Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 206
Dossier 21
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief (doorslag/kopie).

10 januari 1942. Van: De Directeur (dienst onbekend, mogelijk van een gemeentelijke instelling). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier.

Origineel

Ambtelijke brief (doorslag/kopie). 10 januari 1942. De Directeur (dienst onbekend, mogelijk van een gemeentelijke instelling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven potlood:] verzonden 12/1

[Typed:]
HG.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

1/97/2 M.'41 1 10 Januari 1942.

Opdrachten voor
beeldende kunstenaars.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 30 December jl. om advies ontvangen stuk No.1212 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat voor mijn dienst geen opdrachten aan beeldende kunstenaars, zooals in dit stuk bedoeld, in het jaar 1942 behoeven te worden verstrekt.

De Directeur, Dit document is een kort, formeel schrijven waarin een directeur van een gemeentelijke dienst reageert op een adviesaanvraag van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het onderwerp betreft het verlenen van opdrachten aan beeldende kunstenaars voor het jaar 1942.

De directeur bericht kort en bondig dat zijn specifieke dienst geen behoefte heeft aan het verstrekken van dergelijke artistieke opdrachten. De toon is uiterst zakelijk en volgt de destijds gebruikelijke ambtelijke etiquette ("heb ik de eer U te berichten"). De afkorting "HG." rechtsboven staat waarschijnlijk voor "Hoofdafdeling" of een specifieke administratieve code. Het document dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan goederen groot, wat het belang van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (verantwoordelijk voor distributie en voedselvoorziening) onderstreept.

Tegelijkertijd probeerde de bezetter via de Nederlandsche Kultuurkamer (opgericht in november 1941) de kunstwereld te controleren. Gemeentelijke overheden moesten vaak rapporteren over hun uitgaven aan cultuur. Het feit dat een dienst voor levensmiddelen wordt geraadpleegd over opdrachten voor kunstenaars, suggereert een breed gedragen bureaucratische inventarisatie van kunstopdrachten binnen de gehele gemeentelijke organisatie. De afwijzing in deze brief is gezien de oorlogsomstandigheden en de aard van de dienst (levensmiddelen) logisch: de prioriteiten lagen bij de overleving en voedselvoorziening, niet bij esthetische verfraaiing.

Samenvatting

Dit document is een kort, formeel schrijven waarin een directeur van een gemeentelijke dienst reageert op een adviesaanvraag van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het onderwerp betreft het verlenen van opdrachten aan beeldende kunstenaars voor het jaar 1942.

De directeur bericht kort en bondig dat zijn specifieke dienst geen behoefte heeft aan het verstrekken van dergelijke artistieke opdrachten. De toon is uiterst zakelijk en volgt de destijds gebruikelijke ambtelijke etiquette ("heb ik de eer U te berichten"). De afkorting "HG." rechtsboven staat waarschijnlijk voor "Hoofdafdeling" of een specifieke administratieve code.

Historische Context

Het document dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan goederen groot, wat het belang van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (verantwoordelijk voor distributie en voedselvoorziening) onderstreept.

Tegelijkertijd probeerde de bezetter via de Nederlandsche Kultuurkamer (opgericht in november 1941) de kunstwereld te controleren. Gemeentelijke overheden moesten vaak rapporteren over hun uitgaven aan cultuur. Het feit dat een dienst voor levensmiddelen wordt geraadpleegd over opdrachten voor kunstenaars, suggereert een breed gedragen bureaucratische inventarisatie van kunstopdrachten binnen de gehele gemeentelijke organisatie. De afwijzing in deze brief is gezien de oorlogsomstandigheden en de aard van de dienst (levensmiddelen) logisch: de prioriteiten lagen bij de overleving en voedselvoorziening, niet bij esthetische verfraaiing.

Kooplieden in dit dossier 1