Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 242
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Proces-verbaal / Verslag van aanhouding en onderzoek.

5 april 1941.

Origineel

Proces-verbaal / Verslag van aanhouding en onderzoek. 5 april 1941. Gezien (handgeschreven paraaf)
N° 2A / 7/1 M.1941/s

Aanhouding van,
Jacob Vleesdraager, geboren te Amsterdam, 28 Januari 1908, van beroep winkelier in groenten, aardappelen en fruit, wonende te Amsterdam, Uiterwaardenstraat no. 69 hs.
Verdacht van overtreding der Prijzenbeschikking 1940 en van artikel 198 van het Wetboek van Strafrecht.

Op Zaterdag 5 April 1941, vervoegde zich bij mij, Jacob Pieter Nicolaas Boon, contrôleur bij het Marktwezen te Amsterdam, dienstdoende aan de Centrale Markt alhier, tevens onbezoldigd veldwachter der Gemeente Amsterdam, Jan Willem Kappelhoff, beëedigd contrôleur der Landbouw Crisisdienst, in dienst zijnde bij de Centrale Crisis-Opsporingsdienst, wonende te Amsterdam, Eerste Constantyn Huygensstraat no.105 één hoog, die mij mededeelde, dat een winkelier in groenten, aardappelen en fruit, genaamd J.Vleesdraager, wonende te Amsterdam, Uiterwaar-denstraat no.69, eenige dagen geleden een groote partij aardappelen buiten de wettelijk vastgestelde regeling om zou hebben betrokken en verzocht Kappelhoff mij hem te willen assisteeren om één en ander te onderzoeken.

Op genoemden datum, 5 April 1941, des middags ongeveer 12.15 uur betraden ik, relatant en Kappelhoff voornoemd genoemden groentenwinkel. Ik, relatant, was gekleed in uniform van het Marktwezen en maakte mij desniettegenstaande toch aan Vleesdraager bekend als contrôleur van het Marktwezen, terwijl Kappelhoff zich ook als contrôleur der Landbouw Crisisdienst aan Vleesdraager voorstelde.

Wij stelden Vleesdraager, mij bekend te zijn genaamd: Jacob Vleesdraager, geboren te Amsterdam, 28 Januari 1908, van beroep winkelier, wonende te Amsterdam, Uiterwaardenstraat no.69 huis en zaakdrijvende Eemsstraat no.2 alhier, de vraag of hij inderdaad eenige dagen geleden een partij aardappelen clandestien had betrokken, waarop Vleesdraager verklaarde, dat dit niet het geval was en toonde hij ons een partij zwarte veenaardappelen, die wel volgens de wettelijk vastgestelde regelen mogen worden verkocht. Vleesdraager verklaarde geen andere aardappelen als deze veenaardappelen in zijn zaak te hebben. Nu stelden wij hem de vraag of hij een pakhuis in gebruik heeft, waar hij aardappelen heeft opgeslagen, waarop hij zeide geen pakhuis te hebben, doch wel een kelder, gelegen onder genoemd perceel. Hij bracht ons vervolgens in die kelder en zagen wij, dat daar waren opgeslagen een partij kisten, alle gevuld met aardappelen van het merk Red-Star, zijnde een soort, welke niet via de Distributie worden verkocht.

Op een portaal in het perceel stonden nog meerdere van deze kisten aardappelen van hetzelfde merk. In het geheel bleken er te zijn 105 kisten en 1 ½ zak van dit soort aardappelen. Op de kisten was het merk "Goes" geverfd. Desgevraagd verklaarde Vleesdraager het volgende: "Woensdag 2 April, 1941 dus eenige dagen geleden kocht ik van den mij welbekenden fruitgrossier G.Keizer, die aan de Centrale Markt alhier een standplaats heeft 61 hectoliter van deze aardappelen, tegen den prijs van 11 cent per kilogram. Keizer heeft deze aardappelen op dienzelfden dag, dus op 2 April 1941 des avonds ongeveer 9 uur door zijn chauffeur per auto laten thuis brengen. Ik heb de aardappelen hier in de kelder en op het portaal laten zetten. Ik heb van deze aardappelen nog niets verkocht en ze staan hier nog net zoo, als ik ze van Keizer heb ontvangen." Ik, relatant, vermeld, dat de prijs die Vleesdraager volgens zijn verklaring aan Keizer zou hebben betaald, namelijk 11 cent per kilogram verboven de geldende prijs is, welke prijs hoogstens 6 ½ cent per kilogram mag zijn. Behalve dit feit is er een overtreding van het Aardappelbesluit gepleegd, waarvan door den contrôleur Kappelhoff proces-verbaal wordt opgemaakt. Teneinde deze zaak te onderzoeken, deelde ik Vleesdraager mede, dat ik de in de kelder en op het portaal zijnde aardappelen, die Vleesdraager frauduleus heeft betrokken, in beslag nam, tot nader onderzoek der zaak en zegde ik hem aan, dat ik hem verantwoordelijk stelde, dat hij moest zorgen, dat de aardappelen ter beschikking der Justitie of Crisis Instantie bleven liggen in de kelder en op het portaal, zooals ik alles had bevonden.

Ik, relatant, en Kappelhoff voornoemd begaven ons nu naar de Centrale Markt alhier en hoorden aldaar den mij welbekenden: Gerard Pieter Keizer, geboren te Amsterdam, 18 Augustus 1910, grossier in groenten en fruit, wonende te Amsterdam, Admiraal de Ruyterweg no.236 huis, en zaakdrijvende in de loodsen, genummerd 26 en 28nop de Centrale Markt alhier, die als volgt verklaarde: "Ik erken, dat ik op 2 April 1941 voor Vleesdraager heb doen vervoeren naar Vleesdraager in de Eemsstraat 2 alhier. Ik ontken, dat ik die aardappelen aan Vleesdraager heb verkocht, want ik heb die aardappelen slechts als expediteur naar hem doen vervoeren, waarvoor Vleesdraager tien gulden moet betalen. Vleesdraager deelde mij op 2 April 1941 mede, dat hij van iemand een partij aardappelen in den zoogenaamden vrijer handel had gekocht, welke aardappelen achter mijn loods op de Centrale Markt alhier waren opgeslagen. Inderdaad lag daar een partij aardappelen opgeslagen" Dit document is een officieel verslag van een economisch delict tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de illegale handel in "Red-Star" aardappelen.

  • De opsporing: Twee controleurs (Boon en Kappelhoff) bezoeken de winkel van Vleesdraager na een tip. Hoewel Vleesdraager aanvankelijk ontkent en legale "veenaardappelen" laat zien, worden er bij een doorzoeking van de kelder 105 kisten en anderhalve zak illegale aardappelen gevonden.
  • Het conflict: Er is een tegenspraak tussen de verklaringen van de verdachten. Vleesdraager beweert de partij te hebben gekocht van grossier Keizer voor 11 cent per kilo (ver boven de maximumprijs van 6,5 cent). Keizer ontkent de verkoop en beweert slechts de transporteur ("expediteur") te zijn geweest voor een bedrag van tien gulden.
  • Juridische grondslag: De verbalisanten beroepen zich op de Prijzenbeschikking 1940 (gericht tegen prijsopdrijving) en het Aardappelbesluit (gericht op de distributieregeling). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland onderworpen aan een streng distributiesysteem om schaarste te beheersen. De "Landbouw Crisisdienst" en de "Centrale Crisis-Opsporingsdienst" (CCD) waren belast met het opsporen van zwarte handel en prijsopdrijving.

De "Centrale Markt" in Amsterdam (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening. Handel buiten de officiële kanalen om ("clandestien") werd zwaar bestraft. De genoemde "Red-Star" aardappelen mochten op dat moment niet vrij verhandeld worden, maar moesten via de officiële distributiebonnen lopen. Het feit dat de aardappelen 11 cent per kilo kostten terwijl de maximumprijs 6,5 cent was, illustreert de enorme winsten die in de zwarte handel werden gemaakt, maar ook de noodzaak voor burgers en kleine winkeliers om buiten de regels om aan voorraad te komen. Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een officieel verslag van een economisch delict tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de illegale handel in "Red-Star" aardappelen.

  • De opsporing: Twee controleurs (Boon en Kappelhoff) bezoeken de winkel van Vleesdraager na een tip. Hoewel Vleesdraager aanvankelijk ontkent en legale "veenaardappelen" laat zien, worden er bij een doorzoeking van de kelder 105 kisten en anderhalve zak illegale aardappelen gevonden.
  • Het conflict: Er is een tegenspraak tussen de verklaringen van de verdachten. Vleesdraager beweert de partij te hebben gekocht van grossier Keizer voor 11 cent per kilo (ver boven de maximumprijs van 6,5 cent). Keizer ontkent de verkoop en beweert slechts de transporteur ("expediteur") te zijn geweest voor een bedrag van tien gulden.
  • Juridische grondslag: De verbalisanten beroepen zich op de Prijzenbeschikking 1940 (gericht tegen prijsopdrijving) en het Aardappelbesluit (gericht op de distributieregeling).

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland onderworpen aan een streng distributiesysteem om schaarste te beheersen. De "Landbouw Crisisdienst" en de "Centrale Crisis-Opsporingsdienst" (CCD) waren belast met het opsporen van zwarte handel en prijsopdrijving.

De "Centrale Markt" in Amsterdam (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening. Handel buiten de officiële kanalen om ("clandestien") werd zwaar bestraft. De genoemde "Red-Star" aardappelen mochten op dat moment niet vrij verhandeld worden, maar moesten via de officiële distributiebonnen lopen. Het feit dat de aardappelen 11 cent per kilo kostten terwijl de maximumprijs 6,5 cent was, illustreert de enorme winsten die in de zwarte handel werden gemaakt, maar ook de noodzaak voor burgers en kleine winkeliers om buiten de regels om aan voorraad te komen.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Aardappelen): Veen A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 1