Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 176
Dossier 1
Jaar 1941
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

17 oktober 1941.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 17 oktober 1941. No. 336 Bur.G. 1941.
992hm. 1941

Arbeidsgebied van den Burgemeester en van de Wethouders.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 17 October 1941.

De Burgemeester van Amsterdam,
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratief-rechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No. 152; Gemeenteblad afd. 4, volgn. 517) en van de Eerste Beschikking ter uitvoering van deze verordening (Nederlandsche Staatscourant van 19 Augustus 1941, No. 160; Gemeenteblad afd. 4, volgn. 523),

B e s l u i t :

I onder zijn beheer te nemen:
a de afdeeling Algemeene Zaken (waaronder gerekend worden te ressorteeren: de Politie, de Havendienst, het Archief, de Brandweer en de Luchtbeschermingsdienst);
b de afdeeling Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid (waaronder gerekend wordt te ressorteeren: het Gemeentelijk Assurantiefonds);
c de afdeeling Gemeentebedrijven (waaronder gerekend worden te ressorteeren: het Gemeente-energiebedrijf, de Gemeentewaterleidingen, de Gemeentetram en -veren, de Stadsreiniging, de Gemeentelijke Inrichting voor Uniformkleeding en de Stadsdrukkerij);
d de afdeeling Gemeenteblad;
e de afdeeling Handelsinrichtingen (waaronder gerekend worden te ressorteeren: de Dienst der Handelsinrichtingen, het Gemeentelijk Bureau voor Handels- en Industriebelangen) en het Gemeentelijk Materialenbureau;
f de afdeeling Kunstzaken (waaronder gerekend worden te ressorteeren: het Gemeentelijk Theaterbedrijf, de Gemeentemusea en het Bureau voor Propaganda en Vreemdelingenverkeer), voor zooveel betreft het Gemeentelijk Theaterbedrijf en het Bureau voor Propaganda en Vreemdelingenverkeer;
g de afdeeling Militaire Zaken;
h het Bureau voor Organisatie en Efficiency;

II tot het arbeidsgebied van den wethouder J.H. van der Bend te doen behooren:
a de afdeeling Bevolkingsregister;
b de afdeeling Burgerlijke Stand (waaronder gerekend worden te ressorteeren: de Begraafplaatsen);
c de afdeeling Openbare Gezondheid en Ziekenhuiswezen (waaronder gerekend worden te ressorteeren: de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst en de Gemeenteziekenhuizen);
d de afdeeling Sociale Zaken, voor zooveel betreft de daaronder ressorteerende Gemeentelijke Verzorgingshuizen voor Ouden van Dagen en het Weduwenhof, het Burgerweeshuis, de Inrichting voor Stadsbestedelingen, de Stads-bank-van-leening en het Volkscredietwezen;

III tot het arbeidsgebied van den wethouder mr. dr. F.P. Guépin te doen behooren:
a de afdeeling Arbeidszaken (waaronder gerekend worden te ressorteeren: het Pensioenbureau en de Gemeentelijke Personeelsvoorziening);
b de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (waaronder gerekend worden te ressorteeren: de Dienst van het Marktwezen, de Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, de Dienst van de Veemarkt en het Abattoir, de Keuringsdienst van Waren voor het gebied Amsterdam en de Dienst der Gemeentelijke Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen);
c de afdeeling Sociale Zaken (waaronder gerekend wordt te ressorteeren: het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken), met uitzondering van: de Gemeentelijke Verzorgingshuizen voor Ouden van Dagen en het Weduwenhof, het Burgerweeshuis, de Inrichting voor Stadsbestedelingen, de Stads-bank-van-leening en het Volkscredietwezen;
d het Bureau van Statistiek;

IV tot het arbeidsgebied van den wethouder ir. C.J. Neiszen e.i. te doen behooren:
a de afdeeling Publieke Werken (waaronder gerekend wordt te ressorteeren: de Dienst der Publieke Werken);
b de afdeeling Volkshuisvesting (waaronder gerekend worden te ressorteeren: de Gemeentelijke Woningdienst, het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht en de zaken betreffende de Hinderwet);

C.S. Stadhuis,
A'dam, 10-'41.

