Administratief bijblad/notitie (Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad/notitie (Model No. 14). Doorgezonden op 27 maart 1940. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/27/2 1940
DOORGEZONDEN: 27/3 - 40
[Handgeschreven rechtsboven:]
Stukken bij Mr. Sixma.
zie Mr Sixma
[Handgeschreven kantlijn links:]
l Unterpolster (?)
[Hoofdtekst:]
Bij bespreking op 11/3 bleek noodig het Hoofd der Inspectie
met enkele woorden van de plannen van een gecentraliseerd
tuinbouwbedrijf op de hoogte te stellen.
Hoofd Inspectie ziet in dit plan directe tijdelijke
werkverruiming maar ook eventueel blijvende
werkverruiming. Zou daarom zaak van rijkswege
willen bevorderen - oppert daartoe volgende mo-
gelijkheden (indien gemeente de aankoop van de
gronden kon financieren):
a. de noodige openbare werken (hoofdweg,
hoofdkanaal en bruggen) alsmede de inrichting der
afzonderlijke tuinen ten behoeve der tuinders in
werkverschaffing te doen uitvoeren (eventueel te
doen uitvoeren door de provinciale ontginnings-
maatschappij)
[Rechtsonder:]
z.o.z.
[Drukwerk linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een verslaglegging van een overleg over de oprichting van een gecentraliseerd tuinbouwbedrijf. De kern van het voorstel is het creëren van werkgelegenheid, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen directe tijdelijke werkverruiming (de aanlegfase) en blijvende werkverruiming (het exploiteren van de tuinen).
Er wordt een concrete taakverdeling gesuggereerd:
1. De Gemeente: Zou verantwoordelijk moeten zijn voor de financiering van de gronden.
2. Het Rijk: Zou de uitvoering van de infrastructuur (wegen, kanalen, bruggen) en de inrichting van de tuinen moeten bevorderen.
3. Uitvoering: Er wordt geopperd dit project onder te brengen bij de "werkverschaffing", mogelijk uitgevoerd door een provinciale ontginningsmaatschappij.
De afkorting "z.o.z." (zie ommezijde) onderaan geeft aan dat de notitie op de achterzijde van het blad verdergaat. Dit document stamt uit maart 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. Het ademt de sfeer van de crisisjaren en de daaropvolgende periode van grootschalige werkverschaffingsprojecten. De overheid probeerde door middel van infrastructurele projecten en landontginning de werkloosheid te bestrijden.
De verwijzing naar "Mr. Sixma" duidt waarschijnlijk op een lid van de Friese/Groningse adel (zoals Sixma van Heemstra), die vaak bestuurlijke functies bekleedden in die regio. De genoemde "provinciale ontginningsmaatschappij" wijst op organisaties zoals de Heidemaatschappij of soortgelijke instellingen die destijds dergelijke projecten uitvoerden. M. No