Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 101
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Regeringscommissaris voor Amsterdam.

Vrijdag 16 mei 1941.

Origineel

Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Regeringscommissaris voor Amsterdam. Vrijdag 16 mei 1941. [Handgeschreven linksboven:] № 1/45/1
[Handgeschreven middenboven:] M. 1941 29/5
[Handgeschreven linksmidden:] 564 am. 1941
[Handgeschreven rechtsboven:] Makkink / div [?] / Th Franken [paraaf]

No. 798 P.W. 1940.

Vaststelling Algemeene Bepalingen, toepasselijk op de werken van den Dienst der Publieke Werken.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam.

Vrijdag, 16 Mei 1941.

De Wethouder voor de Publieke Werken herinnert aan het besluit van Burgemeester en Wethouders van 30 September 1932, No. 1091b P.W. 1930, waarbij werden goedgekeurd en mitsdien vastgesteld nieuwe Algemeene Bepalingen toepasselijk op de werken van den Dienst der Publieke Werken van de gemeente Amsterdam (A.B.).

De Wethouder voornoemd deelt vervolgens mede, dat in de A.B. is voorgeschreven, dat de Algemeene Voorschriften van het Departement van Waterstaat (A.V.) van 1 Februari 1901 met de daarin tot en met 1 Augustus 1930 aangebrachte wijzigingen en aanvullingen op bovenbedoelde werken van toepassing zijn en dat thans bij beschikking van den Minister van Waterstaat van 25 Maart 1938 nieuwe Algemeene Voorschriften voor de uitvoering en het onderhoud van werken onder beheer van het Departement van Waterstaat zijn vastgesteld. Tengevolge hiervan dienen de bij bovengenoemd besluit vastgestelde A.B. met de nieuwe A.V. in overeenstemming te worden gebracht.

Daar de nieuwe A.V. ten opzichte van die, vastgesteld op 1 Februari 1901, zoowel wat opzet als wat inhoud betreft, geheel zijn gewijzigd, was het gewenscht bij de herziening der A.B. niet te volstaan met het aanbrengen van wijzigingen en/of aanvullingen, doch een geheel nieuw concept op te stellen, waarbij de A.V. zooveel mogelijk op den voet zijn gevolgd. Bij de opstelling van dit concept is voorts rekening gehouden met het besluit van den Gemeenteraad van 25 September 1940, No. 436, tot herziening van de bepalingen, omtrent minimum-loon, maximum-arbeidsduur en huisvesting in bestekken voor gemeentewerken, alsmede met het besluit van den Regeeringscommissaris van heden, No. 119, tot wijziging van het besluit van den Gemeenteraad van 28 September 1932, No. 655, waarbij werden vastgesteld de in de bestekken der Gemeente omtrent arbitrage in geschillen toepasselijk te verklaren bepalingen.

De Wethouder brengt daarna ter tafel een ontwerp der A.B., waarin bovenbedoelde wijzigingen zijn opgenomen.

Op zijn voorstel wordt hierop door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam, lettende op de rapporten van den Directeur der Publieke Werken, dd. 4 December 1940, No. 11184 en dd. 12 Februari 1941, No. 11750/Doss. 10108 Secr., alsmede op den brief van den Wethouder voor de Arbeidszaken, dd. 13 Maart 1941, No. 293 Arb., den kantbrief van den Wethouder voor de Belastingen, dd. 23 Januari 1941, No. 928 Bel. 1940 en op het advies van den Gemeente-advocaat, dd. 18 Maart 1941, besloten:

I. in te trekken de bij besluit van Burgemeester en Wethouders van 30 September 1932, No. 1091 b P.W. 1930 vastgestelde Algemeene Bepalingen toepasselijk op de werken van den Dienst der Publieke Werken van de gemeente Amsterdam met de daarin nader aangebrachte wijzigingen, met dien verstande, dat deze bepalingen van kracht blijven voor zooveel zij thans reeds op bestede of nog te besteden werken en leveringen van toepassing zijn verklaard;

II. goed te keuren en mitsdien vast te stellen de Algemeene Bepalingen, toepasselijk op de werken van den Dienst der Publieke Werken van de gemeente Amsterdam, zooals deze onder volgnr. 44 in afdeeling 3 van het Gemeenteblad 1941 zullen worden opgenomen.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Publieke Werken (10 stuks), Arbeidszaken (10 stuks), Gemeente bedrijven (6 stuks), Handelsinrichtingen (3 stuks), Volkshuisvesting (3 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst, het Pensioenbureau en den Gemeenteontvanger.

