Getypt ambtelijk schrijven / rapportage.
Origineel
Getypt ambtelijk schrijven / rapportage. 24 juli 1941. Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar van de distributiedienst of marktwezen). De Wethouder voor de Levensmiddelen, "Alhier" (vermoedelijk Amsterdam, gezien de referentie naar de Centrale Markt). VD/HG.
Verzonden 25/7
2A/9/2 M.
I 24 Juli 1941.
Klacht D. Melissen over
aardappeldistributie.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 18 dezer om spoedig advies ontvangen stuk No. 717 L.M. 1941 heb ik de eer U het volgende te berichten.
De regeling van de afgifte van aardappelen aan den kleinhandel is in haar geheel in handen gelegd van de plaatselijke afdeeling van de V.B.N.A., welke vereeniging in het zoogenaamde bankgebouw van het entreegebouw der Centrale Markt het administratieve gedeelte van de aardappeldistributie verzorgt, terwijl op de Centrale Markt de uitgifte der aardappelen aan de kleinhandelaren plaatsvindt. De kleinhandelaren leveren in het bankgebouw de van het publiek ontvangen bonnen in en krijgen naar gelang van het aantal ingeleverde bonnen, een toewijzing, waarop op de markt de aardappelen worden afgegeven. De V.B.N.A. geeft uitsluitend toewijzingen uit voor heele of halve hl. respectievelijk dus 70 of 35 kg. Voor fracties van deze hoeveelheden wordt geen directe toewijzing verstrekt, omdat hierdoor stagnatie bij de afgifte zou ontstaan. Voor hoeveelheden van minder dan een halve hl. worden daarom zoogenaamde wisselbonnen uitgegeven, die bij een volgende inlevering van distributiebonnen kunnen worden ingeleverd en alsdan bij deze bonnen worden opgeteld enz. Deze wisselbonnen bestaan uit een stukje carton, waarop de hoeveelheid aardappelen, waarvoor zij recht geven, staat gedrukt en wel in de coupures 5, 10 en 15 kg. De V.B.N.A. houdt van de afgifte van deze wisselbonnen geen administratie, omdat de daaraan verbonden administratieve werkzaamheden niet in verhouding staan tot het geringe belang, dat aan de geheele onderhavige aangelegenheid is verbonden.
Adressant heeft, zooals mij bij onderzoek is gebleken, op 26 Juni jl. 180 rantsoenen aan bonnen à 2 kg. per rantsoen ingeleverd en de V.B.N.A. heeft daarop in zijn aardappelboekje geboekt: 360 kg. + 5% toeslag voor inwegen e.d. is 380 kg. dat is dus 5 hl. en 30 kg. Adressant heeft 216 kg. zoogenaamde "malta" aardappelen (in origineele verpakking, geldend als 3 hl.) en 2 hl. muizen op de markt in ontvangst doen nemen (door zijn broer), dat is rond 5 hl. en had dus nog recht op 30 kg. aardappelen, waarvoor hem een wisselbon zou moeten zijn uitgereikt. De V.B.N.A. kan thans niet meer nagaan of inder- Dit document is een ambtelijk verslag naar aanleiding van een klacht van een kleinhandelaar (D. Melissen) over de praktische uitvoering van de aardappeldistributie tijdens de Duitse bezetting.
Kernpunten van het document:
* Uitvoerende instantie: De V.B.N.A. (vermoedelijk de Vereeniging van Bonden van Nederlandsche Aardappelhandelaren) was verantwoordelijk voor de distributie op de Centrale Markt.
* Bureaucratisch proces: Winkeliers moesten verzamelde bonnen van consumenten inleveren in ruil voor een toewijzing. Er werd alleen gewerkt met eenheden van 70 of 35 kg (hele of halve hectoliters).
* Het probleem van de 'resthoeveelheden': Voor hoeveelheden kleiner dan 35 kg werden kartonnen "wisselbonnen" (5, 10, 15 kg) uitgegeven. Opvallend is dat de V.B.N.A. hiervan geen administratie bijhield om werk te besparen, wat fraude of fouten in de hand werkte.
* De specifieke klacht: Melissen had recht op 380 kg aardappelen. Hij ontving 216 kg "Malta's" (vroege aardappelen) en 2 hl (140 kg) "Muizen" (een rasnaam). Er bleef 30 kg over waarvoor hij een wisselbon had moeten krijgen, maar daarover is onduidelijkheid ontstaan. Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste nam in deze periode toe en het distributiestelsel werd steeds complexer en strenger.
Aardappelen waren het belangrijkste volksvoedsel. De bureaucratie rondom de toewijzing was enorm: elke stap van boer naar consument werd gecontroleerd met bonnen. De "Centrale Markt" in de brief verwijst vrijwel zeker naar de Markthallen in Amsterdam-West (Jan van Galenstraat), die het hart vormden van de voedselvoorziening van de stad.
Interessant is de vermelding van de V.B.N.A., een private organisatie die in opdracht van de overheid (de Crisis-Aardappel-Centrale) de distributie uitvoerde. Het document toont de spanning tussen de noodzaak voor nauwkeurige distributie en de wens om de "administratieve werkzaamheden" te beperken, wat in dit geval leidde tot een klacht van een ondernemer die zich tekortgedaan voelde. De brief breekt halverwege een zin af, wat suggereert dat er een vervolgpagina is.