Officiële uitnodiging en agenda voor een commissievergadering.
Origineel
Officiële uitnodiging en agenda voor een commissievergadering. Begin 1939 (de vergadering is gepland voor 6 februari; de agenda verwijst naar stukken uit december 1938 en januari 1939). [Header]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
No. 56/2/1 M
BIJLAGE 2
ONDERWERP: PERMANENTE COMMISSIE VAN ADVIES INZAKE VENTVERGUNNINGEN.
[Handgeschreven notities bovenaan]
Presse: 1) President
2) Langewouder(?) niet.
3) J.D. plein niet op lijst - Frictie, gebak op bodem (?) (te veel frictie)
4) Wisseb-vande welk bij punt D/G.
M. Directeur
[Handgeschreven notities onder de lijn]
Weesperstr: Verbod van venten winkelstr (Oude binnenstad)
Jan v Galen: Aantal vaste pl. te groot. - Te veel venters? Nee!
[Adresvermelding]
AMSTERDAM (W.)
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN [Handgeschreven: Rekening met winkels in de nabijheid.]
[Hoofdtekst]
Hiermede noodig ik U uit tot bijwoning eener vergadering van de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen, welke zal worden gehouden op Maandag 6 Februari a.s. te 3 uur n.m.
A g e n d a :
- Goedkeuring notulen van de 64ste vergadering d.d. 12 December 1938.
- Mededeelingen en ingekomen stukken.
- Bespreking ventverbod Weesperstraat met het uitgeven van vaste standplaatsen aan venters, die in de Weesperstraat plegen te venten. (Een situatie met de indeeling van eventueel te verleenen standplaatsvergunningen gaat hierbij).
[Handgeschreven notities in de linker marge bij punt 4]
Gereduceerd.
1) midden in de markt.
2) winkelstraat - zijstr. De Hoofdwegkruising (net als S.C. v. [onleesbaar])
3) Gezicht door een open plein in die straat.
- Voortzetting bespreking Jan Evertsenstraat.
- Brief Wethouder voor de Levensmiddelen d.d. 10 Januari 1939 No. 5/282 L.M. inzake vervanging van standplaatshouders, teneinde hun in de gelegenheid te stellen een bloemenveiling te bezoeken. (Gaat in afschrift hierbij).
- Rondvraag.
De Voorzitter,
[Voetnoot]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Dit document biedt een inkijk in het ambtelijke beheer van de Amsterdamse straathandel aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de problematiek is de regulering van 'venten' (het ambulant verkopen van waren) versus de toewijzing van 'vaste standplaatsen'.
De handgeschreven aantekeningen zijn bijzonder waardevol omdat ze de werkelijke discussiepunten en zorgen blootleggen die niet in de formele getypte tekst staan. Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen de belangen van straatventers en die van gevestigde winkeliers ("Rekening met winkels in de nabijheid"). De notitie bij Jan van Galenstraat ("Aantal vaste pl. te groot. Te veel venters? Nee!") suggereert een interne discussie over de verzadiging van de markt en de ruimtelijke ordening van de handel.
Punt 5 op de agenda is opmerkelijk menselijk: het bespreekt een regeling waarbij standplaatshouders vervangen kunnen worden zodat zij zelf een bloemenveiling kunnen bezoeken, wat duidt op een poging van het stadsbestuur om de bedrijfsvoering van kleine handelaren te faciliteren. De datum (begin 1939) plaatst dit document in een roerige tijd. De Weesperstraat, genoemd in punt 3, was destijds het hart van de Joodse buurt in Amsterdam, een wijk met een zeer hoge concentratie straathandel en markten. De pogingen van de gemeente om hier een "ventverbod" in te voeren en dit te vervangen door gereguleerde standplaatsen, maakte deel uit van een bredere trend van modernisering en striktere stedelijke controle over de openbare ruimte.
De Jan Evertsenstraat (punt 4) bevond zich in het toen relatief nieuwe Amsterdam-West, waar de gemeente zocht naar manieren om de commerciële balans in nieuwe woonwijken te handhaven. Het Marktwezen fungeerde hierin als scheidsrechter tussen de dynamische, maar vaak chaotische straathandel en de belangen van de vastgoedsector en de gevestigde middenstand.