Afschrift van een officiële brief.
Origineel
Afschrift van een officiële brief. 20 maart 1940. Rijksdienst voor de Werkverruiming, Inspectie Noordholland (ondertekend door Ir. W.M. van Rossum-du Chattel). Heeren Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No.37/27/2 M.1940 27/3 AFSCHRIFT.
No.303 L.M.1940.
RIJKDIENST VOOR DE WERKVERRUIMING, INSPECTIE NOORDHOLLAND.
Dossier 15.1.Amsterdam.
Onderwerp:
In cultuur brengen
van uitgeveende
gronden.
Heeren Burgemeester en
Wethouders
van
Amsterdam.
Amsterdam, 20 Maart 1940.
In verband met verschillende bij mijn dienst in voor-
bereiding en in studie zijnde plannen met betrekking tot de
ontginning, resp. herontginning van geheel of ten deele uit-
geveende gronden in de provincie Noordholland, welke gronden
na opnieuw in cultuur te zijn gebracht zich waarschijnlijk
het beste leenen om als grasland te worden geexploiteerd,
doch tevens de gelegenheid bieden daarop tuinderijen te ves-
tigen, is het van belang te kunnen beoordeelen in hoeverre,
met name in de omgeving van Amsterdam, behoefte bestaat aan
gronden geschikt voor tuinderijen.
Teneinde mij op dit gebied te orienteeren, mocht ik
Dinsdag 19 dezer een onderhoud hebben met den heer C.E.Sixma
hoofdambtenaar van Uwen Dienst van het Marktwezen. Bij dit
onderhoud kwam terloops ter sprake een bij den Dienst van
het Marktwezen in studie genomen plan tot centralisatie van
tuinbouwgronden in de voormalige gemeente Sloten. Met het oog
op de eventueel blijvende werkverruiming, die het tot stand
komen van bovenbedoeld plan zou kunnen medebrengen, zou ik
het zeer op prijs stellen, indien Uw College den Directeur
van bovengenoemden Dienst zoudt willen machtigen, hierover
met mij in nader overleg te treden en mij dienaangaande de
noodige gegevens te verstrekken,
Het Hoofd van de Inspectie van den
Rijksdienst voor de Werkverruiming,
w.g.Ir.W.M.van Rossum-du Chattel. Deze brief betreft een verzoek tot samenwerking tussen een rijksinstelling en de gemeente Amsterdam. De centrale kwestie is het herbestemmen van 'uitgeveende gronden' (gebieden waar de turf is weggegraven) in Noord-Holland. De Rijksdienst voor de Werkverruiming onderzoekt of deze gronden geschikt gemaakt kunnen worden voor de tuinbouw.
De schrijver, Ir. Van Rossum-du Chattel, refereert aan een gesprek met de heer C.E. Sixma van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. Er blijkt een plan te bestaan om tuinbouwgronden te centraliseren in de voormalige gemeente Sloten (die in 1921 door Amsterdam was geannexeerd). De Rijksdienst ziet hierin kansen voor 'werkverruiming': het scheppen van werkgelegenheid door middel van grote publieke werken of ontginningen. Het document is een formeel verzoek aan het College van B&W om de Directeur van de Dienst van het Marktwezen toestemming te geven informatie te delen en in overleg te treden. De brief is gedateerd op 20 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode kampte Nederland nog steeds met de naweeën van de economische crisis van de jaren '30. De Rijksdienst voor de Werkverruiming (opgericht in 1939 als opvolger van eerdere instanties) had als taak om werklozen in te zetten bij projecten van algemeen nut, zoals landontginning en wegenbouw.
Het project in Sloten is kenmerkend voor de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam in die tijd. Na de annexatie van Sloten zocht de stad naar manieren om de voedselvoorziening en de vestiging van tuinders efficiënter te organiseren. De focus op 'uitgeveende gronden' herinnert aan de eeuwenlange Nederlandse traditie van landwinning en bodemverbetering om de agrarische productiecapaciteit te vergroten. Het document toont aan dat de ambtelijke molens met betrekking tot landinrichting en werkgelegenheidsprojecten tot kort voor het uitbreken van de oorlog op volle toeren draaiden.