Handgeschreven financiële berekening / kostenraming.
Origineel
Handgeschreven financiële berekening / kostenraming. 8 februari 1939. [Bovenaan links en midden]
8 Febr. '39 N. Dinkgreve
[Centraal]
Tuinderswoning
Opstallen Bij benadering aannemer
Woning bouwkosten f 3000.-
Schuur (5 x 12 x 3) f 1500.-
-------- f 4500.-
Grond stel f 6000.-
---------
Totaal f 10500.-
Annuiteit = f 446.- per jaar
[Rechts onderaan]
EWA opstallen f 4.500.-
grond stel 12.000.-
---------
16.500.-
annuiteit f 350.- per HA.
[Marge links - berekeningen]
1.4
127.500
318.75
446.250
18.75
7500
26.25
8250 = 318.75
7500 31.87
1650 ---
1500 350 * Financiële structuur: Het document toont een vroege fase van een investeringsplan. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen "Opstallen" (de gebouwen) en de "Grond".
* Specificaties: De woning wordt begroot op 3.000 gulden en de schuur op 1.500 gulden. De afmetingen van de schuur zijn specifiek genoteerd (5 bij 12 bij 3 meter).
* Berekeningen: De schrijver rekent de jaarlijkse lasten uit in de vorm van een "annuiteit".
* In de eerste berekening komt men uit op 446 gulden per jaar op een totaalbedrag van 10.500 gulden.
* In de tweede berekening (rechtsonder) wordt gerekend met een hogere grondprijs (12.000), wat leidt tot een totaal van 16.500 gulden, met een annuiteit van 350 gulden per hectare.
* Terminologie: De afkorting "EWA" in de tweede berekening verwijst vermoedelijk naar de toenmalige kredietverstrekking of een specifieke waardering (zoals Economische Waarde Agrarisch). Dit document stamt uit februari 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In deze tijd was de tuinbouwsector in ontwikkeling en werden er veel kleine tuinderswoningen met schuren gebouwd, vaak gefinancierd via overheidsregelingen of boerenleenbanken.
De genoemde bedragen geven een goed beeld van de bouwkosten in die tijd: een complete woning voor 3.000 gulden was destijds een reële prijs voor een eenvoudige arbeiders- of tuinderswoning. Ter vergelijking: 10.500 gulden in 1939 zou naar huidige maatstaven (gecorrigeerd voor inflatie/koopkracht) ongeveer gelijkstaan aan 100.000 tot 120.000 euro, hoewel de relatieve bouwkosten sindsdien veel sterker zijn gestegen dan de algemene inflatie.