Archiefdocument
Origineel
3 juli 1941. De Regeringscommissaris voor Amsterdam (Edward Voûte). Hoofden van Diensten, Bedrijven en Administratiën van de Gemeente Amsterdam. GEMEENTE AMSTERDAM
No. 269 Bur. G. ㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤ Amsterdam, 3 Juli 1941.
ㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤMEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
ㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤNAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN
ㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤEN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
$N^o$ 1/53/2 M. 1941 4/7 [handgeschreven paraaf: m. dir]
ㅤㅤㅤㅤㅤㅤTen vervolge op mijn schrijven van 1 dezer
No. 269 Bur. G., bericht ik U, dat de portretten
e.d. zullen worden bewaard in het Stedelijk
Museum.
ㅤㅤㅤㅤㅤㅤU gelieve de portretten e.d. aldaar te
doen afgeven; op den achterkant dient op een
opgeplakt stuk papier de naam van den dienst
te worden vermeld.
ㅤㅤㅤㅤㅤㅤDe Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
ㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤㅤ[Ondertekening: Voûte]
Aan Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën.
Model G.A. 5
5000-4-'41 Deze korte, zakelijke instructie van 3 juli 1941 geeft de opdracht aan alle hoofden van gemeentelijke diensten in Amsterdam om "portretten e.d." over te dragen aan het Stedelijk Museum voor opslag. De brief specificeert dat elk stuk op de achterzijde gelabeld moet worden met de naam van de betreffende dienst.
Het document is ondertekend door de "Regeeringscommissaris", een functie die door de Duitse bezetter was ingesteld ter vervanging van de burgemeester en de wethouders. De ondertekenaar is Edward Voûte, die in maart 1941 in deze functie werd aangesteld. De archiefcodes ($N^o$ 1/53/2 M. 1941) duiden op de administratieve verwerking binnen het toenmalige stadhuis. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De instructie om portretten te verwijderen en op te slaan in het Stedelijk Museum heeft een directe politieke achtergrond.
Na de installatie van Edward Voûte als regeringscommissaris in 1941, na het ontslag van het democratisch gekozen stadsbestuur naar aanleiding van de Februaristaking, begon een proces van 'nazificatie' en het verwijderen van symbolen van de Nederlandse monarchie en de oude democratische orde uit het publieke zicht.
De term "portretten e.d." (en dergelijke) verwijst in deze context specifiek naar portretten van leden van het Huis van Oranje-Nassau, zoals koningin Wilhelmina en prinses Juliana. De Duitse bezetter en hun NSB-sympathisanten duldden deze afbeeldingen niet langer in officiële overheidsgebouwen. Door ze "te bewaren" in het Stedelijk Museum werden ze effectief uit de ambtelijke ruimtes verwijderd zonder ze direct te vernietigen, wat destijds een gebruikelijke tactiek was om de schijn van respect voor nationaal erfgoed op te houden terwijl de politieke invloed werd weggewerkt. Dit document markeert dus een moment van zuivering van het Amsterdamse ambtenarenapparaat van koningsgezinde symboliek. Gemeente Amsterdam NSB Stadhuis