Archiefdocument
Origineel
16 juni 1941 (met handgeschreven aantekening: "Verzonden 17/6"). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] W. Brauns
VD/HG.
2A/1/4 M.
[Handgeschreven:] Verzonden 17/6
16 Juni 1941.
Verlenging tijdelijke
hulpmarkten van de
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Bij besluit van den Regeeringscommissaris voor Amster-
dam d.d. 21 Maart jl. No.270 L.M.1941 werden tot en met 30
Juni a.s. een zestal plaatsen in de stad aangewezen als tijde-
lijke hulpmarkt van de Centrale Markt, uitsluitend voor den
aanvoer van aardappelen.
Daar voor de aardappelen van den nieuwen oogst dezelf-
de regeling zal gelden als thans bestaat voor de winteraard-
appelen en deze aardappelen derhalve door de plaatselijke
afdeeling van de V.B.N.A. op denzelfden grondslag als thans
geschiedt aan den kleinhandel zal worden afgeleverd, is het
gewenscht, dat ook in de komende maanden, met het oog zoowel
op de moeilijkheden van den afvoer der aardappelen als op de
noodzakelijkheid tot opslag buiten de Centrale Markt, met de
mogelijkheid van een gedecentraliseerde afgifte wordt rekening
gehouden.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen
bevorderen, dat bovenvermeld besluit met ingang van 1 Juli
1941 voorloopig voor den tijd van 6 maanden door den Regee-
ringscommissaris voor Amsterdam wordt verlengd.
De Directeur, In deze ambtelijke brief verzoekt de directeur van de Centrale Markt de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen om een eerdere maatregel te verlengen. Het gaat om het gebruik van zes locaties in de stad als tijdelijke 'hulpmarkten' voor aardappelen.
De argumentatie is logistiek van aard: door de nieuwe oogst wordt een grote toestroom verwacht. Om opstoppingen bij de Centrale Markt te voorkomen en een efficiënte, gedecentraliseerde distributie naar de kleinhandel (via de V.B.N.A.) te garanderen, is het noodzakelijk dat deze extra overslagpunten nog minstens zes maanden open blijven. Het document getuigt van de strikte bureaucratische controle op de voedselvoorziening. Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke en strak gereguleerde aangelegenheid.
De brief vermeldt de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Dit was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld nadat de democratisch gekozen gemeenteraad en het college van B&W buitenspel waren gezet. De genoemde V.B.N.A. staat waarschijnlijk voor de Vereniging van Belanghebbenden bij de Nederlandse Aardappelhandel, een organisatie die een centrale rol speelde in de distributieketen onder toezicht van de overheid. De noodzaak voor gedecentraliseerde afgifte duidt op de schaarste aan transportmiddelen en de druk op de infrastructuur in oorlogstijd.