Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 304
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief (pagina 2)

20 oktober 1941 Van: De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam) Aan: De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen

Origineel

Brief (pagina 2) 20 oktober 1941 De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam) De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen [Getypt:]
Bladzijde 2 van brief No. 2A/16/1 M. d.d. 20 October 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

Voor de goede orde deel ik U ten slotte nog mede, dat mij na informatie bij de Nederlandsche Akkerbouw Centrale is gebleken, dat de Rijksinstanties niet over machtsmiddelen beschikken om de benoodigde panden te vorderen.

De Directeur,

[Handgeschreven:]
N.B. Op bovenomschreven aangelegenheid heeft betrekking den brief van de Ver. Inkoopcentrale v. Akkerbouwprod. d.d. 14/10 1941 no. 40675/C/ 977 LM. 1941

[Paraaf/Handtekening met datum:] 20/10/41 [onleesbaar] Dit document is de tweede pagina van een officiële brief van de Amsterdamse Directeur van het Marktwezen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de mededeling is een juridische/bestuurlijke beperking: de Directeur stelt vast dat noch hij, noch de relevante Rijksinstanties (na ruggenspraak met de Nederlandsche Akkerbouw Centrale) de wettelijke bevoegdheid of "machtsmiddelen" hebben om panden te vorderen die blijkbaar nodig zijn voor de bedrijfsvoering of opslag.

De handgeschreven aantekening (N.B.) koppelt dit dossier aan een specifieke brief van de "Vereniging Inkoopcentrale voor Akkerbouwproducten" van enkele dagen eerder, wat suggereert dat de behoefte aan panden vanuit die organisatie kwam. Het document dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke en strak gereguleerde aangelegenheid. De Nederlandsche Akkerbouw Centrale (NAC) was een van de crisisinstellingen die onder toezicht van de bezetter de productie en distributie van landbouwproducten moest controleren.

De Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam (in die tijd Jan Smit) hield zich intensief bezig met de distributie en opslag van schaarse goederen. Dat de Rijksinstanties aangaven niet over "machtsmiddelen" te beschikken om panden te vorderen, is opmerkelijk; vaak namen de bezettingsautoriteiten of de door hen gecontroleerde organen dergelijke bevoegdheden juist wel naar zich toe. Het wijst op een ambtelijke discussie over de grenzen van de vorderingsbevoegdheid in het tweede jaar van de bezetting, waarbij de gemeente Amsterdam mogelijk probeerde via legale weg meer opslagruimte te verkrijgen voor de voedselvoorziening van de stad.

Samenvatting

Dit document is de tweede pagina van een officiële brief van de Amsterdamse Directeur van het Marktwezen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de mededeling is een juridische/bestuurlijke beperking: de Directeur stelt vast dat noch hij, noch de relevante Rijksinstanties (na ruggenspraak met de Nederlandsche Akkerbouw Centrale) de wettelijke bevoegdheid of "machtsmiddelen" hebben om panden te vorderen die blijkbaar nodig zijn voor de bedrijfsvoering of opslag.

De handgeschreven aantekening (N.B.) koppelt dit dossier aan een specifieke brief van de "Vereniging Inkoopcentrale voor Akkerbouwproducten" van enkele dagen eerder, wat suggereert dat de behoefte aan panden vanuit die organisatie kwam.

Historische Context

Het document dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke en strak gereguleerde aangelegenheid. De Nederlandsche Akkerbouw Centrale (NAC) was een van de crisisinstellingen die onder toezicht van de bezetter de productie en distributie van landbouwproducten moest controleren.

De Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam (in die tijd Jan Smit) hield zich intensief bezig met de distributie en opslag van schaarse goederen. Dat de Rijksinstanties aangaven niet over "machtsmiddelen" te beschikken om panden te vorderen, is opmerkelijk; vaak namen de bezettingsautoriteiten of de door hen gecontroleerde organen dergelijke bevoegdheden juist wel naar zich toe. Het wijst op een ambtelijke discussie over de grenzen van de vorderingsbevoegdheid in het tweede jaar van de bezetting, waarbij de gemeente Amsterdam mogelijk probeerde via legale weg meer opslagruimte te verkrijgen voor de voedselvoorziening van de stad.

Kooplieden in dit dossier 1