Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 295
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief (doorslag of kopie), pagina 1.

13 september 1941. Van: De Directeur van het Marktwezen (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam, gezien de context van aardappellossers).

Origineel

Brief (doorslag of kopie), pagina 1. 13 september 1941. De Directeur van het Marktwezen (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam, gezien de context van aardappellossers). Bladzijde 1 van brief No.2A/11/2 M. d.d. 13 September 1941 aan het College van Rijksbemiddelaars van den Directeur van het Marktwezen.

de inkomsten van de arbeiders automatisch tot de helft terug- loopen. Vaststaat, zulks in tegenstelling dus met vroeger, dat de arbeiders bij den huidigen aanvoer van aardappelen een vollen dag van 8 uur intensief moeten werken om alle aardappelen gelost te krijgen; er wordt meer arbeid gepresteerd, dan men van een normalen arbeider mag verwachten; de werkgevers zijn dan ook van oordeel, dat indien de arbeiders thans een vast weekloon zouden verdienen, er stellig niet zooveel arbeid zou worden gepresteerd.

Naar mijn meening is thans de tijd gunstig om te bre- ken met het verouderde tariefstelsel voor de aardappellossers en te komen tot een stelsel van een vast weekloon. Hierbij zou kun- nen worden overwogen, ter stimuleering van den arbeid, om een geringe premie op de geloste hoeveelheid aardappelen te blijven toekennen.

Ik zou het ten zeerste toejuichen wanneer in deze richting door Uw College stappen zouden worden ondernomen, waar- bij ik echter aan Uw beter oordeel overlaat of een en ander zal moeten geschieden door tusschentijdsche wijziging van de loopende C.A.O.

Ik merk nog op, dat de organisatie der aardappellossers thans is aangesloten bij den Bond van Arbeiders in de Voedings- en Genotmiddelenindustrie, welke weer is aangesloten bij het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigen. Naar mij bekend, streeft de Bond naar een collectief contract met de organisatie van groentengrossiers teneinde te komen tot een vast loon van ƒ 30,- per week voor volwassen personeel in dienst der groenten- grossiers.

Tenslotte moge ik nog mededeelen, dat blijkens dezer- zijds verkregen inlichtingen de in de tweede alinea van Uw schrij- ven genoemde diepte moet luiden 2.50 m. in plaats van 1.80 m. en dat het daarna genoemde bedrag van 2 ½ cent moet luiden 1 ½ cent.

De Directeur, * Kernproblematiek: De brief kaart een scheve verhouding aan tussen arbeid en beloning voor aardappellossers. Door een veranderde aanvoer moeten arbeiders harder werken dan normaal, terwijl hun inkomsten onder het oude tariefstelsel (stukloon) juist zijn gehalveerd.
* Voorgestelde oplossing: De Directeur van het Marktwezen adviseert de overstap naar een vast weekloon van ƒ 30,-. Om de productiviteit te waarborgen (waar werkgevers aan twijfelen bij een vast loon), stelt hij een aanvullende kleine prestatiepremie per geloste hoeveelheid voor.
* Juridisch kader: Er wordt verwezen naar de noodzaak om de lopende Collectieve Arbeidsovereenkomst (C.A.O.) tussentijds te wijzigen.
* Organisatiegraad: De arbeiders zijn georganiseerd binnen de 'Bond van Arbeiders in de Voedings- en Genotmiddelenindustrie', onderdeel van het NVV. Dit duidt op een geprofessionaliseerde belangenbehartiging, zelfs onder de beperkingen van de bezettingstijd. Dit document stamt uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was cruciaal en stond onder streng toezicht. De Rijksbemiddelaars speelden in deze periode een centrale rol in het beheersen van de loonvorming om inflatie tegen te gaan en sociale onrust te voorkomen.

Opmerkelijk is de vermelding van het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen (NVV). Hoewel het NVV in 1941 al onder toezicht stond van de Duitse bezetter (de 'gelijkshakeling'), bleven de structuren deels functioneren voor technische loononderhandelingen. De discussie over de overgang van stukloon naar een vast weekloon reflecteert een bredere sociaaleconomische verschuiving in die tijd: de zoektocht naar meer inkomenszekerheid voor zware handarbeid in een ontregelde oorlogseconomie.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De brief kaart een scheve verhouding aan tussen arbeid en beloning voor aardappellossers. Door een veranderde aanvoer moeten arbeiders harder werken dan normaal, terwijl hun inkomsten onder het oude tariefstelsel (stukloon) juist zijn gehalveerd.
  • Voorgestelde oplossing: De Directeur van het Marktwezen adviseert de overstap naar een vast weekloon van ƒ 30,-. Om de productiviteit te waarborgen (waar werkgevers aan twijfelen bij een vast loon), stelt hij een aanvullende kleine prestatiepremie per geloste hoeveelheid voor.
  • Juridisch kader: Er wordt verwezen naar de noodzaak om de lopende Collectieve Arbeidsovereenkomst (C.A.O.) tussentijds te wijzigen.
  • Organisatiegraad: De arbeiders zijn georganiseerd binnen de 'Bond van Arbeiders in de Voedings- en Genotmiddelenindustrie', onderdeel van het NVV. Dit duidt op een geprofessionaliseerde belangenbehartiging, zelfs onder de beperkingen van de bezettingstijd.

Historische Context

Dit document stamt uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was cruciaal en stond onder streng toezicht. De Rijksbemiddelaars speelden in deze periode een centrale rol in het beheersen van de loonvorming om inflatie tegen te gaan en sociale onrust te voorkomen.

Opmerkelijk is de vermelding van het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen (NVV). Hoewel het NVV in 1941 al onder toezicht stond van de Duitse bezetter (de 'gelijkshakeling'), bleven de structuren deels functioneren voor technische loononderhandelingen. De discussie over de overgang van stukloon naar een vast weekloon reflecteert een bredere sociaaleconomische verschuiving in die tijd: de zoektocht naar meer inkomenszekerheid voor zware handarbeid in een ontregelde oorlogseconomie.

Kooplieden in dit dossier 1