Getypt afschrift van een circulaire (ambtelijke brief).
Origineel
Getypt afschrift van een circulaire (ambtelijke brief). № 523 Lm. 1940 Markhr.
№ 1/5/1 M.1941 13/7
DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN. Afschrift.
Bericht op circulaire van No. 3451, afd. A. S. C.
24 Mei 1940, No. 1119, afd. ASC.
Betreffende: Topografische
kaarten. ’s-Gravenhage, 31 December 1940.
Gezien
[Paraaf in rood]
Ik heb de eer U mede te deelen, dat, ingevolge aanwijzingen van den Duitschen gevolmachtigde van den Wehrmachtbefehlshaber in Nederland voor den Topografischen Dienst in den vervolge, in afwijking van de in nevenvermelde circulaire gestelde regelen, voor aanvragen inzake nevenaangehaald onderwerp gebruik moet worden gemaakt van een bij den Topografischen Dienst verkrijgbaar gesteld aanvraagformulier.
De verstrekking van kaarten op 1:25.000, met inbegrip van vergrootingen en verkleiningen daarvan, kan tot nader order slechts plaats vinden, indien algemeen economische belangen dit vorderen.
Het aanvraagbiljet moet steeds in enkelvoud, zonder eenig begeleidend schrijven, zooveel mogelijk in machineschrift en langs de bevoegde autoriteit worden doorgezonden en wel:
a. Voor particuliere instellingen langs het bevoegde gemeentebestuur aan het bestuur van de provincie en den aldaar aanwezigen Duitschen gevolmachtigde. Het gemeentebestuur dient in de eerste plaats de noodzakelijkheid van deze kaartaanvrage te beoordeelen.
b. Voor gemeente-diensten en voor lagere burgerlijke besturen langs het bestuur der provincie en den aldaar aanwezigen Duitschen gevolmachtigde.
c. Voor rechtstreeks onder een der ministeries ressorteerende diensten langs het betrokken ministerie en den daarbij aanwezigen Duitschen gevolmachtigde.
d. Voor den Opbouwdienst langs den daarbij aanwezigen Duitschen gevolmachtigde. (Voor onderdeelen van den Opbouwdienst langs den staf van dien dienst).
e. Voor nog bestaande Nederlandsche militaire organen langs het Hoofd van het Afwikkelingsbureau van het Departement van Defensie.
De doorzending van de aanvragen dient derhalve steeds langs de Duitsche gevolmachtigden te geschieden. Elke andere weg vertraagt de behandeling van de kaartaanvragen.
JB.
DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET
DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN,
(get.) Frederiks.
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van Amsterdam,
[Handtekening J.F. Franken] l.s.
AAN DE GEMEENTEBESTUREN. * Administratieve controle: Het document illustreert de bureaucratische controle van de Duitse bezetter op strategische informatie. Topografische kaarten (schaal 1:25.000) zijn militair gevoelig; daarom mocht de distributie ervan alleen plaatsvinden als er een "economisch belang" was en na goedkeuring door een Duitse gevolmachtigde.
* Hiërarchie: De brief legt een strikte hiërarchie vast voor aanvragen. Particulieren moesten via de gemeente en provincie naar de bezetter; overheidsdiensten via hun respectievelijke ministeries.
* Sleutelfiguren: Karel Johannes Frederiks was de Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken tijdens de bezetting. Hij probeerde het Nederlandse bestuursapparaat draaiende te houden om directe Duitse overname te voorkomen, wat vaak leidde tot dit soort compromissen in de uitvoering van bezettingsmaatregelen.
* Staat van het document: Het betreft een officieel afschrift, bedoeld voor verspreiding onder gemeentebesturen (in dit geval Amsterdam), voorzien van archiefstempels en een verificatiehandtekening van de gemeentesecretaris. Dit document stamt uit de vroege fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (december 1940). Na de Nederlandse overgave in mei 1940 kwam het land onder het bestuur van een Reichskommissariat onder leiding van Seyss-Inquart. De Nederlandse ministeries bleven functioneren onder leiding van hun Secretarissen-Generaal, maar moesten verantwoording afleggen aan Duitse functionarissen.
De "Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden" (Friedrich Christiansen) had een direct belang bij het controleren van geografische informatie om verzetsactiviteiten te bemoeilijken en de verdediging van de kuststrook (de latere Atlantikwall) te beschermen. De vermelding van de "Opbouwdienst" (punt d) is saillant; dit was de organisatie die in de plaats kwam van het gedemobiliseerde Nederlandse leger en die later door de Duitsers zou worden omgevormd tot de Nederlandsche Arbeidsdienst (NAD).