Getypte brief of rapportage (doorslag), pagina 2.
Origineel
Getypte brief of rapportage (doorslag), pagina 2. -2-
betreft, nadere gegevens te verstrekken.
Als voorloopige meening deelde U voorts in genoemde
missive mede, dat exploitatie van den grond van Gemeente
wege, indien eenigszins mogelyk, zou moeten worden verme-
den, in verband met het daaraan verbonden financieele
risico en omdat de tuinder door den aard van het bedryf
vast aan zyn grond moet zyn verbonden.
Naar Uw meening zou voor een of meer in het Alge-
meen Uitbreidingsplan aangewezen tuinbouwgebieden een
plan in onderdeelen met bebouwingsvoorschriften zyn vast
te stellen, benevens een verordening, op den voet van de
bestaande verordening voor de particuliere bouwexploita-
ties, waarin algemeene regelen zouden worden vastgelegd
voor het exploiteeren van bedoelde gebieden, d.w.z. in
deze verordening zouden moeten worden geregeld de over-
dracht aan de Gemeente van de voor wegen en eventueel voor
vaarwater bestemde gronden, de uitvoering der werken, als-
mede de betaling van bydragen aan de Gemeente.
Ik geef gaarne toe, dat tegen een Gemeentelyke exploi-
tatie ernstige bedenkingen kunnen worden aangevoerd. De
Gemeente zou de benoodigde gronden moeten aankoopen of
onteigenen en belangryke kosten voor wegen- en kanalenaan-
leg moeten maken, zonder dat zy genoegzame zekerheid heeft,
dat zy het aldus geïnvesteerde kapitaal met de renten terug
zal krygen. Bovendien zyn ook voor de warmoeziers de tyds-
omstandigheden zeer ongunstig.
Particuliere exploitatie acht ik, en zeker onder de
tegenwoordige tydsomstandigheden, echter onmogelyk. Anders
dan by het in bouwexploitatie brengen van gronden, is by
verandering van weiland tot warmoeziersgrond de winstkans
slechts gering; bovendien eischt deze exploitatie voor het In dit document wordt een ambtelijke discussie gevoerd over de wijze waarop tuinbouwgebieden ontwikkeld moeten worden. De kernvraag is of de gemeente de regie en het financiële risico moet nemen (gemeentelijke exploitatie) of dat dit aan de private sector moet worden overgelaten.
De schrijver zet de nadelen van beide opties uiteen:
1. Gemeentelijke exploitatie: Wordt onwenselijk geacht vanwege het grote financiële risico (kosten voor aankoop, onteigening en infrastructuur zoals wegen en kanalen) en de onzekerheid of dit kapitaal ooit wordt terugverdiend.
2. Particuliere exploitatie: Wordt als "onmogelijk" bestempeld omdat de winstmarges bij het omzetten van weiland naar tuinbouwgrond (warmoeziersgrond) veel te laag zijn in vergelijking met woningbouw.
Er wordt voorgesteld om een specifiek bestemmingsplan ("plan in onderdeelen") en een verordening op te stellen om private ontwikkeling toch te kanaliseren, waarbij de gemeente wel de controle houdt over de infrastructuur en bijdragen van de ontwikkelaars ontvangt. De term "Algemeen Uitbreidingsplan" (AUP) verwijst hoogstwaarschijnlijk naar het beroemde plan van Amsterdam uit 1934 (ontworpen door Cornelis van Eesteren), hoewel ook andere gemeenten dergelijke plannen kenden. Het document weerspiegelt de overgangsperiode in de Nederlandse ruimtelijke ordening, waarbij de overheid steeds meer de regie nam over de inrichting van het landschap.
De vermelding van "warmoeziers" is interessant. Warmoeziers waren groentekwekers die hun producten vaak direct op de stedelijke markt verkochten. In de expansie van steden als Amsterdam moesten deze tuinders vaak wijken voor woningbouw. Dit document toont de moeite die de overheid had om nieuwe gebieden voor deze beroepsgroep rendabel in te richten terwijl de stad groeide. Het gebruik van de 'y' voor 'ij' (bijv. mogelyk, zyn) was in de vroege 20e eeuw nog gebruikelijk in ambtelijke getypte teksten, vaak beïnvloed door de instellingen van schrijfmachines of oudere spellinggewoonten (spelling-Marchant/De Vries en Te Winkel).