Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 312
Dossier 93
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt rapport of beleidsvoorstel (pagina 2).

Waarschijnlijk midden jaren '30 (verwijst naar een eerdere berekening uit 1932).

Origineel

Getypt rapport of beleidsvoorstel (pagina 2). Waarschijnlijk midden jaren '30 (verwijst naar een eerdere berekening uit 1932). -2-

Tuinbouwbedryf.
Volgens een vroegere berekening van het Gemeentelyk Grondbedryf in 1932, komt grond in de polders ten Noorden van den Sloterweg met aanleg land- en waterwegen te staan op rond ƒ 8500,- per H.A.

Sinsdien zyn de kosten gedaald, terwyl ook de aankoop (c.q. onteigening) van den grond minder kost.

Voorloopig zouden de kosten van den aan tuinbouwers te verstrekken grond te stellen zyn op ƒ 7500,- per H.A.

Per bedryf van byvoorbeeld 2 H.A. (dit is de oppervlakte, waarvan het plan Dinkgreve uitgaat) moet dan - voorloopig geraamd - aan kapitaal geïnvesteerd worden:

Grond: (c.a.) ------------------------- ƒ 15.000,-
Bouw woning, schuren e.d. -------------- ƒ 7.000,-
Bakken, ramen, lorrie, spoor,
schuit, eigen bedryfskapitaal --------- ƒ 8.000,-
--------------------------------------- ƒ 30.000,-.

In deze opstelling zyn de kosten voor woningbouw enz. en de verdere installatie aangenomen zooals deze in het plan Dinkgreve waren geraamd.

Ten aanzien van de financiering van dit bedrag worde het volgende opgemerkt:

Grond. Wordt door Gemeente - onder nader te bepalen zekerheid - aan op te richten exploitatielichaam (naamlooze vennootschap, coöperatie, stichting, enz., in het volgende met "stichting" aangeduid) verkocht. Koopprys blyft als hypotheek staan. Aflossing geschiedt in 40 jaar in annuïteiten. De stichting verhuurt de gronden op langen termyn aan tuinders tegen een prys, welke het aandeel in de annuïteit van Deze pagina bevat een gedetailleerde financiële onderbouwing voor de ontwikkeling van tuinbouwgebieden in de omgeving van Amsterdam (Sloterpolder).
* Kostenontwikkeling: Er wordt geconstateerd dat de grondprijzen en exploitatiekosten tussen 1932 en het moment van schrijven zijn gedaald van ƒ 8500,- naar ƒ 7500,- per hectare.
* Investeringsmodel: Voor een standaardbedrijf van 2 hectare wordt een totaalkapitaal van ƒ 30.000,- berekend. Opvallend is de gedetailleerde opsomming van benodigdheden voor een tuinder in die tijd: niet alleen grond en gebouwen, maar ook "bakken" (voor kweek), "ramen" (glas), een "lorrie" met "spoor" (voor intern transport) en een "schuit".
* Financieringsstructuur: Men stelt voor om de grond niet direct aan tuinders te verkopen, maar aan een tussenliggende stichting. De gemeente verstrekt hiervoor een hypotheek die in 40 jaar wordt afgelost via annuïteiten. De tuinders huren vervolgens de grond van deze stichting. Het document refereert aan het Plan Dinkgreve. Dit plan, opgesteld door ir. B.A. Dinkgreve (hoofdingenieur bij de Dienst der Publieke Werken in Amsterdam), had betrekking op de inrichting van de Sloterpolder. Voordat dit gebied na de Tweede Wereldoorlog werd bebouwd als onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP, de Westelijke Tuinsteden), was het een belangrijk tuinbouwgebied dat de stad van groenten voorzag.

Dit specifieke document lijkt een ambtelijk advies of onderdeel van een rapport te zijn over hoe de tuinbouw in dat gebied economisch rendabel georganiseerd kon worden, mogelijk als reactie op de economische crisis van de jaren '30 of als voorbereiding op grootschalige herverkaveling.

Samenvatting

Deze pagina bevat een gedetailleerde financiële onderbouwing voor de ontwikkeling van tuinbouwgebieden in de omgeving van Amsterdam (Sloterpolder).
* Kostenontwikkeling: Er wordt geconstateerd dat de grondprijzen en exploitatiekosten tussen 1932 en het moment van schrijven zijn gedaald van ƒ 8500,- naar ƒ 7500,- per hectare.
* Investeringsmodel: Voor een standaardbedrijf van 2 hectare wordt een totaalkapitaal van ƒ 30.000,- berekend. Opvallend is de gedetailleerde opsomming van benodigdheden voor een tuinder in die tijd: niet alleen grond en gebouwen, maar ook "bakken" (voor kweek), "ramen" (glas), een "lorrie" met "spoor" (voor intern transport) en een "schuit".
* Financieringsstructuur: Men stelt voor om de grond niet direct aan tuinders te verkopen, maar aan een tussenliggende stichting. De gemeente verstrekt hiervoor een hypotheek die in 40 jaar wordt afgelost via annuïteiten. De tuinders huren vervolgens de grond van deze stichting.

Historische Context

Het document refereert aan het Plan Dinkgreve. Dit plan, opgesteld door ir. B.A. Dinkgreve (hoofdingenieur bij de Dienst der Publieke Werken in Amsterdam), had betrekking op de inrichting van de Sloterpolder. Voordat dit gebied na de Tweede Wereldoorlog werd bebouwd als onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP, de Westelijke Tuinsteden), was het een belangrijk tuinbouwgebied dat de stad van groenten voorzag.

Dit specifieke document lijkt een ambtelijk advies of onderdeel van een rapport te zijn over hoe de tuinbouw in dat gebied economisch rendabel georganiseerd kon worden, mogelijk als reactie op de economische crisis van de jaren '30 of als voorbereiding op grootschalige herverkaveling.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →