Ambbtelijke brief / memorandum.
Origineel
Ambbtelijke brief / memorandum. 16 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, mogelijk Handelsinrichtingen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. D/HG. extra
2A/2/1 M.
1
16 Januari 1941.
Bijdrage van Gemeente in
opslagkosten aardappelen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de heer P.van Es, bestuurslid van de Amsterdamsche Vereeniging van Groothandelaren in Aardappelen (plaatselijke afdeeling van de V.B.N.A.) zich, onder overlegging van een brief van 18 December jl. van mijn Ambtgenoot der Handelsinrichtingen, waarvan ik U hierbij een afschrift doe toekomen, tot mij heeft gewend met het verzoek, te bevorderen, dat voornoemde afdeeling der V.B.N.A. in de extra kosten, verbonden aan den opslag van aardappelen in de Gemeente Amsterdam, van gemeentewege wordt tegemoetgekomen. De heer Van Es grondt zich daarbij op een, tijdens een bespreking bij Uw Ambtgenoot voor de Handelsinrichtingen in December jl. door U gedane mededeeling, dat U bereid was te overwegen van gemeentewege een bijdrage in de extra kosten te verstrekken, welke zouden moeten worden gemaakt om een pand van de Handelsinrichtingen voor den opslag van aardappelen vrij te maken.
Zooals uit den onderhavigen brief blijkt, hebben deze kosten in totaal ƒ 195,- bedragen. In de bewuste panden zijn opgeslagen ± 1500 hl. aardappelen; deze extra kosten komen dus neer op een bedrag van ƒ 0,13 per hl.
De heer Van Es voornoemd heeft mij verzocht U te willen voorstellen, bovengenoemd bedrag ad ƒ 195,- geheel voor rekening van de Gemeente te doen komen.
De Directeur, In deze brief rapporteert een directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst aan de wethouder voor Levensmiddelen over een verzoek tot kostenvergoeding. De Amsterdamsche Vereeniging van Groothandelaren in Aardappelen (onderdeel van de V.B.N.A.) heeft extra kosten gemaakt voor de opslag van aardappelen.
Deze kosten ontstonden doordat een gebouw van de gemeentelijke Handelsinrichtingen, dat eerder voor aardappelopslag werd gebruikt, vrijgemaakt moest worden. Tijdens een eerdere bespreking in december 1940 was door de wethouder de toezegging gedaan om een gemeentelijke bijdrage in deze meerkosten te overwegen. Het gaat om een totaalbedrag van 195 gulden voor de opslag van ongeveer 1500 hectoliter aardappelen. De directeur adviseert positief over het verzoek om dit bedrag volledig door de gemeente te laten vergoeden. Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke taak van het gemeentebestuur. Aardappelen vormden het belangrijkste volksvoedsel en de overheid hield streng toezicht op de voorraad, opslag en distributie via het distributiestelsel.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een centrale rol in het beheer van schaarse middelen. De V.B.N.A. (Vereniging van Belangenbehartigers in de Nederlandse Aardappelhandel) was de sectororganisatie die in deze jaren nauw moest samenwerken met de overheid om de voedselvoorziening op gang te houden. De brief illustreert de bureaucratische afhandeling van logistieke problemen die ontstonden door het vorderen of herbestemmen van opslagruimte in oorlogstijd. De handgeschreven notitie "extra" wijst mogelijk op een spoedeisende behandeling of een specifieke budgetpost.