Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 243
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Proces-verbaal (vervolgblad/pagina 2).

12 april 1941.

Origineel

Proces-verbaal (vervolgblad/pagina 2). 12 april 1941. -2-

doch wie dat heeft gedaan is mij niet bekend. Die aardappelen lagen in zakken en ik heb ze in kisten van mijn zaak doen storten en zoo naar Vleesdraager doen vervoeren. Mijn chauffeur Icke genaamd heeft die aardappelen naar Vleesdraager vervoerd. Ik heb van Vleesdraager die tien gulden nog niet ontvangen, doch dat wordt steeds later verrekend. D
Door Kappelhoff voornoemd wordt tegen Keizer proces-verbaal opgemaakt terzake het zonder vergunning vervoeren, althans doen vervoeren van aardappelen.
Op Maandag 7 April 1941 deelde de Agent van Politie Hendrik Blonk, tevens onbezoldigd veldwachter der gemeente Amsterdam, dienstdoende aan de 2e Sectie 1e Afdeeling mij mede, dat hij had vernomen, dat Vleesdraager een partij aardappelen clandestien zou hebben ontvangen en Vleesdraager deswege had gehoord, waarop Vleesdraager zou hebben gezegd, dat een contrôleur van het Marktwezen en twee Crisis-ambtenaren op 2 April 1941 bij hem beslag hadden gelegd op een partij Red-Star zandaardappelen, die hij clandestien zou hebben betrokken, doch zou Vleesdraager tegen Blonk hebben gezegd, dat bedoelde ambtenaren die aardappelen op Maandag 7 April 1941 des morgens zouden hebben weggehaald. In verband hiermede hebben wij relatanten Boon en Blonk op 9 April 1941 ten huize van Vleesdraager voornoemd een onderzoek ingesteld en bleek, dat de aardappelen, waarop door mij, relatant Boon, op 2 April 1941 beslag was gelegd, op grond van overtreding der Prijzenbeschikking 1940 daar niet meer waren.
Tóen wij, relatanten, Vleesdraager terzake hoorden verklaarde hij het volgende: "In den vroegen morgen van Maandag 7 April 1941, het zal ongeveer 6.30 uur voormiddags zijn geweest kwamen twee mij onbekende mannen met een auto aan mijn zaak en zeiden, dat zij de aardappelen kwamen weg halen. Ik heb toen de aardappelen, waarop door U beslag is gelegd aan die mannen medegegeven. Ik kende die mannen niet en heb hen ook niet gevraagd wie ze waren."
Daar deze verklaring van Vleesdraager onaannemelijk is hebben wij, relatanten hem op 9 April 1941 aangehouden en overgebracht naar het Bureau van Politie in de Marnixstraat alhier, waar hij om 1 uur namiddag ter beschikking van den heer Commissaris van Politie in de 2e Sectie in bewaring werd gesteld. Bij onderzoek aan de kleeding werd niets terzake dienende op hem bevonden.
Vleesdraager, die op 2 April 1941 aan mij, relatant Boon had verklaarde dat hij bedoelde aardappelen had gekocht tegen ongeveer 11 cent per kilogram, wijzigde op 5 April deze verklaring weder en zeide zich te hebben 2"vergist" en ongeveer 6½ cent per kilogram te hebben betaald.
Daar de verkooper der aardappelen niet kon worden opgespoord, is het niet mogelijk de waarheid dezer verklaring te contrôleeren. Het is echter onaannemelijk, dat Vleesdraager, die beweert de partij aardappelen op 2 April bij ontvangst contant te hebben betaald aan twee hem onbekende mannen zulk een groote partij aardappelen zou hebben medegegeven, zonder eenige waarborg, dat deze mannen daartoe bevoegd waren. Eerder ligt het voor de hand, dat Vleesdraager, die aardappelen, waarop krachtens de Prijzenbeschikking en het Aardappel Besluit 1940 beslag was gelegd aan dat beslag heeft onttrokken, temeer daar ze reeds des morgens om 6.30 uur werden weggehaald. Vleesdraager zal uitvoerig worden gehoord, hetgeen zal worden geralateerd in bijgaand proces-verbaal. Ook is het onaannemelijk, dat Vleesdraager die clandestien betrokken aardappelen zou hebben gekocht tegen 6½ cent per kilogram, daar deze prijs voor op normale wijze betrokken aardappelen betaald wordt en ligt het voor de hand, dat aardappelen, die clandestien worden betrokken ook duurder worden ingekocht. Waarvan door mij op afgelegden ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal en gesloten te Amsterdam op 12 April 1941.

Gezien:
De Commissaris van Politie
in de 2e Sectie, Dit document is het tweede blad van een proces-verbaal betreffende illegale aardappelhandel. De kern van de zaak is dat er bij een zekere Vleesdraager beslag was gelegd op een partij "Red-Star zandaardappelen" wegens overtreding van prijsvoorschriften. Wanneer de politie op 9 april komt controleren, blijken de aardappelen verdwenen.

Vleesdraager claimt dat twee onbekende mannen de partij vroeg in de ochtend hebben opgehaald, zogenaamd in opdracht van de autoriteiten. De politie gelooft dit verhaal niet ("onaannemelijk") en vermoedt dat Vleesdraager de aardappelen zelf heeft verduisterd om ze buiten het beslag om te verkopen. Ook zijn verklaringen over de inkoopprijs (eerst 11 cent, later 6,5 cent) worden gewantrouwd, aangezien 6,5 cent de normale gereguleerde prijs was en clandestien ingekochte goederen destijds meestal veel duurder waren. Het document dateert van april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributie van levensmiddelen. Om de prijzen laag te houden en zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter strikte prijsvoorschriften op (zoals de genoemde Prijzenbeschikking 1940).

De controle hierop werd uitgevoerd door gespecialiseerde ambtenaren van het "Marktwezen" en "Crisis-ambtenaren". De politie in Amsterdam (hier de 2e Sectie, Bureau Marnixstraat) speelde een actieve rol in het opsporen van illegale voorraden en prijsopdrijving. Clandestiene handel ("zwarte handel") was wijdverbreid omdat de officiële rantsoenen vaak ontoereikend waren, maar er stonden zware straffen op. Dit proces-verbaal illustreert de bureaucratische strijd tegen deze schaduweconomie.

Samenvatting

Dit document is het tweede blad van een proces-verbaal betreffende illegale aardappelhandel. De kern van de zaak is dat er bij een zekere Vleesdraager beslag was gelegd op een partij "Red-Star zandaardappelen" wegens overtreding van prijsvoorschriften. Wanneer de politie op 9 april komt controleren, blijken de aardappelen verdwenen.

Vleesdraager claimt dat twee onbekende mannen de partij vroeg in de ochtend hebben opgehaald, zogenaamd in opdracht van de autoriteiten. De politie gelooft dit verhaal niet ("onaannemelijk") en vermoedt dat Vleesdraager de aardappelen zelf heeft verduisterd om ze buiten het beslag om te verkopen. Ook zijn verklaringen over de inkoopprijs (eerst 11 cent, later 6,5 cent) worden gewantrouwd, aangezien 6,5 cent de normale gereguleerde prijs was en clandestien ingekochte goederen destijds meestal veel duurder waren.

Historische Context

Het document dateert van april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributie van levensmiddelen. Om de prijzen laag te houden en zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter strikte prijsvoorschriften op (zoals de genoemde Prijzenbeschikking 1940).

De controle hierop werd uitgevoerd door gespecialiseerde ambtenaren van het "Marktwezen" en "Crisis-ambtenaren". De politie in Amsterdam (hier de 2e Sectie, Bureau Marnixstraat) speelde een actieve rol in het opsporen van illegale voorraden en prijsopdrijving. Clandestiene handel ("zwarte handel") was wijdverbreid omdat de officiële rantsoenen vaak ontoereikend waren, maar er stonden zware straffen op. Dit proces-verbaal illustreert de bureaucratische strijd tegen deze schaduweconomie.

Locaties

Amsterdam (Bureau van Politie Marnixstraat).

Kooplieden in dit dossier 1