Officieel decreet en afkondiging van de bezettingsautoriteit.
Origineel
Officieel decreet en afkondiging van de bezettingsautoriteit. 1 maart 1941. Artikel 8.
Deze verordening treedt in werking op den dag harer afkondiging.
's-Gravenhage, 1 Maart 1941.
De Rijkscommissaris voor het bezette
Nederlandsche gebied:
SEYS-INQUART.
D E C R E E T
van den Rijkscommissaris voor het bezette Neder-
landsche gebied ter uitvoering van de Eerste
Verordening betreffende buitengewone maatregelen
op staats- en administratiefrechtelijk gebied.
In overeenstemming met artikel 6 van mijn Verordening No. 36/1941
(Eerste Verordening, betreffende buitengewone maatregelen op staats-
en administratiefrechtelijk gebied) bepaal ik:
De voorschriften van bovengenoemde verordening zijn met ingang
van den dag van inwerkingtreding dier verordening (artikel 8) op de
gemeenten Amsterdam, Hilversum en Zaandam van toepassing.
's-Gravenhage, 1 Maart 1941.
EL
De Rijkscommissaris voor het bezette
Nederlandsche gebied:
SEYS-INQUART. * Structuur: Het document bestaat uit twee delen. Het bovenste deel is het slotartikel (Artikel 8) van een algemene verordening, waarin de inwerkingtreding wordt vastgelegd. Het onderste deel is een specifiek "DECREET" dat uitvoering geeft aan die verordening.
* Inhoud: Het decreet bepaalt dat de "buitengewone maatregelen" uit Verordening No. 36/1941 onmiddellijk van toepassing worden verklaard op drie specifieke gemeenten: Amsterdam, Hilversum en Zaandam.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar Artikel 6 van de genoemde verordening, wat de Rijkscommissaris de bevoegdheid gaf om administratieve sancties op te leggen aan gemeenten.
* Signatuur: Beide delen zijn ondertekend door Seyss-Inquart, de hoogste civiele gezagsdrager in bezet Nederland. De initialen "EL" verwijzen waarschijnlijk naar de ambtenaar die de tekst heeft opgesteld of getypt. Dit document is direct verbonden met de nasleep van de Februaristaking (25-26 februari 1941). De staking, die begon in Amsterdam en zich uitbreidde naar de Zaanstreek en Hilversum, was het eerste grootschalige openlijke verzet tegen de Jodenvervolging in bezet Europa.
De reactie van de Duitse bezetter was hard en repressief. De in het document genoemde "Verordening No. 36/1941" stelde de bezetter in staat om in te grijpen in het burgerlijk bestuur van gemeenten die "onbetrouwbaar" waren gebleken. Als straf voor de staking werden de gemeentebesturen van Amsterdam, Hilversum en Zaandam ontbonden of onder direct toezicht geplaatst. In Amsterdam leidde dit onder andere tot het ontslag van burgemeester De Vlugt en de aanstelling van de pro-Duitse Edward Voûte. Dit decreet vormt dus de formele juridische basis voor de politieke gelijkschakeling en repressie in de steden die het hart van de staking vormden.