Ambtsbrief / Rapportage
Origineel
Ambtsbrief / Rapportage 30 januari 1940 Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam (Alhier) [Handgeschreven rechtsboven:] M. Sissema
VP/HG.
65/1/2 M.
1
30 Januari 1940.
Gedeeltelijke kwijtschelding
huur pakhuisafdeelingen voor
den aardappelhandel op de
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 26 Januari jl. door het Bestuur van de Amsterdamsche Vereeniging van Groothandelaren in aardappelen aan mij gerichten brief. Tengevolge van de regeling van den aardappelhandel hier ter stede, waaromtrent ik U op 15 dezer (onder No. 2A/1/1 M.) rapporteerde, is het inderdaad een feit, dat de individueele aardappel-grossiers op de Centrale Markt geen zaken meer doen, aangezien alle aardappelen door de bovengenoemde Vereeniging worden verkocht. De leden der Vereeniging zijn uitsluitend in haar dienst werkzaam, op het bankkantoor in het entréegebouw der Centrale Markt, dat bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 22 December jl. (No. 950 L.M.1939) aan de Vereeniging is verhuurd voor den prijs van ƒ 40,- per week.
Van deze leden hebben 9 een pakhuisafdeeling gehuurd voor het jaar 1940 op een der pieren M, N en O op de Centrale Markt en wel 6 een pakhuisafdeeling voor ƒ 1100,- per jaar en 3 een pakhuisafdeeling voor ƒ 1000,- per jaar. Voorts hebben 7 leden een pakhuisafdeeling op pier P in huur voor ƒ 800,- per jaar, terwijl 5 leden een open plaats buiten de hal bezetten, tegen betaling van ƒ 300,- 's jaars. Voor den aardappelhandel in zijn huidigen vorm heeft de Vereeniging alleen behoefte aan de pakhuisafdeelingen en de kadelengte van pier P, alsmede aan één pakhuisafdeeling (no.1) op pier O. De desbetreffende huurcontracten wenscht zij dan ook * Kernboodschap: De brief informeert de Wethouder over een verandering in de organisatie van de aardappelhandel op de Centrale Markt in Amsterdam. Omdat individuele handelaren zijn opgegaan in een centrale vereniging ("Amsterdamsche Vereeniging van Groothandelaren in aardappelen"), zijn veel eerder gehuurde pakhuisruimtes overbodig geworden.
* Financiële details: Er wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de lopende huurcontracten voor 1940:
* 6 units op pieren M, N, O à ƒ 1100,- p.j.
* 3 units op pieren M, N, O à ƒ 1000,- p.j.
* 7 units op pier P à ƒ 800,- p.j.
* 5 open plaatsen à ƒ 300,- p.j.
* Nieuwe behoefte: De vereniging heeft nog slechts behoefte aan pier P en één specifieke unit op pier O. De brief dient als onderbouwing voor een verzoek tot gedeeltelijke kwijtschelding of aanpassing van deze huurverplichtingen. Dit document stamt uit januari 1940, de periode van de 'Mobilisatie' en de 'Schemeroorlog' vlak voor de Duitse inval in Nederland. In deze tijd was de voedselvoorziening een kritieke overheidstaak. De centralisatie van de aardappelhandel was waarschijnlijk een maatregel om de distributie efficiënter te organiseren en prijzen onder controle te houden in een tijd van internationale spanningen en dreigende schaarste.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam in stadsdeel West) was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De genoemde pieren (M, N, O, P) aan de Jan van Galenstraat boden directe toegang tot het water voor de aanvoer van aardappelen per schip. De rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept de politieke bemoeienis met de dagelijkse behoeften van de burgers in oorlogstijd.