Notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke commissie).
Origineel
Notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke commissie). Na 1934 (vermoedelijk eind jaren '30). -2-
De heer Reygwart, hierna het woord verkrijgende, deelt mede, dat oorspronke-
lijk in 1934 den contrôleurs geen dienst op Zondag werd opge-
dragen. Sindsdien is de dienst op de markt Uilenburg ingesteld
terwijl' in bepaalde gevallen contrôle-diensten op Zondagen
noodig bleken te zijn. Het aantal dezer contrôle-diensten is
voortdurend vermeerderd, zoodat thans in de periode van Mei
tot en met September iedere contrôleur om de 14 dagen een
contrôle-dienst op den Zondag heeft te verrichten. Zooals uit
een door spreker overgelegd rooster van den dienst op de Zon-
dagsmarkt Uilenburg blijkt, doet één contrôleur-marktopzichter
die met de leiding is belast, permanent dienst, bijgestaan
door drie andere leden van het contrôleerende personeel.
Iedere ambtenaar krijgt op die wijze één maal in de 4 weken
op de Zondagsmarkt dienst te verrichten, met dien verstande,
dat per jaar 9 contrôleurs 14 Zondagsdiensten en 2 contrôleurs
15 Zondagsdiensten hebben te verrichten, daar het aantal be-
schikbare contrôleurs 11 bedraagt. Bovendien moet éénmaal in
de 4 weken een extra contrôle-dienst verricht worden, in ver-
band met het feit, dat een contrôleur-marktopzichter permanent
dienst doet op de Zondagsmarkt Uilenburg, zoodat hem geen
contrôle-diensten op Zondagen kunnen worden opgedragen. Ziekte
onder het personeel beteekent eveneens een verzwaring van den
Zondagsdienst, terwijl' spreker nog buiten beschouwing laat de
geva'len, waarin plotseling contrôle op Zondagen noodzake'lijk
kan zijn. Met het oog op deze omstandigheden zou spreker het
op prijs stellen, indien de diensten voor de Zondagsmarkt
Uilenburg in een rooster werden opgenomen, zoodanig, dat
iedere contrôleur hoogstens één maal in de vier weken en dus
hoogstens 14 keer per jaar een Zondagsdienst kreeg toegewezen.
De overige te verrichten markt- en contrôle-diensten op Zon-
dagen, welke dus buiten den rooster zouden va'len, zijn dan
overwerkuren, waarvoor de vastgestelde vergoeding betaald
dient te worden.
De Voorzitter merkt op, dat in 1934 niet over Zondagsdiensten is gesproken,
omdat destijds voor de markt Uilenburg een andere regeling
gold; daar waren toen namelijk particuliere inners werkzaam.
De noodzaak van ventcontrôle op Zondagen is eerst in de prac-
tijk gebleken. Spreker vraagt zich af, of het niet mogelijk
is, de overige Zondagsdiensten, welke naast den door de con-
trôleurs aanvaarden marktdienst op Uilenburg verricht moeten
worden, zoodanig te verdeelen, dat daarvoor geen extra-beta-
ling noodig is. * Kern van het betoog: De heer Reygwart kaart de toegenomen werkdruk aan voor de marktcontrôleurs. Waar er in 1934 nog geen zondagsdienst bestond, moeten zij nu in het hoogseizoen (mei-september) om de week op zondag werken.
* Voorstel: Reygwart stelt voor om de diensten te maximeren op één keer per vier weken (max. 14 keer per jaar). Alles daarbuiten zou als overwerk tegen vergoeding moeten worden uitbetaald.
* Argumentatie van de voorzitter: De voorzitter wijst op de historische context: voorheen werd de inning gedaan door particulieren, waardoor ambtenaren niet nodig waren. Hij zoekt naar een oplossing waarbij de werkdruk verdeeld wordt zonder dat dit de gemeente extra geld kost ("extra-betaling").
* Taalkundige observaties: De tekst hanteert de spelling-Marchant (gebruik van 'oo' en 'ee' in open lettergrepen zoals "zoodat", "noodig", "eénal"). Er zijn enkele typografische eigenaardigheden (zoals een apostrof in plaats van of naast een 'l' in woorden als "terwijl'", "geva'len" en "noodzake'lijk"), wat duidt op een haperende typemachine. De markt op Uilenburg was een bekende en drukke markt in de voormalige Joodse buurt van Amsterdam. Omdat de zaterdag de rustdag (sabbat) was, was de zondag een cruciale marktdag voor deze gemeenschap. Dit verklaart de noodzaak voor "ventcontrôle" en marktoezicht op zondagen. Het document illustreert de verschuiving van geprivatiseerde diensten (particuliere inners) naar gemeentelijk toezicht door ambtenaren in de jaren '30, en de daaruit voortvloeiende discussies over arbeidsvoorwaarden en zondagsrust binnen het gemeentelijk apparaat.