Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 29
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte notulen of een ambtelijk verslag van een vergadering.

Origineel

Getypte notulen of een ambtelijk verslag van een vergadering. heid tot venten ter plaatse vermindert.
De heer De Haer deelt mede, dat Paasman een vaste plaats op de markt
aan de Dapperstraat bezet.
De heer Seegers verklaart daarop, dat hy dan zeker niet voor het ver-
leenen van een standplaatsvergunning is, in verband met
de consequenties. Hierdoor zouden namelyk in de practyk
de uren, waarop de markten worden gehouden, later worden
gesteld. Spreker is daar tegen.
De heer Van 't Hek is tegen het verleenen van een vergunning aan Paas-
man, aangezien de markten, volgens de ten deze geldende
voorschriften, op een bepaald uur moeten eindigen. Spre-
ker zegt nog, dat de bloemenwinkeliers op Zondag in het
geheel niet mogen verkoopen en ook niet mogen bezorgen,
terwijl de venters by de ziekenhuizen en begraafplaatsen
dit wel mogen. Spreker acht dit verkeerd en is dus ook
tegen het verleenen van een standplaatsvergunning voor
den Zondag. Hy vindt, dat niet meer dan één dergelyke ver-
gunning aan den zelfden persoon moet worden verleend.
De heer Neeter kan zich volkomen aansluiten bij hetgeen de heer Seegers
heeft gezegd.
De heer Presser is eveneens tegen het verleenen van een tweede stand-
plaatsvergunning aan Paasman. Ook in het algemeen is spre-
ker tegen het verleenen van meer dan één standplaatsver-
gunning aan één persoon. Spreker zou echter rekening wil-
len houden met byzondere tyden, byvoorbeeld den kerst-
boomtyd. In die gevallen zou spreker geen bezwaar hebben
tegen het verleenen van twee vergunningen.
De heer Gaaikema deelt mede, dat de politie zich er wel mede kan ver-
eenigen, dat het verzoek van Paasman wordt afgewezen. Ook
in het algemeen acht spreker het ongewenscht, dat meer
dan één standplaatsvergunning aan één persoon wordt ver-
leend. Spreker zou dit echter niet voor alle gevallen by
voorbaat willen afwyzen, doch geval voor geval willen
onderzoeken.
De Voorzitter wyst erop, dat er vaak seizoensvergunningen worden ver-
leend, byvoorbeeld 's zomers voor ys en 's winters voor
warme dranken. Moet dit voortaan worden verboden ?
De heer Seegers acht dit geheel iets anders. Dit is toch geen wisselen-
de standplaats. Spreker zegt nog, dat hy het beoordeelen De tekst betreft een ambtelijke discussie over het reguleren van de straathandel en marktwezen. De kern van het geschil is het verzoek van een zekere heer Paasman om een extra standplaatsvergunning. Uit de discussie komen verschillende beleidsmatige bezwaren naar voren:

  1. Handhaving van markttijden: De vrees dat extra vergunningen leiden tot een verschuiving of verruiming van de vastgestelde markttijden (Seegers, Van 't Hek).
  2. Concurrentievervalsing: Van 't Hek wijst op de ongelijkheid tussen bloemenwinkeliers (die op zondag dicht moeten zijn) en straatventers bij ziekenhuizen en begraafplaatsen (die wel mogen verkopen).
  3. Concentratie van vergunningen: Er is een algemene tendens tegen het verlenen van meerdere vergunningen aan één persoon om monopolievorming of oneerlijke verdeling van schaarse plekken te voorkomen.
  4. Uitzonderingen: Er wordt gedebatteerd over seizoensgebonden handel (kerstbomen, ijs, warme dranken), waarbij de voorzitter probeert een precedent te scheppen voor flexibiliteit, wat door anderen weer wordt genuanceerd.

De toon is formeel en procedureel, typerend voor gemeentelijke commissievergaderingen uit de eerste helft van de 20e eeuw. Gezien de vermelding van de Dapperstraat, bevindt de context zich zeer waarschijnlijk in Amsterdam. De Dappermarkt is van oudsher een van de belangrijkste markten van de stad. De spelling met de 'y' in plaats van 'ij' (zoals 'namelyk' en 'tyden') duidt op een document van voor de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), of een document waarbij de schrijfmachine of de schrijftraditie van de ambtenaar nog de oudere spelling hanteerde.

De discussie weerspiegelt de historische strijd rondom de Zondagswet en de regulering van de ambulante handel, waarbij de belangen van gevestigde winkeliers vaak botsten met die van straatventers. De rol van de politie in de advisering (Gaaikema) onderstreept dat standplaatsvergunningen destijds ook sterk een kwestie van openbare orde en handhaving waren. De heer De Haer De heer Seegers De heer Van 't Hek De heer Neeter De heer Presser De heer Gaaikema De Voorzitter.

Samenvatting

De tekst betreft een ambtelijke discussie over het reguleren van de straathandel en marktwezen. De kern van het geschil is het verzoek van een zekere heer Paasman om een extra standplaatsvergunning. Uit de discussie komen verschillende beleidsmatige bezwaren naar voren:

  1. Handhaving van markttijden: De vrees dat extra vergunningen leiden tot een verschuiving of verruiming van de vastgestelde markttijden (Seegers, Van 't Hek).
  2. Concurrentievervalsing: Van 't Hek wijst op de ongelijkheid tussen bloemenwinkeliers (die op zondag dicht moeten zijn) en straatventers bij ziekenhuizen en begraafplaatsen (die wel mogen verkopen).
  3. Concentratie van vergunningen: Er is een algemene tendens tegen het verlenen van meerdere vergunningen aan één persoon om monopolievorming of oneerlijke verdeling van schaarse plekken te voorkomen.
  4. Uitzonderingen: Er wordt gedebatteerd over seizoensgebonden handel (kerstbomen, ijs, warme dranken), waarbij de voorzitter probeert een precedent te scheppen voor flexibiliteit, wat door anderen weer wordt genuanceerd.

De toon is formeel en procedureel, typerend voor gemeentelijke commissievergaderingen uit de eerste helft van de 20e eeuw.

Historische Context

Gezien de vermelding van de Dapperstraat, bevindt de context zich zeer waarschijnlijk in Amsterdam. De Dappermarkt is van oudsher een van de belangrijkste markten van de stad. De spelling met de 'y' in plaats van 'ij' (zoals 'namelyk' en 'tyden') duidt op een document van voor de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), of een document waarbij de schrijfmachine of de schrijftraditie van de ambtenaar nog de oudere spelling hanteerde.

De discussie weerspiegelt de historische strijd rondom de Zondagswet en de regulering van de ambulante handel, waarbij de belangen van gevestigde winkeliers vaak botsten met die van straatventers. De rol van de politie in de advisering (Gaaikema) onderstreept dat standplaatsvergunningen destijds ook sterk een kwestie van openbare orde en handhaving waren.

Genoemde Personen 7

De heer De Haer De heer Seegers De heer Van 't Hek De heer Neeter De heer Presser De heer Gaaikema De Voorzitter.

Locaties

Vermelding van de Dapperstraat (Amsterdam).

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4