Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 360
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven instructie/notitie op gelinieerd papier.

5 juli 1940 (met een vervolgnotitie van 8 juli 1940).

Origineel

Handgeschreven instructie/notitie op gelinieerd papier. 5 juli 1940 (met een vervolgnotitie van 8 juli 1940). Th. Broerse

1/. Plaats Posener opnieuw verhuren,
op conditie, dat Posener deze plaats
terug kan krijgen.

2/. Posener meedeelen, dat als hij de
2de plaats vóór 1 Januari 1941 niet
opnieuw bezet, op het eind van
het jaar kwijtschelding zal worden
gevraagd. Voorloopig is hem slechts
uitstel van betaling toegestaan.

                5-7-40  *W. Laan*

Posener
een en ander medegedeeld
8/7-40
Jh Dit document bevat twee specifieke instructies van een beheerder of eigenaar (mogelijk W. Laan) aan een medewerker (mogelijk Th. Broerse) met betrekking tot de bezittingen of huurplaatsen van een zekere heer Posener.

  1. Herverhuur met voorwaarde: De eerste instructie geeft aan dat de 'plaats' van Posener (mogelijk een marktkraam, standplaats of perceel) opnieuw verhuurd mag worden, maar onder de expliciete voorwaarde dat de oorspronkelijke huurder (Posener) het recht behoudt om deze plek weer op te eisen. Dit duidt op een tijdelijke afwezigheid of onmogelijkheid van Posener om de plek te gebruiken.
  2. Financiële regeling: De tweede instructie betreft een tweede locatie ('2de plaats'). Als Posener deze niet vóór het begin van 1941 weer in gebruik heeft genomen, zal er een verzoek tot kwijtschelding van de schuld worden ingediend. Tot die tijd krijgt hij uitstel van betaling.
  3. Afhandeling: Onderaan is aangetekend dat deze informatie op 8 juli 1940 aan Posener is overgebracht. Het document is gedateerd juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam "Posener" is van oudsher een Joodse achternaam. Gezien de datum en de strekking van de tekst — waarin gesproken wordt over het niet kunnen bezetten van een plaats en het verlenen van betalingsuitstel — is het zeer aannemelijk dat dit document betrekking heeft op de ontwrichting van het leven van een Joodse ondernemer of burger in de vroege fase van de bezetting.

De instructie om de plaats te verhuren met de optie tot terugkeer getuigt in deze fase nog van een zekere mate van bescherming of coulance vanuit de administratie/beheerder, waarbij men er (wellicht naïef) van uitging dat de situatie van tijdelijke aard zou kunnen zijn. Zulke documenten bevinden zich vaak in archieven van marktwezen, grondbedrijven of beheerders van geconfisqueerd Joods bezit.

Samenvatting

Dit document bevat twee specifieke instructies van een beheerder of eigenaar (mogelijk W. Laan) aan een medewerker (mogelijk Th. Broerse) met betrekking tot de bezittingen of huurplaatsen van een zekere heer Posener.

  1. Herverhuur met voorwaarde: De eerste instructie geeft aan dat de 'plaats' van Posener (mogelijk een marktkraam, standplaats of perceel) opnieuw verhuurd mag worden, maar onder de expliciete voorwaarde dat de oorspronkelijke huurder (Posener) het recht behoudt om deze plek weer op te eisen. Dit duidt op een tijdelijke afwezigheid of onmogelijkheid van Posener om de plek te gebruiken.
  2. Financiële regeling: De tweede instructie betreft een tweede locatie ('2de plaats'). Als Posener deze niet vóór het begin van 1941 weer in gebruik heeft genomen, zal er een verzoek tot kwijtschelding van de schuld worden ingediend. Tot die tijd krijgt hij uitstel van betaling.
  3. Afhandeling: Onderaan is aangetekend dat deze informatie op 8 juli 1940 aan Posener is overgebracht.

Historische Context

Het document is gedateerd juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam "Posener" is van oudsher een Joodse achternaam. Gezien de datum en de strekking van de tekst — waarin gesproken wordt over het niet kunnen bezetten van een plaats en het verlenen van betalingsuitstel — is het zeer aannemelijk dat dit document betrekking heeft op de ontwrichting van het leven van een Joodse ondernemer of burger in de vroege fase van de bezetting.

De instructie om de plaats te verhuren met de optie tot terugkeer getuigt in deze fase nog van een zekere mate van bescherming of coulance vanuit de administratie/beheerder, waarbij men er (wellicht naïef) van uitging dat de situatie van tijdelijke aard zou kunnen zijn. Zulke documenten bevinden zich vaak in archieven van marktwezen, grondbedrijven of beheerders van geconfisqueerd Joods bezit.

Gerelateerde Documenten 6