Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 50
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (kopie) met diverse ambtelijke stempels en aantekeningen.

14 maart 1941. Van: Commissaris der Provincie Noord-Holland, Kabinet. Aan: De Regeringscommissaris voor de gemeente Amsterdam (Edward Voûte).

Origineel

Getypte brief (kopie) met diverse ambtelijke stempels en aantekeningen. 14 maart 1941. Commissaris der Provincie Noord-Holland, Kabinet. De Regeringscommissaris voor de gemeente Amsterdam (Edward Voûte). [Stempels bovenaan:]
№ 1/22/1
Nº 303 M. 1941 21/3
L.M. 1941

Commissaris der
Provincie Noord-
holland.

Copie.
No. 114 Bur.G. 1941.

Haarlem, 14 Maart 1941.

KABINET.
No. 54
Onderwerp:
Positie Regeeringscommissaris.
Vervolg op brief van 11 Maart 1941,
no.54, Kabinet.

Ten vervolge op mijn nevensvermelden brief heb ik de eer er Uw aandacht op te vestigen, dat, wat het onderteekenen van stukken betreft, de onderteekening van bevelschriften tot betaling door den Regeeringscommissaris geschiedt zonder mede-onderteekening van een wethouder.

Voor zooveel noodig zij nog opgemerkt, dat de bevoegdheid ingevolge art. 75, tweede lid, der Gemeentewet om een of meer ambtenaren aan te wijzen, belast met het onderteekenen van bepaalde stukken, alsmede die, om met toepassing van art. 78 tweede lid, een gemachtigde aan te wijzen voor vertegenwoordiging bij buitengerechtelijke handelingen, onverkort blijven bestaan; vroeger daartoe verleende machtigingen blijven, behoudens intrekking, van kracht.

De vervanging van den Regeeringscommissaris ingeval van ziekte of afwezigheid zal m.i. moeten worden geregeld in de in artikel 7 van Verordening no.36/1941 bedoelde "Verwaltungsanordnungen". Het lijkt aangewezen, dat de Regeeringscommissaris in de gevallen, bedoeld bij art. 84, eerste lid, der Gemeentewet, in den regel wordt vervangen door een wethouder, door hem aangewezen.

De plaats en de taak van de wethouders is juridisch onvoldoende gefundeerd. Het is evenwel de bedoeling zooveel mogelijk aan te sluiten bij den bestaanden feitelijken toestand.

Hoewel de Regeeringscommissaris te allen tijde verder kan gaan, lijkt het om practische redenen raadzaam de ontbinding van "alle

Aan
den heer Regeeringscommissaris
voor de gemeente Amsterdam. Dit document betreft een instructiebrief over de bestuurlijke inrichting van Amsterdam kort na de installatie van een Regeringscommissaris door de Duitse bezetter. De kernpunten zijn:

  1. Concentratie van macht: De Regeringscommissaris krijgt de bevoegdheid om betaalopdrachten ("bevelschriften") te ondertekenen zonder dat daar de handtekening van een wethouder voor nodig is. Dit markeert een breuk met het democratische principe van checks and balances.
  2. Continuïteit van administratie: Bestaande machtigingen voor ambtenaren om stukken te tekenen blijven van kracht om de dagelijkse gang van zaken niet te verstoren.
  3. Vervanging: Er wordt geadviseerd dat een wethouder de commissaris bij ziekte vervangt, maar er wordt expliciet verwezen naar Duitse "Verwaltungsanordnungen" (bestuursvoorschriften), wat de ondergeschiktheid aan het Duitse gezag onderstreept.
  4. Status van wethouders: De brief erkent dat de positie van de wethouders juridisch wankel is geworden onder het nieuwe regime, maar adviseert om voorlopig de schijn van de oude situatie ("feitelijken toestand") aan te houden. De datum van deze brief, 14 maart 1941, is cruciaal. Minder dan drie weken eerder vond de Februaristaking plaats als protest tegen de Jodenvervolging. Als directe reactie hierop ontsloeg de Duitse bezetter (onder leiding van Rijkscommissaris Seyss-Inquart) het democratisch gekozen gemeentebestuur van Amsterdam.

Op 1 maart 1941 werd de pro-Duitse Edward Voûte aangesteld als 'Regeringscommissaris', een functie die de rollen van burgemeester en gemeenteraad verenigde. Deze brief van de Provincie Noord-Holland dient om Voûte te instrueren over hoe hij zijn nieuwe, dictatoriale bevoegdheden binnen de bestaande Nederlandse bureaucreatie moet inpassen, terwijl de bezetter tegelijkertijd het 'Führerprinzip' invoerde in het lokaal bestuur. De tekst eindigt abrupt bij de suggestie tot ontbinding van "alle" (waarschijnlijk commissies of adviesorganen), wat wijst op een verdere sanering van het oude bestuursapparaat.

Samenvatting

Dit document betreft een instructiebrief over de bestuurlijke inrichting van Amsterdam kort na de installatie van een Regeringscommissaris door de Duitse bezetter. De kernpunten zijn:

  1. Concentratie van macht: De Regeringscommissaris krijgt de bevoegdheid om betaalopdrachten ("bevelschriften") te ondertekenen zonder dat daar de handtekening van een wethouder voor nodig is. Dit markeert een breuk met het democratische principe van checks and balances.
  2. Continuïteit van administratie: Bestaande machtigingen voor ambtenaren om stukken te tekenen blijven van kracht om de dagelijkse gang van zaken niet te verstoren.
  3. Vervanging: Er wordt geadviseerd dat een wethouder de commissaris bij ziekte vervangt, maar er wordt expliciet verwezen naar Duitse "Verwaltungsanordnungen" (bestuursvoorschriften), wat de ondergeschiktheid aan het Duitse gezag onderstreept.
  4. Status van wethouders: De brief erkent dat de positie van de wethouders juridisch wankel is geworden onder het nieuwe regime, maar adviseert om voorlopig de schijn van de oude situatie ("feitelijken toestand") aan te houden.

Historische Context

De datum van deze brief, 14 maart 1941, is cruciaal. Minder dan drie weken eerder vond de Februaristaking plaats als protest tegen de Jodenvervolging. Als directe reactie hierop ontsloeg de Duitse bezetter (onder leiding van Rijkscommissaris Seyss-Inquart) het democratisch gekozen gemeentebestuur van Amsterdam.

Op 1 maart 1941 werd de pro-Duitse Edward Voûte aangesteld als 'Regeringscommissaris', een functie die de rollen van burgemeester en gemeenteraad verenigde. Deze brief van de Provincie Noord-Holland dient om Voûte te instrueren over hoe hij zijn nieuwe, dictatoriale bevoegdheden binnen de bestaande Nederlandse bureaucreatie moet inpassen, terwijl de bezetter tegelijkertijd het 'Führerprinzip' invoerde in het lokaal bestuur. De tekst eindigt abrupt bij de suggestie tot ontbinding van "alle" (waarschijnlijk commissies of adviesorganen), wat wijst op een verdere sanering van het oude bestuursapparaat.

Kooplieden in dit dossier 1