Archiefdocument
Origineel
Donderdag 20 juni 1940 [KOPTEKST]
Donderdag 20 Juni 1940 — De Telegraaf — Avondblad — Tweede Blad.
[HOOFDARTIKEL]
FOTOTECHNIEK ALS BONDGENOOT van den BURGERLIJKEN STAND
De vergankelijkheid van ons bestaan, de nietigheid van alles, wat de mensch doorleeft, worden ons eerst recht duidelijk op dien grooten zolder aan den Singel, waar op zevenhonderdduizend kaarten het lief en leed van het Amsterdamsche gezinsleven in de laatste negentig jaren is geregistreerd. De groei der families, de huwelijken en echtscheidingen, de kwajongensstreeken van het kleinste kind, het zwervend leven van velen, de ijdelheid der naamverfraaiers... kortom alles wat de Amsterdamsche bevolking heeft meegemaakt in den zin van den burgerlijken stand, is daar in het schoonschrift van vroeger jaren terug te vinden. Rekken rijken zich aan rekken — mijlen lang — en een enorme, een eindig veel werk is er verricht, om dit alles bij te houden. In den tijd van het pre-napoleontische bestaan zelfs voor de oudste registers, die nog in de kerkelijk archieven moesten worden bijgehouden. Hier is de sleutel te vinden tot de erfenisbuitenkansen, welke aan enkele uitverkorenen af en toe ten deel vallen. Hier kan iemands wettelijke positie met pijnlijke nauwkeurigheid worden vastgesteld — hier ligt de sleutel van het maatschappelijk leven!
Over het nut van den Burgerlijken Stand behoeven we niet te praten. Het feit, dat ons land zich beroemen mag op een voorbeeldigen staat van dienst op dit gebied, is minder bekend. Reeds eeuwen geleden bestonden er in ons land bevolkingslijsten, doch pas toen onder invloed van Napoleon algemeen werd ingezien, dat een bevolkingsregister eerst dan nut had, wanneer de overheid van alle gemeenten het op gelijken grondslag bijhouden. In 1811 werd bepaald, dat geboorten, huwelijken en overlijdensgevallen voor het nageslacht zouden worden bewaard.
[ONDERTITELS BIJ FOTO'S]
* Boven: De oude methode. In eindelooze rijen staan hier de gezinskaarten uit het archief van de Amsterdamsche bevolkingsregistratie. Dit geheele kaartenarchief kan na het gereedkomen van de filmrollen worden geliquideerd, het is dan tot in lengte van eeuwen veilig opgeborgen in filmhouders.
* Links: De moderne methode: het reproductie-apparaat, waarin de filmbeeldjes vergroot worden.
[KADERMIDDEN]
VOLKSTUINTJES OM HET KOL. INSTITUUT.
Personeel gaat verbouwen.
Naar wij vernemen, heeft het dagelijksch bestuur der Koninklijke Vereeniging Koloniaal Instituut goedgevonden, de terreinen dezer instelling aan de Mauritskade beschikbaar te stellen voor het kweken van tuinbouwgewassen door het eigen personeel in zijn vrijen tijd.
[ARTIKEL ONDER]
HET SCHIP IN DRIE EEUWEN
Gravures, teekeningen en modellen.
Expositie in Scheepvaartmuseum.
Het schip heeft in ons waterrijk land altijd een bijzondere plaats ingenomen. In geen land ter wereld hebben zooveel verschillende types van binnenvaartuigen de wateren bevolkt.
[SPORTKOPPEN RECHTS]
* Wolcott loopt 110 M. horden in 13.9. Fraaie prestaties in de V.S.
* Piet v. Kempen wacht op de wielersuccessen van zijn zoon. Het document is een typerend voorbeeld van een Nederlandse krant in de vroege bezettingsperiode (juni 1940). De opmaak is nog grotendeels vooroorlogs, met veel aandacht voor technisch-maatschappelijke vooruitgang en sport.
- Modernisering en Efficiëntie: Het hoofdartikel over fototechniek prijst de overgang van fysieke archiefkaarten naar microfilm. Dit wordt gepresenteerd als een overwinning op "de vergankelijkheid". Archivarissen en de overheid zagen microfilm als dé oplossing voor ruimtegebrek en de bescherming tegen brandgevaar (met de brand in het bevolkingsregister van 1929 in gedachte).
- Beeldtaal: Er is een sterk contrast tussen de foto van de stoffige, eindeloze rekken ("de oude methode") en de compacte, glimmende reproductie-apparatuur ("de moderne methode").
- Oorlogsinvloeden: Hoewel de oorlog niet het hoofdonderwerp lijkt in deze artikelen, sijpelt het door in de marges. Het initiatief voor volkstuinen bij het Koloniaal Instituut wijst op de naderende voedselschaarste. In het artikel over Piet van Kempen wordt gerefereerd aan de "stoot van den oorlog" die hem uit de loopgraaf hield. Deze krant verscheen precies vijf weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). De Duitse bezetter had de controle over de pers al stevig in handen, al bleven veel artikelen op het oog apolitiek.
De nadruk op het bevolkingsregister in deze periode heeft achteraf een wrange bijsmaak. De efficiënte administratie die in dit artikel wordt geprezen, zou later door de bezetter worden gebruikt voor de vervolging van de Joodse bevolking en de arbeidsinzet. De microfilmtechniek waarover gesproken wordt, was voor die tijd revolutionair en maakte het mogelijk om enorme hoeveelheden data veilig en makkelijk raadpleegbaar op te slaan — een droom voor archivarissen, maar een nachtmerrie voor een bevolking onder een totalitair regime.
Het artikel over het Scheepvaartmuseum en de diverse sportuitslagen dienden als een vorm van 'normalisatie' van het dagelijks leven onder de nieuwe omstandigheden.