Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 21
Dossier 106
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven memo of verslag betreffende huurzaken.

Omstreeks begin 1940 (gebaseerd op genoemde data in de tekst).

Origineel

Handgeschreven memo of verslag betreffende huurzaken. Omstreeks begin 1940 (gebaseerd op genoemde data in de tekst). 2 woningen mag worden verhuurd.
In 1939 was het verhuurd aan
A. Ruitenberg en W de Bruin.
W de Bruin werd in Sept ’39 gemobiliseerd.
A. Ruitenberg heeft zijn contract voor B 10
getekend, met de belofte enerzijds,
dat hij ten alle tijde een tweede
huurder bij zich in mocht nemen, of,
als hij het niet vol kon houden, iedere
maand ontheffing van zijn contract kon
krijgen.
A. Ruitenberg zal nu het verzoek doen,
om J. Staar als medehuurder te mogen
hebben.
J. Staar is met ingang van 1-2-40 bij
A Ruitenberg B 10 ingetrokken en heeft
de huur a f 125,- voor de maand Januari ’40
aan partij A.I nog niet betaald.
Zijn verzoek is thans om die f 125,- te
mogen betalen als volgt: Jan - febr. niet.
april - mei ’40 met f 25,- per maand.

[Handtekening: J.E. Staar] Het document betreft een administratieve vastlegging van een wijziging in een huursituatie als gevolg van de algemene mobilisatie in Nederland (september 1939). De oorspronkelijke medehuurder, W. de Bruin, moest in militaire dienst, waardoor A. Ruitenberg alleen achterbleef in de woning (aangeduid als B 10).

Op basis van eerder gemaakte afspraken had Ruitenberg het recht om een nieuwe medehuurder aan te trekken of het contract maandelijks op te zeggen. Hij kiest voor een nieuwe medehuurder: J. Staar. Er is echter sprake van een betalingsachterstand van 125 gulden voor de maand januari 1940. Staar stelt een betalingsregeling voor waarbij hij in de maanden april en mei 1940 extra zal aflossen (25 gulden per maand). Dit document is historisch interessant omdat het de directe sociaal-economische gevolgen van de mobilisatie in 1939-1940 illustreert. Het vertrek van jonge mannen naar het leger zorgde voor financiële onzekerheid bij achterblijvende huisgenoten en huurders, wat leidde tot aanpassingen in contracten en betalingsregelingen. De genoemde bedragen (f 125,-) waren voor die tijd aanzienlijk, wat de noodzaak voor een afbetalingsregeling verklaart. De genoemde datum "mei '40" valt samen met de Duitse inval in Nederland, wat deze specifieke betalingsregeling in een wrang historisch licht plaatst. A. Ruitenberg J. Staar J.E. Staar W. de Bruin

Samenvatting

Het document betreft een administratieve vastlegging van een wijziging in een huursituatie als gevolg van de algemene mobilisatie in Nederland (september 1939). De oorspronkelijke medehuurder, W. de Bruin, moest in militaire dienst, waardoor A. Ruitenberg alleen achterbleef in de woning (aangeduid als B 10).

Op basis van eerder gemaakte afspraken had Ruitenberg het recht om een nieuwe medehuurder aan te trekken of het contract maandelijks op te zeggen. Hij kiest voor een nieuwe medehuurder: J. Staar. Er is echter sprake van een betalingsachterstand van 125 gulden voor de maand januari 1940. Staar stelt een betalingsregeling voor waarbij hij in de maanden april en mei 1940 extra zal aflossen (25 gulden per maand).

Historische Context

Dit document is historisch interessant omdat het de directe sociaal-economische gevolgen van de mobilisatie in 1939-1940 illustreert. Het vertrek van jonge mannen naar het leger zorgde voor financiële onzekerheid bij achterblijvende huisgenoten en huurders, wat leidde tot aanpassingen in contracten en betalingsregelingen. De genoemde bedragen (f 125,-) waren voor die tijd aanzienlijk, wat de noodzaak voor een afbetalingsregeling verklaart. De genoemde datum "mei '40" valt samen met de Duitse inval in Nederland, wat deze specifieke betalingsregeling in een wrang historisch licht plaatst.

Genoemde Personen 4

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6