Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten).
Origineel
Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten). 4 juli 1941. [Stempel linksboven:]
Nº 1/58/M.1341 18/7
No. 407 G.B. 1941.
[Handgeschreven:] 700 Lm. 1941
[Handgeschreven rechtsboven:] Maartw [?]
Werkzaamheden met betrekking tot electrische, gas- en waterleidinginstallaties in gemeente-eigendommen.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam.
Vrijdag, 4 Juli 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Gemeentebedrijven wordt het volgende besluit genomen:
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam;
Gezien het rapport van de Directie van het Gemeente-energiebedrijf, dd. 8 April 1941, No. B.712, en het rapport van den Directeur der Gemeentewaterleidingen, dd. 1 Mei 1941, No. 813/7;
Gelet op het advies van den Wethouder voor de Publieke Werken, dd. 25 Juni 1941. No. 378 P.W.1941;
B e s l u i t :
I in te trekken de besluiten van Burgemeester en Wethouders van 1 Februari 1918, No. 2434 (No. 402 G.B. 1918), 30 Maart 1923, No. C.1496 (No. 641 G.B. 1923), en 5 September 1930, No. 1289 P.W. 1929 (No. 1371 G.B. 1930);
II te bepalen, dat alle werkzaamheden met betrekking tot electrische installaties, gasinstallaties en waterleidinginstallaties, welke in eigendommen van de Gemeente worden aangelegd, onderhouden, uitgebreid, hersteld of gewijzigd, voor rekening van de betreffende gemeentelijke administratie of den betreffenden gemeentelijken dienst zullen worden uitgevoerd door of vanwege het Gemeente-energiebedrijf voor zoover betreft de electrische installaties en de gasinstallaties, en door of vanwege de Gemeentewaterleidingen voor zoover betreft de waterleidinginstallaties, met dien verstande evenwel, dat de gemeentelijke administraties en diensten, welke over ter zake kundig personeel beschikken, bedoelde werkzaamheden zelf mogen uitvoeren, voor zoover betreft de waterleidinginstallaties eerst na voorafgaande kennisgeving aan de Gemeentewaterleidingen.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Gemeentebedrijven (20 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger.
EL
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN * Doel van het besluit: Centralisatie en uniformering van het onderhoud aan nutsvoorzieningen (gas, water, licht) binnen gemeentelijke panden in Amsterdam.
* Procedure: Het besluit trekt oudere regelgeving uit 1918, 1923 en 1930 in om plaats te maken voor een gestroomlijnde aanpak onder regie van het Gemeente-energiebedrijf (GEB) en de Gemeentewaterleidingen.
* Uitzonderingsclausule: Diensten met eigen technisch personeel behouden een zekere autonomie voor waterleidingen, mits zij de centrale dienst informeren.
* Vormkenmerken: Het betreft een officieel getypt extract. De paarse naamstempel van J.F. Franken duidt op een administratieve kopie die voor verspreiding binnen de gemeentelijke diensten was bedoeld. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De functietitel "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is hierbij cruciaal. In het begin van 1941 werd de democratisch gekozen gemeenteraad door de bezetter buiten spel gezet en werd het college van Burgemeester en Wethouders vervangen door een regeringscommissaris (Edward Voûte). Hoewel het document gaat over relatief alledaagse technische zaken (onderhoud van leidingen), weerspiegelt de aanhef de politieke herstructurering van het stadsbestuur naar het 'leidersbeginsel' (Führerprinzip), waarbij alle besluitvormingskracht bij één persoon lag in plaats van bij een raad.