Ambtelijke brief/memo (doorslag op dun papier).
Origineel
Ambtelijke brief/memo (doorslag op dun papier). 15 juni 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke dienst). 1
65/2/3
Alhier.
15 Juni x40
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging het verzoek
van Mr. Van Vugt van de hand te wijzen, op grond van het feit,
dat U uit ambtelijke gegevens bekend is, dat Lindeman, on-
danks zijn groothandels-erkenning, uitsluitend optreedt als
gesalarieerde inkooper voor winkelzaken, weshalve, naar Uw
oordeel, bij zijn toelating tot de Centrale Markt, in strijd
met het desbetreffende voorschrift van het Reglement op die
markt, ten behoeve van de bedoelde winkelzaken buiten de Cen-
trale Markt zou worden gekocht en de toelating van Lindeman
uitsluitend zou dienen om deze met de voorschriften strijdige
handelingen straffeloos te kunnen verrichten.
De Directeur, De kern van deze brief is een negatief advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen aangaande een verzoek van een zekere "Mr. Van Vugt". Het geschil draait om de toegang van een persoon genaamd "Lindeman" tot de Centrale Markt. Hoewel Lindeman officieel een groothandelserkenning heeft, stelt de directeur dat hij feitelijk werkt als loondienst-inkoper (gesalarieerde inkooper) voor detailhandelaren (winkelzaken).
Volgens de geldende marktreglementen mocht er op de Centrale Markt niet direct ten behoeve van individuele winkels buiten de markt worden ingekocht door dergelijke tussenpersonen. De directeur vreest dat toelating van Lindeman de regels zou uithollen en een illegale inkoopmethode zou legitimeren ("straffeloos te kunnen verrichten"). Het taalgebruik is uiterst formeel en juridisch-administratief van aard. De datum van de brief, 15 juni 1940, is saillant. Nederland was op dat moment net een maand bezet door nazi-Duitsland (de capitulatie was op 15 mei 1940). In deze beginfase van de bezetting was de voedselvoorziening en de controle daarop een van de meest kritieke taken van het gemeentebestuur.
De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie. Strenge regulering was nodig om de voedselstroom te beheersen en te voorkomen dat goederen weglekten naar de zwarte markt of buiten de officiële distributiekanalen om werden verhandeld. Dit document toont hoe de bureaucratie, ondanks de recente inval, trachtte de bestaande reglementen strikt te handhaven om de orde in de voedselketen te bewaren.