Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 359
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een getypt rapport of brief (pagina 3).

20 december 1940. Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of adviesorgaan van de gemeente Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een getypt rapport of brief (pagina 3). 20 december 1940. Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of adviesorgaan van de gemeente Amsterdam). Bladz.
XXXXX 3
37/27/17
Amsterdam.

20 December x 40
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,

vangen van deze en andere moeilijkheden ten aanzien van de
productie is in eerste instantie een rijksaangelegenheid.
Hetzelfde kan worden opgemerkt ten opzichte van het
tweede doel der onderhavige plannen, namelijk de scholing van
werkloozen tot tuinders.
Uit inlichtingen, mij verstrekt van de zijde der
organisaties van tuinders uit de omgeving van Amsterdam is mij
gebleken, dat de ontwikkeling van den tuinbouw in de omgeving
van Amsterdam hoofdzakelijk slechts wordt begrensd door de
mogelijkheid tot het verkrijgen van geschikten tuinbouwgrond,
waarop blijvend tuinderijen kunnen worden gevestigd en niet
aan gebrek aan krachten voor den tuinbouw. Slechts nu en dan
doet zich gedurende korte perioden behoefte aan extra werk-
krachten voor. Vele tuinderszoons, die zich gaarne als zelf-
standig tuinder zouden willen vestigen, dan wel als werkkracht
in het tuindersbedrijf een bestaan zouden willen vinden, zien
zich genoodzaakt op ander gebied werk te zoeken. In de gezin-
nen der tuinders is nog steeds een ruime reserve voor werk-
krachten voor den tuinbouw in de omgeving van Amsterdam aan-
wezig. Uitbreiding van het tuinbouwareaal rondom Amsterdam is
voorshands weinig of niet te verwachten, omdat indien de gron-
den in den Sloterpolder en andere gronden, welke in het Alge-
meen Uitbreidingsplan voor Amsterdam voor tuinbouw zijn aan-
gewezen, er als zoodanig in exploitatie zullen komen, daar
tegenover staat dat een groot aantal der thans bestaande
tuinderijen in verband met de uitbreiding van de bebouwing
der stad, zullen moeten verdwijnen, terwijl verschillende
tuinders, die zich in den loop der tijden noodgedwongen op
grooteren afstand van Amsterdam hebben moeten vestigen, zoo-
dra gronden in de nabijheid van Amsterdam zullen beschikbaar
komen, er de voorkeur aan zullen geven zich daarop te vesti-
gen. De gronden voor tuinbouw bestemd in het Algemeen Uit-
breidingsplan zullen netto ongeveer 450 ha. grond opleveren
hetgeen ongeveer overeenkomt met de geschatte oppervlakte
van de bestaande tuinderijen in de directe en verdere omge-
ving van Amsterdam. Vooraleer deze gronden doelmatig in ex-
ploitatie zullen kunnen worden gebracht zullen de noodige
onteigeningen c.q. aankoopen moeten geschieden zoomede land-
en waterwegen moeten worden aangelegd, waarmede veel tijd
gemoeid zal zijn. Voor het gedeelte dier gronden, gelegen in
den Sloterpolder ter grootte van netto ± 170 ha. is men van
tuinderszijde thans bezig een organisatie te stichten, die
zal trachten zich met medewerking der Gemeente de beschikking
over die gronden te verschaffen, hoofdzakelijk ten bate van
de tuinders, die elders in de gemeente binnen afzienbaren
tijd, van hun gronden, als gevolg van de uitbreiding van de
bebouwde kom der gemeente, zullen worden verdreven en voor
het overige voor tuinders, die, bij gebrek aan grond, vroeger
naar verder afgelegen gronden zijn getrokken, of voor tuin-
derszoons, die een bedrijf willen opzetten.
Het is niet uitgesloten, dat bij de eventueele ont-
eigening van dit complex verschillende personen, die met de
grondbewerking van tuinderijen vertrouwd zijn, tijdelijk werk Deze pagina biedt inzicht in de ruimtelijke en sociaaleconomische spanningen rondom de groei van Amsterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  1. Grondschaarste versus Arbeidsoverschot: De schrijver stelt dat de beperking voor de tuinbouw niet ligt bij een tekort aan arbeidskrachten, maar bij een gebrek aan geschikte grond. Er is zelfs een overschot aan potentiële tuinders (zoals tuinderszoons) die gedwongen worden ander werk te zoeken.
  2. Stedelijke Uitbreiding: De groei van de stad ("bebouwde kom") verdringt bestaande tuinderijen. Hoewel het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) nieuwe locaties aanwijst (o.a. in de Sloterpolder), compenseert dit slechts het verlies van bestaande gronden. Er is netto geen sprake van een substantiële uitbreiding van het areaal.
  3. Planologische Uitdagingen: Voordat nieuwe gronden in de Sloterpolder (ca. 170 ha) gebruikt kunnen worden, moeten er complexe onteigeningen plaatsvinden en infrastructuur (wegen en waterwegen) worden aangelegd.
  4. Organisatie van Tuinders: Er wordt melding gemaakt van een nieuw op te richten organisatie van tuinders die, in overleg met de gemeente, probeert de beschikking te krijgen over de nieuwe gronden om de continuïteit van hun bedrijven te waarborgen. Het document is gedateerd op 20 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting. De context is tweeledig:

