Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 358
Dossier 93
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief (doorslag van een typoscript), bladzijde 2.

Van: Directeur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Brief (doorslag van een typoscript), bladzijde 2. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van Brief No.37/27/17 M. aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

Bij de beoordeeling van de plannen van Dr.W.E.de Mol moet met het bovenstaande rekening worden gehouden, opdat voorkomen worde, dat te Amsterdam twee instituten naast elkaar zouden verrijzen, beide met steun van de overheid, welke min of meer elkanders terrein zouden bestrijken.

Het plan van Dr.de Mol beoogt zoowel het scholen c.q. herscholen van werkloozen, als wel het verrichten van onderzoekingen en het doen van proefnemingen op het gebied van de veredeling van tuinbouwgewassen. Een en ander heeft ten doel om tot een "opvoering van de levensmiddelenproductie van onzen bodem en in het bijzonder tot een ruimer levensmiddelenvoorziening van de stedelijke bevolking" te komen.

Voor zoover onderzoekingen en proefnemingen betreft, is het werk van Dr.de Mol van specifiek biologischen aard. Naar mij bekend is het de bedoeling van den Rijkstuinbouwconsulent, die thans te Amstelveen is gevestigd, en die te zijner tijd de leiding over den bovenbedoelden "Rijksproeftuin" c.a. zal krijgen, om, indien de middelen daartoe kunnen worden verkregen, van tijd tot tijd een bioloog voor speciale onderzoekingen op biologisch gebied bij den proeftuin werkzaam te stellen, of althans voor dergelijke onderzoekingen de medewerking van een bioloog in te roepen.

Ik meen dan ook, dat voor wat het gedeelte van het plan betreft betrekking hebbende op onderzoekingen, het werkgebied van Dr.de Mol en dat van den Rijkstuinbouwconsulent elkaar weinig of niet zullen overlappen. Het moet zelfs niet uitgesloten worden geacht, dat tusschen den Rijkstuinbouwconsulent en Dr.de Mol op den duur samenwerking tot stand komt. Een der redenen waarom unaniem door alle belanghebbenden aan Amsterdam als vestigingsplaats voor den proeftuin voorkeur wordt gegeven is trouwens gelegen in de omstandigheid, dat de Rijkstuinbouwconsulent behalve met het Gemeentelijke Energiebedrijf (voor proeven met electrische bodemverwarming) en de Centrale Markt (proeven met het koelen van groenten) vooral met de verschillende wetenschappelijke instellingen hier ter stede nauw contact zal kunnen houden. Tot die instellingen kan mijns inziens ook het laboratorium van Dr.de Mol worden gerekend.

Het telen van zaden en het kweeken van nieuwe variëteiten is een specifiek bedrijf, dat voor een groot gedeelte door particuliere ondernemingen (zoogenaamde selectiebedrijven) wordt uitgeoefend, welke daarvoor òf eigen specialisten in dienst hebben òf op eenigerlei wijze contact hebben met de officieele of met semi-officieele onderzoekingsinstituten (onder andere diverse laboratoria te Wageningen), waaraan dan wel door de belanghebbenden financieele steun wordt verleend. Dergelijke selectiebedrijven hebben groote beteekenis voor de verbetering naar quantiteit en qualiteit van de agrarische productie.

Het in eenigerlei vorm verleenen van steun (eventueel met bijdragen van derden) tot het uitvoeren van cultuur- en selectieproeven als door Dr.de Mol beoogd, ligt mijns inziens in de eerste plaats op den weg van het Departement van Landbouw en Visscherij, welk Departement ook beter de doelmatigheid dier plannen kan beoordeelen; te meer is dit het geval omdat Dr.de Mol zijn plannen in verband brengt met moeilijkheden, als die welke zich gedurende den oorlog 1914-1918 ten aanzien van de zaadvoorziening hebben voorgedaan. Het onder- * Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (zoals zoowel, werkloozen, tusschen).
* Inhoud: De kern van het document is een advies over de subsidieerbaarheid en wenselijkheid van de plannen van Dr. W.E. de Mol. De directeur van het Marktwezen probeert te voorkomen dat er doublures ontstaan tussen het private initiatief van De Mol en de publieke "Rijksproeftuin".
* Samenwerking: Er wordt nadrukkelijk gewezen op de voordelen van Amsterdam als vestigingsplaats vanwege de nabijheid van de Centrale Markt en het Gemeentelijk Energiebedrijf (interessant detail: proeven met elektrische bodemverwarming).
* Beleidsadvies: De auteur adviseert dat de financiële steun voor de proeven van De Mol primair een zaak is voor het landelijke Departement van Landbouw en Visserij, en niet enkel een gemeentelijke aangelegenheid, vanwege de nationale belangen bij zaadvoorziening. Dr. Willem Eduard de Mol (1883-1959) was een bekende Nederlandse bioloog en geneticus, gespecialiseerd in de veredeling van bolgewassen. Hij stond bekend om zijn onderzoek naar de invloed van röntgenstraling en temperatuur op planten. In de periode tussen de wereldoorlogen en tijdens de vroege jaren '40 was voedselzekerheid een cruciaal thema. Het document refereert aan de schaarste tijdens de Eerste Wereldoorlog om het belang van De Mol's plannen te onderstrepen. De discussie over de "Rijksproeftuin" in Amstelveen en de samenwerking met Amsterdamse diensten plaatst dit document in het hart van de vroege landbouw-innovatie en de bemoeienis van de overheid met de werkgelegenheid (herscholing van werklozen).

Samenvatting

  • Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (zoals zoowel, werkloozen, tusschen).
  • Inhoud: De kern van het document is een advies over de subsidieerbaarheid en wenselijkheid van de plannen van Dr. W.E. de Mol. De directeur van het Marktwezen probeert te voorkomen dat er doublures ontstaan tussen het private initiatief van De Mol en de publieke "Rijksproeftuin".
  • Samenwerking: Er wordt nadrukkelijk gewezen op de voordelen van Amsterdam als vestigingsplaats vanwege de nabijheid van de Centrale Markt en het Gemeentelijk Energiebedrijf (interessant detail: proeven met elektrische bodemverwarming).
  • Beleidsadvies: De auteur adviseert dat de financiële steun voor de proeven van De Mol primair een zaak is voor het landelijke Departement van Landbouw en Visserij, en niet enkel een gemeentelijke aangelegenheid, vanwege de nationale belangen bij zaadvoorziening.

Historische Context

Dr. Willem Eduard de Mol (1883-1959) was een bekende Nederlandse bioloog en geneticus, gespecialiseerd in de veredeling van bolgewassen. Hij stond bekend om zijn onderzoek naar de invloed van röntgenstraling en temperatuur op planten. In de periode tussen de wereldoorlogen en tijdens de vroege jaren '40 was voedselzekerheid een cruciaal thema. Het document refereert aan de schaarste tijdens de Eerste Wereldoorlog om het belang van De Mol's plannen te onderstrepen. De discussie over de "Rijksproeftuin" in Amstelveen en de samenwerking met Amsterdamse diensten plaatst dit document in het hart van de vroege landbouw-innovatie en de bemoeienis van de overheid met de werkgelegenheid (herscholing van werklozen).

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →