Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 55
Dossier 76
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief / adviesrapport.

12 oktober 1938. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst voor het Marktwezen of een gelieerde afdeling van de gemeente Amsterdam). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke brief / adviesrapport. 12 oktober 1938. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst voor het Marktwezen of een gelieerde afdeling van de gemeente Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:] G. de Leur

VP/HG. [Handgeschreven:] Verzonden 14/10

18/52/1 M.

12 October 1938.

"Clandestiene standplaatsen"

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Ingevolge Uw desbetreffende opdracht heb ik de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen de vraag voorgelegd, of het mogelijk is algemeene richtlijnen te ontwerpen, teneinde den nog steeds voorkomenden overlast te beperken, die wordt ondervonden doordien venters, met overtreding van artikel 344a der Algemeene Politie Verordening, zoogenaamde clandestiene standplaatsen op den openbaren weg innemen. De onderhavige vraag is door de Commissie besproken in haar vergaderingen van 23 September en 6 October jl. Zij is tot de conclusie gekomen, dat vooralsnog geen algemeene richtlijnen als bovenbedoeld dienen te worden aangegeven, doch dat het gewenscht is, om in elk bijzonder geval, waarin overlast wordt ondervonden, de voor dat geval dienstige maatregelen te overwegen. Daartoe zal de Commissie gaarne van advies dienen.

Gezien dezen stand van zaken geef ik U beleefd in overweging thans de verschillende punten opnieuw aan de orde te stellen, betreffende welke door den Hoofdcommissaris en door mij in den laatsten tijd is geadviseerd; ik noem: de Camperstraat en de Van Baerlestraat alsmede de Weesperstraat, waaromtrent ik nog eenige stukken "om advies" van U ontvling, die binnenkort door mij zullen worden beantwoord. Behalve deze straten, vragen in dit verband thans ook de Jan Evertsenstraat en de Van Limburg Stirumstraat de aandacht; omtrent de eerstgenoemde straat zond U mij een verzoek van de Vereeniging "Ons Belang" om advies, terwijl ik ook betreffende de Van Limburg Stirumstraat binnenkort hoop te rapporteeren.

De Directeur, Dit document is een ambtelijke correspondentie waarin verslag wordt gedaan van de bevindingen van de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen". De kernvraag was of er algemene regels opgesteld konden worden om de overlast van illegale straathandel (het innemen van "clandestiene standplaatsen") tegen te gaan.

De commissie concludeert echter dat een "one-size-fits-all" oplossing niet haalbaar is. In plaats daarvan pleit men voor maatwerk: elk specifiek geval van overlast moet afzonderlijk beoordeeld worden.

De brief is specifiek interessant omdat hij diverse Amsterdamse locaties noemt waar de problematiek destijds speelde:
* Camperstraat
* Van Baerlestraat
* Weesperstraat
* Jan Evertsenstraat
* Van Limburg Stirumstraat

Er wordt tevens verwezen naar handhaving via artikel 344a van de Algemeene Politie Verordening (APV) en overleg met de Hoofdcommissaris van Politie. De betrokkenheid van de vereniging "Ons Belang" duidt op pressie vanuit belangengroepen (waarschijnlijk gevestigde winkeliers of omwonenden). Het document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de straathandel in Amsterdam strikt gereguleerd werd om wildgroei en oneerlijke concurrentie met winkeliers te voorkomen. Venten (het langs de deuren gaan of op straat verkopen van goederen) was voor velen een noodzakelijke bron van inkomsten tijdens de crisisjaren, maar leidde vaak tot verkeershinder en klachten over ordeverstoring.

De genoemde straten bevinden zich in verschillende delen van Amsterdam (Oost, Zuid, West en het Centrum/Joodse buurt), wat aangeeft dat de problematiek stedebreed was. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd verantwoordelijk voor de marktwezen en de voedselvoorziening, markten en straathandel vielen direct onder zijn portefeuille. Dit schrijven illustreert de bureaucratische afhandeling van stedelijke overlast en de zoektocht naar een balans tussen handhaving en pragmatisme in het vooroorlogse Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke correspondentie waarin verslag wordt gedaan van de bevindingen van de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen". De kernvraag was of er algemene regels opgesteld konden worden om de overlast van illegale straathandel (het innemen van "clandestiene standplaatsen") tegen te gaan.

De commissie concludeert echter dat een "one-size-fits-all" oplossing niet haalbaar is. In plaats daarvan pleit men voor maatwerk: elk specifiek geval van overlast moet afzonderlijk beoordeeld worden.

De brief is specifiek interessant omdat hij diverse Amsterdamse locaties noemt waar de problematiek destijds speelde:
* Camperstraat
* Van Baerlestraat
* Weesperstraat
* Jan Evertsenstraat
* Van Limburg Stirumstraat

Er wordt tevens verwezen naar handhaving via artikel 344a van de Algemeene Politie Verordening (APV) en overleg met de Hoofdcommissaris van Politie. De betrokkenheid van de vereniging "Ons Belang" duidt op pressie vanuit belangengroepen (waarschijnlijk gevestigde winkeliers of omwonenden).

Historische Context

Het document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de straathandel in Amsterdam strikt gereguleerd werd om wildgroei en oneerlijke concurrentie met winkeliers te voorkomen. Venten (het langs de deuren gaan of op straat verkopen van goederen) was voor velen een noodzakelijke bron van inkomsten tijdens de crisisjaren, maar leidde vaak tot verkeershinder en klachten over ordeverstoring.

De genoemde straten bevinden zich in verschillende delen van Amsterdam (Oost, Zuid, West en het Centrum/Joodse buurt), wat aangeeft dat de problematiek stedebreed was. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd verantwoordelijk voor de marktwezen en de voedselvoorziening, markten en straathandel vielen direct onder zijn portefeuille. Dit schrijven illustreert de bureaucratische afhandeling van stedelijke overlast en de zoektocht naar een balans tussen handhaving en pragmatisme in het vooroorlogse Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4