Ambtsbrief / Betalingsherinnering (laatste waarschuwing)
Origineel
Ambtsbrief / Betalingsherinnering (laatste waarschuwing) 31 juli 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke dienst in Amsterdam) [Rechtsboven handgeschreven:]
M. Müller
[Adresblok:]
den Heer A.J. Roger,
Lindengracht 256,
Amsterdam-Centrum-
wijk 9.
[Referentie en datum:]
85/43/1 M 31 Juli 1940.
[Inhoud:]
Ten vervolge op mijn brief d.d. 25 Juli jl. (No. 85/44/3 M) bericht ik U, dat U terzake van het plaatsen van kramen op de markten per 27 Juli jl. een bedrag van ƒ 6,18 aan mijn dienst schuldig bent. Aangezien U aan mijn bovengenoemde waarschuwing geen gevolg hebt gegeven, deel ik U mede, dat ik thans onverwijld betaling van het vorenvermelde bedrag verwacht, daar ik anders Burgemeester en Wethouders zal voorstellen de U verleende vergunning voor het plaatsen van kramen in te trekken. U dient dezen brief als een laatste waarschuwing te beschouwen.
[Ondertekening:]
De Directeur,
[Linksonder handgeschreven aantekening:]
heeft 6/8 1940
betaald
[gevolgd door een onleesbare paraaf] * Onderwerp: De brief betreft een openstaande schuld van ƒ 6,18 (zes gulden en achttien cent) voor het recht om kramen op Amsterdamse markten te mogen plaatsen.
* Toon: De toon is formeel, dwingend en bureaucratisch. Het wordt expliciet een "laatste waarschuwing" genoemd.
* Sanctie: De dreiging is zwaar: het intrekken van de marktvergunning door het College van Burgemeester en Wethouders. Dit zou voor de ontvanger (waarschijnlijk een marktkoopman) het verlies van zijn broodwinning betekenen.
* Afhandeling: De handgeschreven aantekening onderaan bewijst dat de waarschuwing effect had. De ontvanger heeft minder dan een week later, op 6 augustus 1940, de schuld voldaan. * Historische periode: De brief dateert van juli 1940, slechts tweeënhalve maand na de Duitse inval en het begin van de bezetting van Nederland. Hoewel het land bezet was, bleef de reguliere gemeentelijke administratie van Amsterdam grotendeels op de oude voet doorfunctioneren voor dit soort civiele zaken.
* Locatie: De Lindengracht in de Jordaan was (en is) een bekende locatie voor markten. De geadresseerde woonde midden in dit marktgebied.
* Economische waarde: Een bedrag van ƒ 6,18 lijkt naar huidige maatstaven gering, maar in 1940 was dit voor een kleine ondernemer een substantieel bedrag (vergelijkbaar met de koopkracht van ongeveer 50 tot 60 euro vandaag de dag). Het feit dat de gemeente bij dit bedrag al met intrekking van de vergunning dreigt, duidt op een streng incassobeleid.