Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 30 augustus 1940. De Directeur (van een gemeentelijke dienst, waarschijnlijk de Dienst der Stadsreiniging of een economische dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven rechtsboven:] In. Fr. Lisema [?]
[Handgeschreven middenboven:] extra
VP/HG.
37/27/10 M.
n diverse
30 Augustus 1940.
Stichting van een gecentraliseerd tuinbouwbedrijf.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 21 Augustus jl. om advies ontvangen stukken no. 351 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat in de uitwerking van de plannen tot stichting van een gecentraliseerd tuinbouwbedrijf hier ter stede vertraging is ontstaan, ten gevolge van de mobilisatie en van het feit, dat de Rijksinspecteur voor Werkverruiming inlichtingen vroeg, welke de behandeling eenigen tijd deden aanhouden. Intusschen waren de redenen van de bedoelde vertraging den heer Dinkgreve, Voorzitter der Gecombineerde Tuinbouworganisaties, alleszins bekend, weshalve zijn zich onder de stukken bevindende brief d.d. 10 Juni jl. als een overbodige herinnering kan worden beschouwd.
[Kantlijn links, handgeschreven:] /inmiddels
Hoewel omtrent de kosten van eventueelen aankoop der gronden nog niets bekend is, heeft de uit de tuinders gevormde Commissie voorloopig aangenomen, dat de gronden kunnen worden verkregen onder zoodanige voorwaarden, dat een loonende exploitatie mogelijk zal zijn. De Commissie heeft daarom ~~besloten~~ voorloopig reeds de organisatie van de exploitatie voor te bereiden en wel door het oprichten van een coöperatie of stichting, welke dan te zijner tijd nadere voorstellen aan de Gemeente zal kunnen doen. De Commissie heeft zich daartoe van de medewerking van een notaris hier ter stede verzekerd.
Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven aan den Voorzitter der Gecombineerde Tuinbouworganisaties te doen berichten, dat, naar Burgemeester en Wethouders hebben vernomen, de Commissie reeds een organisatie voor de exploitatie van een centraal tuinbouwbedrijf voorbereidt en een basis zoekt voor nadere voorstellen aan de Gemeente, welke het Gemeentebestuur met belangstelling zal tegemoetzien.
De Directeur, * Status van het project: De brief dient als statusupdate over de vertraagde oprichting van een centraal tuinbouwbedrijf. De vertraging wordt toegeschreven aan de militaire mobilisatie en bureaucratische vragen van de 'Rijksinspecteur voor Werkverruiming'.
* Juridische vorm: Er wordt gesproken over de vorming van een commissie van tuinders die de exploitatie wil onderbrengen in een coöperatie of stichting. Dit wijst op een privaat-publieke samenwerking waarbij de gemeente een faciliterende rol speelt (verstrekken van grond).
* Administratieve correctie: In de tweede alinea is het woord "besloten" doorgehaald en vervangen door "voorloopig reeds". Dit nuanceert de voortgang: er is nog geen definitief besluit, maar de voorbereidingen zijn in gang gezet.
* Interne communicatie: De directeur adviseert de wethouder om formeel te reageren naar de heer Dinkgreve (voorzitter van de tuinbouworganisaties) om te laten zien dat de gemeente de voortgang nauwlettend volgt, ondanks eerdere klachten over traagheid. Deze brief is geschreven in augustus 1940, enkele maanden na de Duitse inval in Nederland. De verwijzing naar de "mobilisatie" als reden voor vertraging is tekenend voor de ontwrichting van het openbaar bestuur in die periode.
De focus op "Levensmiddelen" en "tuinbouw" is van groot strategisch belang. Tijdens de bezetting werd de voedselvoorziening een prioriteit van het lokale bestuur om schaarste tegen te gaan. Het centraliseren van tuinbouwbedrijven paste in het beleid om de productie efficiënter te maken en de voedselvoorraad voor de lokale bevolking veilig te stellen. De genoemde "Werkverruiming" was een restant van de crisisjaren '30 (werkverschaffingsprojecten), die onder de vroege bezetting deels werden voortgezet of omgevormd. De brief toont hoe de gemeentelijke bureaucratie probeerde haar taken voort te zetten te midden van de nieuwe politieke realiteit.