EL

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN Dit document betreft een formeel besluit om de algemene voorwaarden voor openbare werken in Amsterdam te moderniseren. De kernpunten zijn:
* Modernisering: De oude regels uit 1932 voldeden niet meer aan de landelijke normen van het Ministerie van Waterstaat uit 1938.
* Arbeidsvoorwaarden: In de nieuwe bepalingen zijn recente besluiten over minimumloon, maximale werktijden en de huisvesting van arbeiders bij gemeenteprojecten verwerkt.
* Juridische afstemming: Er is nieuwe regelgeving toegevoegd met betrekking tot arbitrage (geschillenbeslechting) bij bouwprojecten.
* Besluitvorming: Het besluit trekt de oude verordening in en stelt de nieuwe vast, welke gepubliceerd zal worden in het Gemeenteblad van 1941. Dit document is geproduceerd tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is hierbij cruciaal. In het begin van 1941 onthieven de bezettingsautoriteiten de democratisch gekozen gemeenteraad en het college van B&W uit hun functie. In hun plaats kwam een regeringscommissaris (in Amsterdam was dit de pro-Duitse Edward Voûte) die met dictatoriale bevoegdheden de stad bestuurde.

Hoewel de politieke structuur ingrijpend veranderde, ging het dagelijks administratief beheer van de stad – zoals het onderhoud van wegen en bruggen door de Dienst der Publieke Werken – gewoon door. Dit document illustreert hoe ambtelijke molens bleven draaien om technische en arbeidsrechtelijke bepalingen in lijn te brengen met de veranderende wetgeving, ondanks de oorlogssituatie. De verwijzing naar besluiten uit september 1940 (vlak na de inval) toont aan dat men ook onder de nieuwe orde de regelgeving voor arbeiders (loon en uren) trachtte te codificeren in officiële bestekken.

Samenvatting

Dit document betreft een formeel besluit om de algemene voorwaarden voor openbare werken in Amsterdam te moderniseren. De kernpunten zijn:
* Modernisering: De oude regels uit 1932 voldeden niet meer aan de landelijke normen van het Ministerie van Waterstaat uit 1938.
* Arbeidsvoorwaarden: In de nieuwe bepalingen zijn recente besluiten over minimumloon, maximale werktijden en de huisvesting van arbeiders bij gemeenteprojecten verwerkt.
* Juridische afstemming: Er is nieuwe regelgeving toegevoegd met betrekking tot arbitrage (geschillenbeslechting) bij bouwprojecten.
* Besluitvorming: Het besluit trekt de oude verordening in en stelt de nieuwe vast, welke gepubliceerd zal worden in het Gemeenteblad van 1941.

Historische Context

Dit document is geproduceerd tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is hierbij cruciaal. In het begin van 1941 onthieven de bezettingsautoriteiten de democratisch gekozen gemeenteraad en het college van B&W uit hun functie. In hun plaats kwam een regeringscommissaris (in Amsterdam was dit de pro-Duitse Edward Voûte) die met dictatoriale bevoegdheden de stad bestuurde.

Hoewel de politieke structuur ingrijpend veranderde, ging het dagelijks administratief beheer van de stad – zoals het onderhoud van wegen en bruggen door de Dienst der Publieke Werken – gewoon door. Dit document illustreert hoe ambtelijke molens bleven draaien om technische en arbeidsrechtelijke bepalingen in lijn te brengen met de veranderende wetgeving, ondanks de oorlogssituatie. De verwijzing naar besluiten uit september 1940 (vlak na de inval) toont aan dat men ook onder de nieuwe orde de regelgeving voor arbeiders (loon en uren) trachtte te codificeren in officiële bestekken.

Kooplieden in dit dossier 1