Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 241
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of eensluidend afschrift).

26 april 1941. Van: De Regeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken).

Origineel

Getypte brief (doorslag of eensluidend afschrift). 26 april 1941. De Regeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). No 24/6/1 M. 1311 29/4 Moarkhv.

                                                    26 April 1941.
      L.M.
      454 (1941).

PER EXPRESSE

      Op Maandag 28 dezer zal de aardappelrantsoeneering worden

ingevoerd en wel op een zeer lagen voet. Hierbij komt, dat de
vleeschvoorziening, zooals ik U in mijn schrijven van 24 April(1092 LM)
j.l. berichtte, zeer onvoldoende is. De compensatie met 400 g.
brood per persoon en per week is te gering in verband met het
groote gemis aan voldoende aardappelen, vleesch en vet. In dit
verband dring ik er zeer sterk bij U op aan, peulvruchten op
ruimere schaal verkrijgbaar te stellen en dus het rantsoen van
500 g. per drie weken te verhoogen. Dit is niet alleen noodig
wegens den gezondheidstoestand der bevolking, maar ook met het
oog op de rust alhier.
HD
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,

                          (get.) Voûte

                     de Gemeentesecretaris,

                     (get.) J. F. FRANKEN

                          Voor eensluidend afschrift
                          DE SECRETARIS.

                          [Handtekening: J.F. Franken]

den Heer Directeur-Generaal
voor de Voedselvoorziening,
te
's-Gravenhage. Deze brief is een dringende waarschuwing van het Amsterdamse stadsbestuur aan de centrale voedselautoriteiten in Den Haag. De kern van het bericht is de zorg over de verslechterende voedselvoorziening in de stad.

Belangrijkste punten:
* Invoering rantsoenering: Op 28 april 1941 wordt de rantsoenering van aardappelen ingevoerd op een "zeer lagen voet" (zeer beperkt).
* Tekorten: Er is een nijpend tekort aan vlees, vet en aardappelen. De voorgestelde compensatie in de vorm van extra brood (400 gram per week) wordt als volstrekt onvoldoende beschouwd.
* Verzoek: De Regeringscommissaris verzoekt dringend om het rantsoen peulvruchten (momenteel 500 gram per drie weken) te verhogen om de tekorten op te vangen.
* Motivering: De schrijver noemt twee redenen: de volksgezondheid en het handhaven van de openbare orde ("de rust alhier"). Het document dateert van bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste aan essentiële goederen tastbaar te worden voor de burgerbevolking. Het distributiestelsel werd steeds fijnmaziger en strenger.

De ondertekenaar, Edward Voûte, was door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester) van Amsterdam. Hoewel hij collaboreerde met de Duitsers, toont dit document de constante zorg van lokale bestuurders voor mogelijke sociale onrust. Slechts twee maanden voor deze brief, in februari 1941, had de Februari-staking plaatsgevonden. De angst voor nieuwe protesten of rellen als gevolg van honger onder de Amsterdamse bevolking was bij de autoriteiten dan ook zeer groot. De verwijzing naar de "rust alhier" moet in dat licht worden gelezen: een waarschuwing dat voedselgebrek tot politieke en sociale instabiliteit kon leiden. E.J. Vo J.F. Franken

Samenvatting

Deze brief is een dringende waarschuwing van het Amsterdamse stadsbestuur aan de centrale voedselautoriteiten in Den Haag. De kern van het bericht is de zorg over de verslechterende voedselvoorziening in de stad.

Belangrijkste punten:
* Invoering rantsoenering: Op 28 april 1941 wordt de rantsoenering van aardappelen ingevoerd op een "zeer lagen voet" (zeer beperkt).
* Tekorten: Er is een nijpend tekort aan vlees, vet en aardappelen. De voorgestelde compensatie in de vorm van extra brood (400 gram per week) wordt als volstrekt onvoldoende beschouwd.
* Verzoek: De Regeringscommissaris verzoekt dringend om het rantsoen peulvruchten (momenteel 500 gram per drie weken) te verhogen om de tekorten op te vangen.
* Motivering: De schrijver noemt twee redenen: de volksgezondheid en het handhaven van de openbare orde ("de rust alhier").

Historische Context

Het document dateert van bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste aan essentiële goederen tastbaar te worden voor de burgerbevolking. Het distributiestelsel werd steeds fijnmaziger en strenger.

De ondertekenaar, Edward Voûte, was door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester) van Amsterdam. Hoewel hij collaboreerde met de Duitsers, toont dit document de constante zorg van lokale bestuurders voor mogelijke sociale onrust. Slechts twee maanden voor deze brief, in februari 1941, had de Februari-staking plaatsgevonden. De angst voor nieuwe protesten of rellen als gevolg van honger onder de Amsterdamse bevolking was bij de autoriteiten dan ook zeer groot. De verwijzing naar de "rust alhier" moet in dat licht worden gelezen: een waarschuwing dat voedselgebrek tot politieke en sociale instabiliteit kon leiden.

Genoemde Personen 2

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Olie Olie & Techniek: Vet Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Vleesch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 1