statuten door het Departement) werden vormgegeven. Het genoemde bedrag van 10.000 gulden was voor die tijd een aanzienlijk kapitaal voor een lokale vereniging.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →