Officiële circulaire/dienstbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële circulaire/dienstbrief van de Gemeente Amsterdam. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). [Links boven, stempel/handschrift:] Nº 202
[Midden boven, stempel:] L.M. 1941
GEMEENTE AMSTERDAM
[Lijn]
AFD Algemeene Zaken AMSTERDAM, 3 Februari 1941.
No.
[Links, verticaal stempel met handgeschreven toevoeging:]
BIJLAGEN
Nº 1/12/1 M. 1941 7/2
[Rechts boven, stempel in kader:]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN
EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
[Rechts boven, handgeschreven in rood/potlood:] m Du [?]
[Hoofdtekst, getypt:]
Het is mij gebleken, dat de brieven van den Beauftragte van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, Dr. Böhmcker, welke U om advies en/of bericht worden toegezonden, niet steeds door de betrokken afdeelingen met den gewenschten spoed worden behandeld.
Ik moge een beroep op Uw medewerking in dezen doen en verzoek U, uiterlijk binnen 4 dagen na ontvangst van het desbetreffende stuk, mij Uw bericht en/of advies te willen doen zenden.
Indien overschrijding van dezen termijn noodzakelijk is, dan gelieve het hoofd Uwer afdeeling hieromtrent overleg te plegen met den waarnemend Gemeentesecretaris.
[Links onder:]
n Hu. [handgeschreven paraaf]
Aan [open gelaten]
[Rechts onder:]
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: Edward Voûte]
[Links onderaan, margedruk:]
Model G. A. 5
5000-12-'40
[Rechts onderaan:] / In deze brief spreekt burgemeester Edward Voûte de verschillende afdelingshoofden van de gemeente Amsterdam vermanend toe. De kern van de boodschap is een klacht over de trage verwerking van post afkomstig van Dr. Hans Böhmcker, de Beauftragte (gevolmachtigde) van de Rijkscommissaris voor Amsterdam.
Voûte stelt een zeer strikte deadline in: ambtenaren moeten voortaan binnen vier dagen reageren op verzoeken van de Duitse toezichthouder. Indien dit niet lukt, moet de afdelingschef persoonlijk verantwoording afleggen bij de waarnemend gemeentesecretaris. Het document illustreert hoe het gemeentebestuur onder druk werd gezet (of zichzelf onder druk zette) om de Duitse bezettingsmacht zo efficiënt mogelijk ter wille te zijn. Vertragingen in de bureaucratie, die soms als vorm van passief verzet werden ingezet, moesten door deze maatregel worden de kop in worden gedrukt. De datum van de brief, 3 februari 1941, is historisch zeer saillant. Het is slechts drie weken vóór de uitbraak van de Februaristaking. De spanningen in Amsterdam liepen in deze periode hoog op door de toenemende anti-Joodse maatregelen.
Hans Böhmcker, de in de tekst genoemde 'Beauftragte', was de directe vertegenwoordiger van Seyss-Inquart in Amsterdam en hield scherp toezicht op het stadhuis. Hij was de drijvende kracht achter de instelling van de Joodsche Raad, kort na het versturen van deze brief.
Edward Voûte was door de bezetter aangesteld als burgemeester nadat de reglementaire burgemeester De Vlugt was ontslagen. Hoewel Voûte na de oorlog beweerde dat hij aanbleef om "erger te voorkomen", toont dit document aan dat hij zorgde voor een rimpelloze uitvoering van Duitse bevelen door de gemeentelijke bureaucratie te dwingen tot bliksemsnelle medewerking.