  5. Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale functie tijdens de oorlog. Het waarborgen van lokale voedselproductie (groenteteelt) was van strategisch belang voor de stad Amsterdam nu de import stilviel.

  6. Het AUP van Van Eesteren: Het document refereert aan het beroemde Algemeen Uitbreidingsplan van 1934 (ontworpen door Cornelis van Eesteren). De Sloterpolder, die hier nog als tuinbouwgebied wordt besproken, zou later grotendeels worden bebouwd als onderdeel van de Westelijke Tuinsteden. Dit document legt het moment vast waarop de stad en de landbouw strijden om dezelfde schaarse ruimte aan de rand van de stad.
  7. Werkgelegenheidspolitiek: De opmerking over de scholing van werklozen tot tuinders wijst op pogingen van de overheid om de werkloosheid te bestrijden, al is de schrijver sceptisch over het nut hiervan zolang er geen extra grond beschikbaar is.

Samenvatting

Deze pagina biedt inzicht in de ruimtelijke en sociaaleconomische spanningen rondom de groei van Amsterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  1. Grondschaarste versus Arbeidsoverschot: De schrijver stelt dat de beperking voor de tuinbouw niet ligt bij een tekort aan arbeidskrachten, maar bij een gebrek aan geschikte grond. Er is zelfs een overschot aan potentiële tuinders (zoals tuinderszoons) die gedwongen worden ander werk te zoeken.
  2. Stedelijke Uitbreiding: De groei van de stad ("bebouwde kom") verdringt bestaande tuinderijen. Hoewel het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) nieuwe locaties aanwijst (o.a. in de Sloterpolder), compenseert dit slechts het verlies van bestaande gronden. Er is netto geen sprake van een substantiële uitbreiding van het areaal.
  3. Planologische Uitdagingen: Voordat nieuwe gronden in de Sloterpolder (ca. 170 ha) gebruikt kunnen worden, moeten er complexe onteigeningen plaatsvinden en infrastructuur (wegen en waterwegen) worden aangelegd.
  4. Organisatie van Tuinders: Er wordt melding gemaakt van een nieuw op te richten organisatie van tuinders die, in overleg met de gemeente, probeert de beschikking te krijgen over de nieuwe gronden om de continuïteit van hun bedrijven te waarborgen.

Historische Context

Het document is gedateerd op 20 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting. De context is tweeledig:

  • Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale functie tijdens de oorlog. Het waarborgen van lokale voedselproductie (groenteteelt) was van strategisch belang voor de stad Amsterdam nu de import stilviel.
  • Het AUP van Van Eesteren: Het document refereert aan het beroemde Algemeen Uitbreidingsplan van 1934 (ontworpen door Cornelis van Eesteren). De Sloterpolder, die hier nog als tuinbouwgebied wordt besproken, zou later grotendeels worden bebouwd als onderdeel van de Westelijke Tuinsteden. Dit document legt het moment vast waarop de stad en de landbouw strijden om dezelfde schaarse ruimte aan de rand van de stad.
  • Werkgelegenheidspolitiek: De opmerking over de scholing van werklozen tot tuinders wijst op pogingen van de overheid om de werkloosheid te bestrijden, al is de schrijver sceptisch over het nut hiervan zolang er geen extra grond beschikbaar is.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →