Archiefdocument
Origineel
Vermoedelijk eind 1939 of begin 1940 (gezien de verwijzing naar de begroting van 1940 en de kanttekening). 2) Herinnering de beslissing van
B. en W. vervat in hun Besluit
d.d. 8 November 1935
(No $\frac{864/10\text{ PW1934}}{1172\text{ Auf 1935}}$), waarbij in een
analogen geval eveneens aanvankelijk
door Uw Ambtgenoot voor de Financiën
was medegedeeld, dat de kosten niet
ten laste van het bouwcrediet,
doch van de begrooting der C.M.-werken
komen. B. en W. hebben toen
beslist, dat de bedoelde kosten
uit het bouwcrediet zouden worden
bestreden.
Onder mededeeling, dat [bij] den
post "Onderhoud" van de begrooting der
C.M. voor het [doorgehaald] 1940 met een extra
uitgave van f 4500,- geen rekening
is gehouden, weshalve deze post
daarvoor niet toereikend zal zijn,
geef ik U beleefd in overweging Uw
Ambtgenoot voor de Financiën te verzoeken
zijn standpunt in deze, in verband met
hetgeen ik hierboven heb gerapporteerd, te
[Kanttekening links:]
willen herzien. De tekst betreft een ambtelijke discussie over de financiering van extra onderhoudskosten voor het jaar 1940. De schrijver van het stuk probeert een budgettaire impasse te doorbreken door te verwijzen naar een precedent uit 1935.
Destijds was er een soortgelijke situatie waarbij de financiële afdeling meende dat kosten niet uit het 'bouwcrediet' (een krediet gereserveerd voor bouwprojecten) mochten komen, maar uit de reguliere exploitatiebegroting van de 'C.M.-werken'. Burgemeester en Wethouders (B. en W.) beslisten toen echter dat het bouwkrediet wél aangesproken mocht worden. De schrijver voert aan dat er voor 1940 een onvoorziene post is van 4500 gulden die de reguliere begroting niet kan dragen, en verzoekt daarom de financiële ambtenaar zijn standpunt te herzien, gebruikmakend van de beslissing uit 1935 als argument. De taal is formeel-ambtelijk ("beleefd in overweging", "weshalve"). Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische processen binnen een Nederlandse gemeente tijdens het interbellum. De afkorting "C.M." staat vermoedelijk voor een dienst als 'Centrale Magazijnen' of 'Centrale Markt'. De verwijzing naar "PW" in de referentienummers duidt waarschijnlijk op 'Publieke Werken'.
Het bedrag van 4500 gulden was in die tijd een substantieel bedrag (vergelijkbaar met de jaarwedde van meerdere arbeiders). De noodzaak om over dergelijke bedragen op dit niveau te corresponderen, onderstreept de strakke budgettaire controle van die periode. De kanttekening "willen herzien" suggereert dat de ontvanger het advies heeft overgenomen of dat dit het centrale actiepunt van de memo was.