Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 20 februari 1941. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Linksboven, gestempeld/getypt:]
Nº 1/17/1 M.1941 2/3
[Midden boven:]
GEMEENTE AMSTERDAM
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Mr. Mouw.
[Rechtsonder de kop:]
AMSTERDAM, 20 Februari 1941.
[Kader rechts:]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
[Linksonder de kop:]
AFD. ASS.
No. VII B 8
BIJLAGEN
[Handgeschreven aantekening links:]
1/41/1 17 1927.
[Handgeschreven paraaf rechtsboven de tekst:]
mr. Dir [?]
[Tekstlichaam:]
Bij besluit van 14 Mei 1937, No XIV/16/1937 Bur. A.D. noodig-
den wij U uit, geen wijzigingen in de bestaande bewakingsovereen-
komsten te brengen, nieuwe overeenkomsten aan te gaan of rege-
lingen voor bewaking te treffen zonder toestemming van den Wet-
houder voor de Gemeentelijke Assurantiezaken.
Het is in den laatsten tijd enkele malen voorgekomen, dat
met dit besluit niet voldoende rekening is gehouden.
Wij verzoeken U in voorkomende gevallen te willen handelen
overeenkomstig het bepaalde in genoemd besluit en derhalve alle
veranderingen in de bewaking of voorstellen van nieuwe bewaking
aan den Wethouder voor de Assurantiezaken voor te leggen.
[Handgeschreven initialen links:]
v. d. B.
[Ondertekening:]
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
[Onduidelijke handtekening]
de secretaris,
J. F. Franken.
[Onderaan links:]
Aan
Heeren hoofden van diensten en
bedrijven en Chefs der Afdeelingen
ter Gemeentesecretarie.
[Linksonder in de kantlijn:]
Model G.A.
25.000-3-'40 Dit document is een officiële berisping of herinnering gericht aan de hoofden van de Amsterdamse gemeentelijke diensten. De kern van de boodschap is administratieve centralisatie: alle besluiten over de bewaking van gemeentelijke eigendommen moeten vooraf worden goedgekeurd door de Wethouder voor Assurantiezaken.
De tekst refereert aan een besluit uit 1937, wat aangeeft dat de gemeente probeert de bestaande bureaucratische orde te handhaven. De noodzaak voor deze brief ontstond doordat diensten blijkbaar op eigen houtje wijzigingen hadden doorgevoerd in hun bewakingsregelingen. De brief getuigt van een strikte hiërarchische structuur binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat. De datum van de brief, 20 februari 1941, plaatst dit document in een zeer beladen historische context. Het is minder dan een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam verkeerde in deze specifieke week in een staat van uiterste spanning:
* Slechts enkele dagen na deze brief, op 22 en 23 februari 1941, vonden de eerste grote razzia's op Joodse mannen plaats op het Jonas Daniël Meijerplein.
* Dit leidde direct tot de Februaristaking op 25 en 26 februari 1941.
Hoewel de inhoud van de brief op het eerste gezicht louter administratief lijkt (verzekeringen en bewaking), kan de nadruk op controle over "bewakingsovereenkomsten" in oorlogstijd niet los worden gezien van de algemene behoefte van het gezag om toezicht te houden op wie er toegang had tot en toezicht hield op publieke gebouwen. De ondertekenaar, de secretaris J.F. Franken, was een invloedrijke figuur binnen de gemeentelijke administratie die gedurende de bezetting probeerde de continuïteit van de stad te waarborgen. De toenmalige burgemeester, Willem de Vlugt, zou kort na deze brief (begin maart 1941) door de bezetter worden ontslagen ten gunste van de pro-Duitse Edward Voûte.