[Blauw stempel: N° 1/01/1 M.13 25/10] Dit document vormt de administratieve neerslag van de ingrijpende reorganisatie van het Amsterdamse stadsbestuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het besluit is gebaseerd op de "Achtste Verordening" van Rijkscommissaris Seyss-Inquart, die de bevoegdheden van de gemeenteraad in de bezette gebieden ophief en de macht concentreerde bij de burgemeester (het zogeheten 'leidersbeginsel').

In dit overzicht is te zien hoe de burgemeester (destijds Edward Voûte) de meest cruciale en machtige onderdelen direct onder eigen beheer nam, waaronder de Politie, Brandweer en de Luchtbeschermingsdienst, maar ook de vitale Gemeentebedrijven (Energie, Water, Tram). De wethouders, die in dit systeem slechts adviserende 'beambten' van de burgemeester waren geworden, kregen de uitvoering van sociale zaken, volkshuisvesting en de (in oorlogstijd kritieke) voedselvoorziening toebedeeld.

Opvallend is de gedetailleerde uitsplitsing van de afdeling Sociale Zaken over twee wethouders (Van der Bend en Guépin), waarbij instellingen zoals het Burgerweeshuis en de Stadsbank van Leening apart worden benoemd. In oktober 1941 was de nazificatie van het Nederlandse overheidsapparaat in volle gang. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode geen door de raad gekozen voorzitter meer, maar een door de bezetter aangestelde functionaris die direct rapporteerde aan de Duitse autoriteiten.

De genoemde namen van de wethouders (J.H. van der Bend, F.P. Guépin en C.J. Neiszen) zijn historisch relevant; zij bleven aan of werden aangesteld in een periode waarin de democratische controle volledig was weggevallen. De context van de oorlog is ook zichtbaar in de taken: de "Luchtbeschermingsdienst" (vanwege geallieerde bombardementen) en de "Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" (vanwege de toenemende schaarste en distributie) waren in 1941 van vitaal belang voor het dagelijks leven in de stad. De handgeschreven aantekeningen rechtsboven (o.a. "M. Müller") verwijzen waarschijnlijk naar ambtenaren of referenten die het document hebben verwerkt.

Samenvatting

Dit document vormt de administratieve neerslag van de ingrijpende reorganisatie van het Amsterdamse stadsbestuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het besluit is gebaseerd op de "Achtste Verordening" van Rijkscommissaris Seyss-Inquart, die de bevoegdheden van de gemeenteraad in de bezette gebieden ophief en de macht concentreerde bij de burgemeester (het zogeheten 'leidersbeginsel').

In dit overzicht is te zien hoe de burgemeester (destijds Edward Voûte) de meest cruciale en machtige onderdelen direct onder eigen beheer nam, waaronder de Politie, Brandweer en de Luchtbeschermingsdienst, maar ook de vitale Gemeentebedrijven (Energie, Water, Tram). De wethouders, die in dit systeem slechts adviserende 'beambten' van de burgemeester waren geworden, kregen de uitvoering van sociale zaken, volkshuisvesting en de (in oorlogstijd kritieke) voedselvoorziening toebedeeld.

Opvallend is de gedetailleerde uitsplitsing van de afdeling Sociale Zaken over twee wethouders (Van der Bend en Guépin), waarbij instellingen zoals het Burgerweeshuis en de Stadsbank van Leening apart worden benoemd.

Historische Context

In oktober 1941 was de nazificatie van het Nederlandse overheidsapparaat in volle gang. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode geen door de raad gekozen voorzitter meer, maar een door de bezetter aangestelde functionaris die direct rapporteerde aan de Duitse autoriteiten.

De genoemde namen van de wethouders (J.H. van der Bend, F.P. Guépin en C.J. Neiszen) zijn historisch relevant; zij bleven aan of werden aangesteld in een periode waarin de democratische controle volledig was weggevallen. De context van de oorlog is ook zichtbaar in de taken: de "Luchtbeschermingsdienst" (vanwege geallieerde bombardementen) en de "Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" (vanwege de toenemende schaarste en distributie) waren in 1941 van vitaal belang voor het dagelijks leven in de stad. De handgeschreven aantekeningen rechtsboven (o.a. "M. Müller") verwijzen waarschijnlijk naar ambtenaren of referenten die het document hebben verwerkt.

Kooplieden in dit dossier 1