Ambbtelijke brief / intern memorandum (doorslag).
Origineel
Ambbtelijke brief / intern memorandum (doorslag). 30 maart 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de context van het Grondbedrijf en Publieke Werken). [Handgeschreven rechtsboven:] ter. hr. Sizema
[Linksboven:]
VP/HG.
[Handgeschreven diagonaal:] Verzonden 30/3-'40
[Links:]
37/27/3 M.
1
[Rechts:]
30 Maart 1940.
[Links, onderwerp:]
Contact met Inspectie van den
Rijksdienst voor de Werkver-
ruiming inzake stichting gecen-
traliseerd tuinbouwcomplex.
[Rechts, adressering:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 23 dezer om advies ontvangen stuk no.303 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat ik U omtrent de stichting van een gecentraliseerd tuinbouwcomplex binnen de Gemeente laatstelijk rapporteerde op 3 Juni jl. (onder No.37/83/6 M.). Voor de verwezenlijking van de bedoelde plannen lijkt het mij van groot belang, dat met het Hoofd van de Inspectie van den Rijksdienst voor de Werkverruiming nader overleg wordt gepleegd. Ik verzoek U mitsdien beleefd mij de in het onderhavige stuk gevraagde machtiging om verder te overleggen wel te willen verleenen.
Het komt mij voorts wenschelijk voor, dat aan het bedoelde overleg ook wordt deelgenomen door den Heer Hoofdingenieur, Hoofd der afdeeling Grondbedrijf van den dienst der Publieke Werken. Ik stel U daarom voor de onderhavige stukken ook om advies te zenden aan Uw Ambtgenoot voor de Publieke Werken.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke correspondentie waarin toestemming wordt gevraagd voor interdisciplinair overleg. De directeur (waarschijnlijk van de Dienst der Publieke Werken of een aanverwante afdeling) reageert op een verzoek van de Wethouder voor de Levensmiddelen.
Kernpunten:
* Er is sprake van een plan voor een "gecentraliseerd tuinbouwcomplex", een project dat al langer loopt (verwijzing naar een rapport uit juni van het voorgaande jaar).
* De realisatie vereist samenwerking met de Rijksdienst voor de Werkverruiming, een instantie die tijdens de crisisjaren '30 en de vroege jaren '40 werklozen inzette voor grote publieke projecten.
* De directeur adviseert om ook de afdeling Grondbedrijf te betrekken, wat duidt op de noodzaak voor ruimtelijke planning en grondverwerving.
* De toon is uiterst formeel en hiërarchisch, kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie in de jaren '40. De datum van de brief, 30 maart 1940, is historisch saillant: het is minder dan zes weken voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van de "Semicrisis" en de vooravond van de oorlog was de voedselvoorziening ("Levensmiddelen") een cruciaal beleidsterrein.
De betrokkenheid van de Rijksdienst voor de Werkverruiming is typerend voor de economische politiek van die tijd, waarbij de overheid trachtte de hoge werkloosheid te bestrijden door grote infrastructuur- of landbouwprojecten op te zetten. Het stichten van een gecentraliseerd tuinbouwcomplex paste waarschijnlijk in een breder plan om de lokale voedselproductie te optimaliseren en de werkgelegenheid te stimuleren. De term "Alhier" in de adressering suggereert dat dit een correspondentie is binnen een grote gemeentelijke organisatie, zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de structuur van de genoemde diensten.