Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 251
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

14 september 1940 Van: Onbekend (vermoedelijk de marktmeester of een gemeentelijk functionaris te Amsterdam, gelet op de inhoud).

Origineel

14 september 1940 Onbekend (vermoedelijk de marktmeester of een gemeentelijk functionaris te Amsterdam, gelet op de inhoud). VP/HG. extra

65/2/7 M.
1 14 September 1940.

Toelating van D.R. Lindeman
als grossier op de Centrale
Markt. de Directie van de Nederlandsche
Groente- en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
's-Gravenhage .

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 Augustus jl.,
waarvan de beantwoording door mijn vacantie werd vertraagd,
heb ik de eer U met betrekking tot de toelating van D.R. Linde-
man als grossier tot de Centrale Markt het navolgende te be-
richten. D.R. Lindeman heeft tot de voornoemde markt toegang
als kooper; hij is daar namelijk steeds opgetreden als inkoo-
per voor de winkelzaken, die door zijn broers worden gedreven.
Behalve op de Centrale Markt werd door hem - en wel voor
/ en verreweg het grootste deel - ten behoeve van de bedoelde zaken
ingekocht op veilingen / bij grossiers buiten de Centrale Markt;
dit laatste is sedert een onlangs in werking getreden aan-
vulling van het Reglement op de Centrale Markt niet meer toe-
gestaan, omdat koopers uitsluitend van de op die markt geves-
tigde verkoopers hun waren mogen betrekken. De heer Lindeman
heeft thans geprobeerd om gebruik te maken van de omstandig-
heid, dat hij destijds door Uw Centrale als groothandelaar in
gewassen van den tuinbouw werd erkend, door als zoodanig toe-
gang tot de Centrale Markt te vragen.

Het feit, dat iemand van Uwentwege als groothande-
laar werd erkend, geeft hem, naar mijn meening, niet zonder
meer het recht zich op de Amsterdamsche Centrale Markt als
zoodanig te vestigen. Immers artikel 1 lid 4 van het Regle-
ment op die markt schrijft alleen voor dat geen toegang wordt
verleend zonder erkenning, doch daaruit mag mijns inziens
niet worden geconcludeerd, dat met een erkenning de toegang
tot de markt moet worden verleend. Integendeel, krachtens
artikel 3 van het Reglement ben ik gerechtigd, mits slechts
een erkenning is verleend, te beoordeelen, wie als koopers en
wie als verkoopers zijn te beschouwen. (Tot Uw governo sluit
ik hierbij in een exemplaar van het Reglement op de Centrale
Markt). * Juridische kwestie: De kern van het document is een interpretatiegeschil over het 'Reglement op de Centrale Markt'. D.R. Lindeman wil van 'kooper' (inkoper voor de winkels van zijn broers) promoveren naar 'grossier' (groothandelaar) op de markt.
* Reglementswijziging: Een recente wijziging in het reglement verbiedt koopers om buiten de Centrale Markt in te kopen. Hierdoor wordt Lindeman beperkt in zijn handelswijze (hij kocht voorheen veel in op veilingen buiten de markt).
* Bevoegdheidsstrijd: De afzender stelt dat een landelijke erkenning door de 'Groente- en Fruitcentrale' als groothandelaar geen automatisch recht geeft op een standplaats op de Amsterdamse markt. De lokale autoriteit claimt op basis van artikel 3 de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid over wie als verkoper mag optreden.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel-ambtelijk, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (bijv. "Uwentwege", "zoodanig", "vacantie"). * Tijdsbeeld: Geschreven in september 1940, vier maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de reorganisatie van de Nederlandse economie en voedselvoorziening onder toezicht van de bezetter, waarbij centrale distributie-organen zoals de 'Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale' een steeds grotere rol kregen.
* De Centrale Markt: De Amsterdamsche Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was essentieel voor de voedselvoorziening van de hoofdstad. Strenge regulering van wie daar mocht handelen was cruciaal voor de controle op prijzen en distributie.
* Archivistische waarde: Dit document illustreert de frictie tussen landelijke koepelorganisaties en lokale marktbesturen in een tijd van toenemende economische regulering.

Samenvatting

  • Juridische kwestie: De kern van het document is een interpretatiegeschil over het 'Reglement op de Centrale Markt'. D.R. Lindeman wil van 'kooper' (inkoper voor de winkels van zijn broers) promoveren naar 'grossier' (groothandelaar) op de markt.
  • Reglementswijziging: Een recente wijziging in het reglement verbiedt koopers om buiten de Centrale Markt in te kopen. Hierdoor wordt Lindeman beperkt in zijn handelswijze (hij kocht voorheen veel in op veilingen buiten de markt).
  • Bevoegdheidsstrijd: De afzender stelt dat een landelijke erkenning door de 'Groente- en Fruitcentrale' als groothandelaar geen automatisch recht geeft op een standplaats op de Amsterdamse markt. De lokale autoriteit claimt op basis van artikel 3 de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid over wie als verkoper mag optreden.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel-ambtelijk, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (bijv. "Uwentwege", "zoodanig", "vacantie").

Historische Context

  • Tijdsbeeld: Geschreven in september 1940, vier maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de reorganisatie van de Nederlandse economie en voedselvoorziening onder toezicht van de bezetter, waarbij centrale distributie-organen zoals de 'Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale' een steeds grotere rol kregen.
  • De Centrale Markt: De Amsterdamsche Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was essentieel voor de voedselvoorziening van de hoofdstad. Strenge regulering van wie daar mocht handelen was cruciaal voor de controle op prijzen en distributie.
  • Archivistische waarde: Dit document illustreert de frictie tussen landelijke koepelorganisaties en lokale marktbesturen in een tijd van toenemende economische regulering.

Gerelateerde Documenten 6