Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 357
Dossier 55
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief / Adviesnota

20 december 1940 Van: Waarschijnlijk een directeur van een gemeentelijke dienst (bijv. Publieke Werken), gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Ambtsbrief / Adviesnota 20 december 1940 Waarschijnlijk een directeur van een gemeentelijke dienst (bijv. Publieke Werken), gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. S/HG.

37/27/17 M.

[Handschrift: Ingekomen 20/12-'40]

20 December 1940.

Adres Dr.W.E.de Mol inzake
stichting tuinbouwscholings-
bedrijven c.a.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 27 November jl. om advies ontvangen stukken no.1071 L.M.1940 heb ik de eer U het volgende te berichten.

Reeds geruimen tijd bestaan plannen van de zijde van het Departement van Landbouw en Visscherij om te komen tot stichting van een proeftuin te Amsterdam, waarvoor voorshands het oog is gevallen op een grondstuk ter grootte van ± 2 ha., deel uitmakende van de gronden ten Noorden van den Sloterweg, welke in het Algemeen Uitbreidingsplan voor Amsterdam voor de vestiging van tuinbouwbedrijven zijn aangewezen.

Deze plannen hebben, naar mij bekend is, den laatsten tijd vasteren vorm aangenomen.

Door de in veilingsorganisaties vereenigde tuindersgroepen uit de streken ten Zuiden (tot en met Roelof Arendsveen) en ten Oosten (tot en met Hilversum) van Amsterdam is een commissie benoemd, welke zal trachten van de tuinders, als eerste belanghebbenden, de noodige bijdragen te krijgen, terwijl ook een beroep om eenigen steun zal worden gedaan op de openbare kassen.(Zie in verband hiermede de mededeelingen van den Heer Wethouder voor de Publieke Werken, vervat in het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 11 October 1940 No.303 L.M.) Het grootste deel der kosten zal evenwel ten laste van de rijkskas komen.

Het is de bedoeling, aan den proeftuin onder meer te verbinden een tuinbouwkundig laboratorium, zoomede een tuinbouwschool, welke, op den voet van de school voor Westlandsche teelten in Naaldwijk en de beide fruitteeltscholen in de Betuwe, zal worden gespecialiseerd als groententeeltschool. Deze school zal uiteraard in de eerste plaats zijn leerlingen trekken uit de tuindersgezinnen van een min of meer uitgebreide omgeving van Amsterdam, speciaal van de veenstreken. Maar het is te verwachten, dat ook leerlingen van elders naar deze school zullen komen, welke voorloopig de eenige Nederlandsche school, speciaal voor groententeelt en meer in het bijzonder voor de zoogenaamde vollegrondcultures, zal zijn. Deze brief vormt een formeel advies over de realisatie van een ambitieus tuinbouwproject in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Projectinhoud: De oprichting van een proeftuin (ca. 2 hectare), een tuinbouwkundig laboratorium en een gespecialiseerde tuinbouwschool voor groenteteelt.
  2. Locatie: Een terrein ten noorden van de Sloterweg. Dit gebied was in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) al bestemd voor tuinbouw.
  3. Financiering: Een samenwerking tussen de rijksoverheid (grootste deel), lokale tuinders (via veilingorganisaties) en mogelijk de gemeente Amsterdam.
  4. Doelgroep: De school richt zich primair op de regio rond Amsterdam (inclusief de veenstreken, de regio Hilversum en Roelofarendsveen), maar heeft de ambitie een landelijke status te krijgen als de enige school gespecialiseerd in 'vollegrondcultures' (groenteteelt buiten kassen). * Oorlogstijd: De brief is gedateerd in december 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting. Voedselvoorziening was op dat moment een cruciaal thema, wat de rol van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' verklaart.
  5. Stadsontwikkeling: De verwijzing naar het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934 (van Cornelis van Eesteren) laat zien dat men, ondanks de oorlog, vasthield aan de vooroorlogse plannen voor de ruimtelijke ordening van Amsterdam. De Sloterweg ligt in het gebied dat nu de Westelijke Tuinsteden vormt (Nieuw-West).
  6. Dr. W.E. de Mol: De genoemde Willem Eduard de Mol (1891-1959) was een bekende Nederlandse botanicus en specialist in de genetica van bolgewassen. Zijn betrokkenheid onderstreept de wetenschappelijke ambitie van het project.
  7. Modernisering: Het plan past in de bredere trend van professionalisering en schaalvergroting in de Nederlandse land- en tuinbouw in de 20e eeuw, waarbij wetenschappelijk onderzoek (laboratorium) en onderwijs hand in hand gingen.

Samenvatting

Deze brief vormt een formeel advies over de realisatie van een ambitieus tuinbouwproject in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Projectinhoud: De oprichting van een proeftuin (ca. 2 hectare), een tuinbouwkundig laboratorium en een gespecialiseerde tuinbouwschool voor groenteteelt.
  2. Locatie: Een terrein ten noorden van de Sloterweg. Dit gebied was in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) al bestemd voor tuinbouw.
  3. Financiering: Een samenwerking tussen de rijksoverheid (grootste deel), lokale tuinders (via veilingorganisaties) en mogelijk de gemeente Amsterdam.
  4. Doelgroep: De school richt zich primair op de regio rond Amsterdam (inclusief de veenstreken, de regio Hilversum en Roelofarendsveen), maar heeft de ambitie een landelijke status te krijgen als de enige school gespecialiseerd in 'vollegrondcultures' (groenteteelt buiten kassen).

Historische Context

  • Oorlogstijd: De brief is gedateerd in december 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting. Voedselvoorziening was op dat moment een cruciaal thema, wat de rol van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' verklaart.
  • Stadsontwikkeling: De verwijzing naar het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934 (van Cornelis van Eesteren) laat zien dat men, ondanks de oorlog, vasthield aan de vooroorlogse plannen voor de ruimtelijke ordening van Amsterdam. De Sloterweg ligt in het gebied dat nu de Westelijke Tuinsteden vormt (Nieuw-West).
  • Dr. W.E. de Mol: De genoemde Willem Eduard de Mol (1891-1959) was een bekende Nederlandse botanicus en specialist in de genetica van bolgewassen. Zijn betrokkenheid onderstreept de wetenschappelijke ambitie van het project.
  • Modernisering: Het plan past in de bredere trend van professionalisering en schaalvergroting in de Nederlandse land- en tuinbouw in de 20e eeuw, waarbij wetenschappelijk onderzoek (laboratorium) en onderwijs hand in hand gingen.

Locaties

Een terrein ten noorden van de Sloterweg. Dit gebied was in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) al bestemd voor tuinbouw.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →