Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 13 december 1940. [Stempels bovenaan:]
Nº 208 L.M. 1941
No. 577 Bur. G. 1940.
Nº 1/13/1 M. 1941
[Handgeschreven:] 10/2
[Handgeschreven rechtsboven:]
D. M.
Aanwijzing vasten Deurwaarder voor de Gemeente.
[Handgeschreven paraaf/naam:] H. Nijland (?) z-h.
[Handgeschreven linksboven:]
Gezien [onleesbare paraaf in rood]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag, 13 December 1940.
Op voorstel van den waarnemenden Gemeentesecretaris wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
B e s l u i t e n :
als vasten deurwaarder voor de Gemeente aan te wijzen: Joh. H. Hamann, Deurwaarder bij het Gerechtshof te Amsterdam – zulks ter vervanging van Harry Waterman, aangewezen bij hun besluit van 2 Juli 1937, No. 440 P.W. 1937, die bij brief van den Secretaris-Generaal, waarnemend Hoofd van het Departement van Justitie, dd. 21 November 1940 van de waarneming van de functie van Deurwaarder bij het gemelde Gerechtshof is ontheven – en wel voor den duur van de bedoelde ontheffing.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan alle afdeelingen van de Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks), het Pensioenbureau en aan den Gemeenteontvanger.
ET
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
l.s. [loco-secretaris] Dit document is een officieel administratief besluit van het Amsterdamse college van B&W uit de eerste winter van de Duitse bezetting. De kern van het besluit is de vervanging van deurwaarder Harry Waterman door Joh. H. Hamann.
Opvallend is de formele taal en de verwijzing naar de hiërarchie van die tijd. De ontheffing van Waterman is niet direct een besluit van de gemeente zelf, maar vloeit voort uit een beslissing van de Secretaris-Generaal van Justitie (destijds J.C. Tenkink of diens opvolger onder Duits toezicht). De term "voor den duur van de bedoelde ontheffing" suggereert op papier een tijdelijkheid, maar de context van die tijd wijst op een definitieve verwijdering uit de openbare dienst. De datum van het besluit (13 december 1940) en de ontheffing van Harry Waterman op 21 november 1940 zijn historisch zeer significant. In de herfst van 1940 voerden de Duitse bezetters de zogenaamde "Ariërverklaring" in, gevolgd door het ontslag van alle Joodse ambtenaren en functionarissen in openbare dienst.
De naam Harry Waterman is een Joodse naam. De ontheffing uit zijn functie als deurwaarder bij het Gerechtshof past exact in de tijdlijn van de zuivering van het ambtelijk apparaat van Joden. Dit document is daarmee een bureaucreatisch bewijsstuk van de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen op lokaal niveau in Amsterdam, waarbij Joodse functionarissen werden vervangen door niet-Joodse collega's. De gemeente Amsterdam voerde hierbij de opdrachten uit die van hogerhand (het Departement van Justitie, dat onder toezicht stond van de bezetter) waren opgelegd.