Ambtelijke notitie / intern memorandum.
Origineel
Ambtelijke notitie / intern memorandum. Maart 1940 (met verwijzing naar een dossier uit juni 1939). [Marge links:]
† Bovenvermelde opmerkingen van den Mr. Van Rossum moeten meer als "vertrouwelijk" worden beschouwd.
[onleesbare paraaf]
[Hoofdtekst:]
b. In verband met de inrichting der Tuinen en credietregeling ten behoeve der betrokken tuinders van rijkswege tot stand te brengen.
Wanneer de uitvoering geschiedt met het doel van werkverruiming zal, volgens den heer Van Rossum eventueele onteigening zeer worden vereenvoudigd en bespoedigd.
In het belang van deze zaak, waaromtrent ons dossier No. 37/83/6 d.d. 5 Juni '39 rapporteerde is gewenscht dat het door den heer Van Rossum gewenschte contact wordt tot stand gebracht.
Het is evenzeer gewenscht dat daarin ook wordt betrokken de Afd. ingenieur van het Afd. Grondbedrijf P.W.
Daarom vriendelijk verzoek ook aan Dir. P.W. om advies.
[Onderaan:]
30/3/40 [paraaf]
37 / [in rood:] 27/3 [in zwart:] II
20/3 '40 [paraaf]
5. Dit document is een ambtelijke notitie uit maart 1940 betreffende een project voor de inrichting van tuinen (mogelijk volkstuinen of tuinbouwgebieden) en een bijbehorende kredietregeling voor tuinders.
De kern van de notitie is een strategisch advies van een zekere Mr. Van Rossum. Hij stelt dat wanneer het project wordt gekoppeld aan "werkverruiming" (een term voor werkgelegenheidsprojecten, veelal door de overheid gesubsidieerd tijdens de crisisjaren), de juridische procedure voor onteigening van grond aanzienlijk makkelijker en sneller zal verlopen. Dit suggereert dat wetgeving rondom werkverschaffing indertijd ruimere bevoegdheden bood voor grondverwerving dan reguliere procedures.
Verder wordt aangedrongen op nauwe samenwerking tussen de heer Van Rossum, de afdelingsingenieur van het Grondbedrijf en de Directeur van Publieke Werken (P.W.). De kanttekening in de marge benadrukt dat de suggesties van Van Rossum vertrouwelijk moeten blijven, waarschijnlijk vanwege de gevoelige aard van het versnellen van onteigeningsprocedures. Het document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het weerspiegelt de bestuurlijke praktijk van de late jaren '30, waarin de overheid via grote publieke werken en werkverruimingsprojecten de gevolgen van de economische depressie probeerde te bestrijden. De verwijzing naar "Publieke Werken" en "Grondbedrijf" duidt op een gemeentelijke context, zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de terminologie en de structuur van de genoemde diensten. De genoemde Mr. Van Rossum was in die periode een bekend jurist/ambtenaar betrokken bij grondzaken en onteigening.