Extract uit het Boek der Besluiten van de Regeringscommissaris.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Regeringscommissaris. 9 mei 1941. № 1/40/1 M. 1341 16/5 [handgeschreven]
Gezien [stempel met paraaf]
No. 22/3a Arb. 1941.
528 Lm. 1941 [handgeschreven]
Marktw. [handgeschreven]
Tot het ter kennis brengen van de hoofden van dienst van het door het College van Rijksbemiddelaars krachtens de wet algemeen verbindend verklaren eener collectieve arbeidsovereenkomst en tot het geldend verklaren van die artikelen der collectieve arbeidsovereenkomst op bestekswerken, die niet door genoemd College krachtens de wet algemeen verbindend zijn verklaard, alsmede tot wijziging der besteksloonlijst.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam.
Vrijdag, 9 Mei 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam;
Gezien een missive van den R.K. Bouwvakarbeidersbond St. Joseph van April 1941, No. B/40, houdende toezending van een exemplaar eener collectieve arbeidsovereenkomst voor het schildersbedrijf in Nederland, welke overeenkomst bij beschikking van het College van Rijksbemiddelaars van 28 Februari 1941, opgenomen in de Nederlandsche Staatscourant van 4 Maart 1941, No. 44, met ingang van 3 Maart 1941 grootendeels algemeen verbindend is verklaard;
Gelet op het bepaalde in art. 19(1) en (5) der "Bepalingen omtrent minimum-loon, maximum-arbeidsduur en huisvesting in bestekken voor gemeentewerken";
B e s l u i t :
I a. ter kennis te brengen van de hoofden der gemeentelijke takken van dienst, dat het College van Rijksbemiddelaars algemeen verbindend heeft verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst voor het schildersbedrijf in Nederland, in werking getreden op 3 Maart 1941 en eindigende op 31 December 1941;
b. de hoofden van genoemde takken van dienst uit te noodigen, er op toe te zien, dat de bepalingen van de onder a vermelde collectieve arbeidsovereenkomst worden nageleefd, met betrekking tot onder hun directie uit te voeren werken, waarop van toepassing zijn de "Bepalingen omtrent minimum-loon, maximum-arbeidsduur en huisvesting in bestekken voor gemeentewerken";
II die artikelen der bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, die niet door het College van Rijksbemiddelaars verbindend zijn verklaard, aan te nemen als geldend voor het desbetreffende bedrijf gedurende den duur dier overeenkomst;
III in de lijst van minimum-loonen, als bedoeld sub II van de "Bepalingen omtrent minimum-loon, maximum-arbeidsduur en huisvesting in bestekken voor gemeentewerken", vastgesteld bij besluit van Burgemeester en Wethouders van 24 Maart 1939, No. 22/4a Arb., laatstelijk gewijzigd bij besluit van den Regeeringscommissaris van 21 Maart 1941, No. 22/1 a Arb. 1941, de volgende wijziging aan te brengen:
achter:
"schilder" wordt in plaats van: "62 cent", gelezen: "65 cent".
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Arbeidszaken (10 stuks) en Publieke Werken (10 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst, (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger.
EL
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een officieel besluit van de Regeringscommissaris van Amsterdam betreffende de arbeidsvoorwaarden in de schilderssector. De kern van het besluit is drieledig:
1. Het formeel informeren van gemeentelijke diensten over de nieuwe Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor schilders.
2. Het verplicht stellen van de CAO-bepalingen voor gemeentelijke werken, ook voor die onderdelen die wettelijk (nog) niet algemeen verbindend waren verklaard.
3. Een specifieke loonsverhoging voor schilders in de gemeentelijke besteksloonlijst: het uurloon stijgt van 62 naar 65 cent.
Het document weerspiegelt de bureaucratische nauwkeurigheid van het gemeentebestuur en de strakke regie op loonvorming tijdens de vroege oorlogsjaren. Het document dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was het democratisch gekozen gemeentebestuur van Amsterdam al buitenspel gezet. De functie van "Regeringscommissaris" (in dit geval Edward Voûte) verving de macht van de gemeenteraad en het college van B&W.
De verwijzing naar het "College van Rijksbemiddelaars" is belangrijk; dit orgaan controleerde de lonen en arbeidsvoorwaarden om inflatie te beheersen en sociale onrust te voorkomen, wat essentieel was voor de bezetter om de economie draaiende te houden. De loonsverhoging van 3 cent (van 62 naar 65 cent) lijkt marginaal, maar was in die tijd een significante aanpassing voor de beroepsgroep schilders binnen de gemeentelijke projecten (bestekswerken). De betrokkenheid van de R.K. Bouwvakarbeidersbond St. Joseph toont aan dat de verzuilde vakbonden in het voorjaar van 1941 nog enigszins actief waren, voordat zij later dat jaar door de bezetter werden gelijkgeschakeld of opgeheven. J.F. Franken R.K. Bouwvakarbeidersbond W. Publieke Werken