Ambtsbrief (afschrift)
Origineel
Ambtsbrief (afschrift) 19 mei 1939 Directeur der Publieke Werken (namens de dienst) Den Heer Wethouder voor Publieke Werken Let op: de spelling is conform het origineel (bijv. "by", "bedryf", "schryven").
afschrift
D i e n s t
der
Publieke Werken.
Grb.No.2105/Doss.III^V
Antwoord op No.605 P.W.
1938 dd. 28 April 1939.
1 bylage.
AMSTERDAM, 19 Mei 1939.
Nº 351 L.M. 1939
Aan den Heer
Wethouder P.W.
Naar aanleiding van het by nevenaangehaalde apostille om bericht en raad ontvangen en hierby teruggaande schryven bericht ik U het volgende.
In het Algemeen Uitbreidingsplan is aan verschillende grondcomplexen, waarvan de bodemgesteldheid daarvoor gunstig was, o.m. aan de gronden ten Noorden van den Sloterweg, de bestemming van tuinbouwgebied gegeven. Hierby werd overwogen, dat het tuinbouwbedryf voor Amsterdam van belang is, dat dit bedryf zich in de toekomst zal kunnen ontwikkelen, en dat de vele tuinders, die zich in den loop der jaren moeten verplaatsen, omdat de stadsuitbreiding zulks nodig maakt, zich hier kunnen vestigen, zonder de kans te loopen, zich na een beperkt aantal jaren nogmaals te moeten verplaatsen.
Ten aanzien van het ontworpen tuinbouwcomplex ten Noorden van den Sloterweg heb ik by myn rapport van 21 December 1935, Grb. No.4800, een uitgewerkt plan met kostenberekening overgelegd.
Hierop volgde Uw missive van 10 Februari 1936, waarby U my verzocht om, in het byzonder wat den financieelen kant Dit document betreft een ambtelijke correspondentie over de ruimtelijke ordening van Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Dienst der Publieke Werken rapporteert aan de wethouder over de status van tuinbouwgebieden binnen het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP).
De kern van het schrijven is de noodzaak om tuinders, die door de oprukkende stadsuitbreiding hun land verliezen, een duurzame nieuwe plek te bieden. Specifiek wordt de locatie ten noorden van de Sloterweg aangewezen als geschikt vanwege de gunstige bodemgesteldheid. Het document refereert aan eerdere plannen uit 1935 en 1936, wat duidt op een langdurig planologisch proces waarbij zowel de maatschappelijke functie van de tuinbouw als de financiële haalbaarheid (kostenberekening) een rol speelden. Het document is direct gerelateerd aan het beroemde Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Amsterdam uit 1934, dat in 1935 door de gemeenteraad werd aangenomen. Dit plan, grotendeels ontworpen door Cornelis van Eesteren, legde de basis voor de westelijke en zuidelijke uitbreidingen van de stad volgens de principes van de 'Functionele Stad' (Licht, Lucht en Ruimte).
In 1939, het jaar van dit schrijven, was de uitvoering van het AUP in volle gang, maar de oorlogsdreiging zorgde voor onzekerheid. De Sloterpolder, waar de Sloterweg doorheen loopt, was van oudsher een belangrijk tuinbouwgebied. Door de groei van de stad (zoals de bouw van Bos en Lommer en later de Westelijke Tuinsteden) moesten veel tuinders wijken. Dit document toont de ambtelijke zorg voor het behoud van de tuinbouwsector als vitale economische factor voor de voedselvoorziening van de stad, door ze te herhuisvesten in zones die voor langere tijd als landbouwgrond bestemd zouden blijven.