Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 360
Dossier 93
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief of rapportage (pagina 4).

20 december 1940. Van: De Directeur (van een onbekende gemeentelijke of provinciale dienst).

Origineel

Ambtelijke brief of rapportage (pagina 4). 20 december 1940. De Directeur (van een onbekende gemeentelijke of provinciale dienst). Bldz. 4 20 December 1940
No. 37/27/17 H. den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, Amsterdam.

zouden kunnen vinden. Ten opzichte van de vraag of tot scho-
ling van 300 werkloozen voor lokale behoeften niet noodig is, speelt deze
zaak mijns inziens slechts een ondergeschikte rol.
Het is intusschen de vraag of, wanneer de scholing
van deze 300 werkloozen voor lokale behoeften niet noodig is,
er elders in Nederland in de naaste toekomst wellicht een
tekort aan geoefende krachten in den tuinbouw zal kunnen ont-
staan. De beantwoording van die vraag hangt mede af van de
vraag, in welke mate het tuinbouwbedrijf in Nederland zich in
de toekomst nog zal kunnen uitbreiden. Een en ander kan mijns
inziens slechts beantwoord worden door de deskundigen van het
Departement van Landbouw en Visscherij.
Tenslotte moge ik er op wijzen, dat indien tuinbouw-
scholingsbedrijven als door Dr. de Mol beoogd, tot stand zouden
komen, deze bedrijven mijns inziens niet in concurrentie
zouden komen met het plan tot stichting van de reeds eerder
genoemde groententeeltschool, welke onder leiding van den
Rijkstuinbouwconsulent zou komen te staan. Het tuinbouwscho-
lingsbedrijf bedoelt op te leiden in en door de practijk. De
groententeeltschool beoogt, aan degenen, die een practische
opleiding genieten of reeds achter den rug hebben, daarnaast
een speciale theoretische en tuinbouw-technische opleiding te
verschaffen.
Als samenvatting van het bovenstaande meen ik te
moeten concludeeren, dat de plannen van adressant meer alge-
meene dan specifiek Amsterdamsche belangen raken. Ik heb mits-
dien de eer U beleefd in overweging te geven de onderwerpe-
lijke aangelegenheid aan het landsbestuur i.c. het Departement
van Landbouw en Visscherij ter beoordeeling en beslissing voor
te leggen.

                                 De Directeur, Dit document betreft een advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen over een voorstel om 300 werklozen om te scholen tot tuinbouwkrachten. De kernpunten zijn:
  1. Lokaal vs. Nationaal Belang: De auteur stelt dat de behoefte aan deze scholing niet primair een Amsterdams belang is, maar afhangt van de landelijke arbeidsmarkt in de tuinbouwsector.
  2. Onderscheid in Opleiding: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen een "scholingsbedrijf" (gericht op de praktijk, voorgesteld door een zekere Dr. de Mol) en een "groententeeltschool" (gericht op theoretische verdieping voor mensen die al praktijkervaring hebben). De auteur ziet geen conflict tussen beide plannen.
  3. Advies: Omdat de zaak landelijke implicaties heeft, adviseert de directeur om het dossier door te sturen naar het Departement van Landbouw en Visscherij voor een definitief besluit. Het document is gedateerd op 20 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritiek punt van beleid. De bezetter en het Nederlandse ambtelijke apparaat zochten naar manieren om de werkloosheid te bestrijden en tegelijkertijd de agrarische productie te optimaliseren.

Plannen zoals die van Dr. de Mol (waarschijnlijk Dr. Willem de Mol, een bekende bioloog/geneticus die zich inzette voor tuinbouwhervormingen) waren kenmerkend voor de pogingen om stedelijke werklozen in te zetten in de land- en tuinbouw. Het document illustreert de bureaucratische afstemming tussen lokaal (Amsterdam) en nationaal (Departement) bestuur in een tijd waarin de economie steeds meer centraal aangestuurd werd.

Samenvatting

Dit document betreft een advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen over een voorstel om 300 werklozen om te scholen tot tuinbouwkrachten. De kernpunten zijn:

  1. Lokaal vs. Nationaal Belang: De auteur stelt dat de behoefte aan deze scholing niet primair een Amsterdams belang is, maar afhangt van de landelijke arbeidsmarkt in de tuinbouwsector.
  2. Onderscheid in Opleiding: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen een "scholingsbedrijf" (gericht op de praktijk, voorgesteld door een zekere Dr. de Mol) en een "groententeeltschool" (gericht op theoretische verdieping voor mensen die al praktijkervaring hebben). De auteur ziet geen conflict tussen beide plannen.
  3. Advies: Omdat de zaak landelijke implicaties heeft, adviseert de directeur om het dossier door te sturen naar het Departement van Landbouw en Visscherij voor een definitief besluit.

Historische Context

Het document is gedateerd op 20 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritiek punt van beleid. De bezetter en het Nederlandse ambtelijke apparaat zochten naar manieren om de werkloosheid te bestrijden en tegelijkertijd de agrarische productie te optimaliseren.

Plannen zoals die van Dr. de Mol (waarschijnlijk Dr. Willem de Mol, een bekende bioloog/geneticus die zich inzette voor tuinbouwhervormingen) waren kenmerkend voor de pogingen om stedelijke werklozen in te zetten in de land- en tuinbouw. Het document illustreert de bureaucratische afstemming tussen lokaal (Amsterdam) en nationaal (Departement) bestuur in een tijd waarin de economie steeds meer centraal aangestuurd werd.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →