Ambtelijke correspondentie / Briefkopie.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Briefkopie. 13 september 1941. Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke instantie of marktwezen, gezien de context van de Centrale Markt). VD/HG.
2A/11/2 M.
13 September 1941.
VERTROUWELIJK.
het College van
Rijksbemiddelaars,
Bezuidenhout 87,
's-Gravenhage.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 1 dezer No.20 - 86/39 / Q heb ik de eer U het volgende te berichten.
Omtrent de onderhavige arbeidsovereenkomst heeft Uw college reeds meermalen bemoeienissen gehad. Ik moge wat dit betreft verwijzen naar mijn brief van 14 Februari 1940 No.2A/4/2 M. aan Uwen Heer Mr.S.de Vries Czn. Zooals U derhalve bekend zal zijn, staan de werkgevers reeds jarenlang op het standpunt, welk standpunt ik volkomen onderschrijf, dat de bestaande C.A.O. moet worden gewijzigd in dier voege, dat daaruit het tariefstelsel moet vervallen en dat de werknemers (aardappellossers) in vasten loondienst van de aardappelgrossiers moeten treden. De groote moeilijkheid is echter steeds geweest, dat er voor alle aardappellossers (een honderdtal) in normale tijden geen voldoende emplooi op de Centrale Markt aanwezig is, zoodat een groot gedeelte (ongeveer de helft) in een reserve zou moeten worden geplaatst; het bleek echter niet mogelijk om voor deze reserve een behoorlijk garantieloon te garandeeren. In weerwil van alle pogingen is men hieromtrent tot nu toe niet tot overeenstemming kunnen komen, zoodat het oude tariefstelsel nog steeds is gehandhaafd.
De situatie ten aanzien van den aanvoer en lossing der aardappelen is echter, sedert den oorlogstoestand is ingetreden, belangrijk veranderd. De aardappelen worden thans gedistribueerd, waardoor, bij de huidige bontoewijzing van 3 kg. per hoofd per week, belangrijk meer aardappelen benoodigd zijn dan in normalen tijd. Bedroeg het gemiddeld loon van een aardappellosser in het afgeloopen jaar nog f 36,- per week, zoo is dat loon in de eerste helft van dit jaar reeds gestegen tot gemiddeld f 50,- per week en bedraagt het thans zeker gemiddeld f 60,- per week per persoon. Zoolang het rantsoen aardappelen op 3 kg. per hoofd per week wordt gehandhaafd, zal de aardappellosser dit bedrag stellig blijven verdienen. Het is echter de vraag of dit het geval zal zijn en indien het rantsoen tot 1 1/2 kg. zou worden teruggebracht, zooals in het voorjaar het geval is geweest, zouden * Kernproblematiek: De brief beschrijft een langdurig conflict over de arbeidsvoorwaarden van aardappellossers. De werkgevers (grossiers) willen af van het onzekere stukloon (tariefstelsel) en de arbeiders in vaste dienst nemen. De kern van de blokkade is de 'reserve' van werknemers die in slappe tijden geen werk hebben, maar voor wie geen garantieloon kon worden afgesproken.
* Economische impact van de bezetting: Het document toont een paradoxale situatie aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Door de invoering van de distributie (bonkaarten) en een vastgesteld rantsoen van 3 kg aardappelen per persoon, steeg het volume van de aanvoer op de markt aanzienlijk. Dit leidde tot een forse loonstijging voor de lossers: van gemiddeld 36 gulden in 1940 naar 60 gulden per week in september 1941.
* Onzekerheid: De schrijver waarschuwt dat deze gunstige loonsituatie direct gekoppeld is aan de hoogte van het rantsoen. Bij een halvering van het rantsoen (zoals eerder dat jaar gebeurde) zouden de inkomsten weer drastisch dalen. * Historische periode: September 1941; de Nederlandse bevolking leeft ruim een jaar onder Duitse bezetting. De schaarste begint voelbaar te worden, wat de distributie van basisbehoeften zoals aardappelen noodzakelijk maakt.
* Het College van Rijksbemiddelaars: Dit was een overheidsinstelling die toezicht hield op collectieve arbeidsovereenkomsten en bemiddelde bij arbeidsgeschillen. Tijdens de bezetting bleef dit college (onder toezicht van de bezetter) functioneren om de sociale vrede en productie te waarborgen.
* Sociale geschiedenis: De tekst geeft inzicht in de overgang van 'losse arbeid' (stukloon) naar meer gereguleerde arbeidsverhoudingen in de Amsterdamse (of Haagse) havens en markten, een proces dat door de oorlogsomstandigheden tijdelijk werd beïnvloed door kunstmatige marktdynamiek (rantsoenering).