Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 308
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekening.

20 oktober 1941. Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekening. 20 oktober 1941. Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam). [Handgeschreven in blauw/paars potlood, schuin bovenaan:]
extra

VD/HG.

21/16/1 N.
20 October 1941.

Opslag aardappelen.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de Vereniging tot Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel de medewerking der Gemeente heeft ingeroepen ter verkrijging van panden voor den opslag van winteraardappelen. Benoodigd is een opslagruimte voor 200.000 hl. aardappelen (dat is bij de huidige bonaanwijzing van 3½ kg. per hoofd en per week voldoende voor een reserve van 4 à 5 weken). De V.B.N.A. beschikt thans reeds over opslagruimten voor ± 50.000 hl. in panden in het Oosten en het Noorden van de Stad en voor ± 10.000 hl. op de Centrale Markt, zodat nog ruimte moet worden gezocht voor 140.000 hl. aardappelen; hiervoor is een oppervlakte van 10.000 à 12.000 m2 noodig. Wel is nog ruimte beschikbaar in het Nieuw Entrepôt, doch dit perceel is voor de distributie der aardappelen onder de kleinhandelaren - in verband met transportmoeilijkheden in den winter - ongunstig gelegen.

De V.B.N.A. heeft onder meer besprekingen gevoerd met de Deli-Maatschappij, welke maatschappij aan de Houtmankade over groote panden beschikt, welke voor een deel ten vorigen jare ook reeds voor den opslag van aardappelen waren gebruikt. In deze panden kan een zeer belangrijke hoeveelheid aardappelen worden opgeslagen, terwijl zij in het Westen der stad gelegen zijn. Men maakt echter bezwaar om deze panden thans weer voor dit doel beschikbaar te stellen, omdat men vreest, dat de tabak, welke in normale tijden in deze panden pleegt te worden opgeslagen, hiervan te zijner tijd nadelige gevolgen zal ondervinden. Gezien de ervaringen in het koelhuis Centrale Markt met den opslag van sterk riekende en dikwijls vochtige artikelen opgedaan, meen ik, dat de gevolgen van den opslag van aardappelen voor de pakhuizen wel kunnen worden ondervangen.

Ik acht het gewenscht, in verband met de voedselvoorziening van den aanstaanden winter, dat van de zijde van het Gemeentebestuur de medewerking van de Deli-Maatschappij wordt ingeroepen om de bewuste panden ten behoeve van de voedselvoorziening van Amsterdam tegen vergoeding door de Vebena, beschikbaar te stellen. * Kernboodschap: De brief is een dringend advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen om druk uit te oefenen op de Deli-Maatschappij. De stad heeft dringend extra opslagruimte nodig voor de wintervoorraad aardappelen (140.000 hectoliter tekort).
* Logistiek: De schrijver berekent de noodzaak op basis van het rantsoen (3,5 kg per persoon per week), waarbij een reserve voor 4 tot 5 weken gewenst is. Er wordt specifiek gekeken naar de panden van de Deli-Maatschappij aan de Houtmankade (Amsterdam-West).
* Conflict: De Deli-Maatschappij weigert medewerking omdat ze vreest dat de aardappelen (die vocht en geur verspreiden) de kwaliteit van hun reguliere opslagproduct, tabak, zullen aantasten. De schrijver wuift dit bezwaar weg op basis van ervaringen bij de Centrale Markt.
* Organisaties: Er wordt verwezen naar de V.B.N.A. (Vereniging tot Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel) en de Vebena (Vereniging van Bemiddelaars in Aardappelen), die de financiële afwikkeling zou verzorgen. Dit document stamt uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke taak voor het gemeentebestuur. Hoewel er nog geen sprake was van de extreme honger van de latere oorlogsjaren, was het distributiesysteem met bonkaarten al volop in werking.

Aardappelen vormden het belangrijkste volksvoedsel. Het veiligstellen van een wintervoorraad was essentieel om de stad tijdens de koude maanden, wanneer transport over water (ijsgang) of weg bemoeilijkt kon worden, te kunnen voeden. De Deli-Maatschappij was een grote koloniale onderneming; het feit dat zij hun pakhuizen liever reserveerden voor tabak (een luxe/handelsartikel) dan voor aardappelen (een eerste levensbehoefte) toont de spanning aan tussen commerciële belangen en de noodtoestand van de stad in oorlogstijd. De term "Alhier" duidt op Amsterdam, wat bevestigd wordt door de genoemde locaties zoals de Houtmankade en het Nieuw Entrepôt. Er wordt verwezen naar de V.B.N.A. (Vereniging tot Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel) en de Vebena (Vereniging van Bemiddelaars in Aardappelen) die de financiële afwikkeling zou verzorgen.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De brief is een dringend advies aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen om druk uit te oefenen op de Deli-Maatschappij. De stad heeft dringend extra opslagruimte nodig voor de wintervoorraad aardappelen (140.000 hectoliter tekort).
  • Logistiek: De schrijver berekent de noodzaak op basis van het rantsoen (3,5 kg per persoon per week), waarbij een reserve voor 4 tot 5 weken gewenst is. Er wordt specifiek gekeken naar de panden van de Deli-Maatschappij aan de Houtmankade (Amsterdam-West).
  • Conflict: De Deli-Maatschappij weigert medewerking omdat ze vreest dat de aardappelen (die vocht en geur verspreiden) de kwaliteit van hun reguliere opslagproduct, tabak, zullen aantasten. De schrijver wuift dit bezwaar weg op basis van ervaringen bij de Centrale Markt.
  • Organisaties: Er wordt verwezen naar de V.B.N.A. (Vereniging tot Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel) en de Vebena (Vereniging van Bemiddelaars in Aardappelen), die de financiële afwikkeling zou verzorgen.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke taak voor het gemeentebestuur. Hoewel er nog geen sprake was van de extreme honger van de latere oorlogsjaren, was het distributiesysteem met bonkaarten al volop in werking.

Aardappelen vormden het belangrijkste volksvoedsel. Het veiligstellen van een wintervoorraad was essentieel om de stad tijdens de koude maanden, wanneer transport over water (ijsgang) of weg bemoeilijkt kon worden, te kunnen voeden. De Deli-Maatschappij was een grote koloniale onderneming; het feit dat zij hun pakhuizen liever reserveerden voor tabak (een luxe/handelsartikel) dan voor aardappelen (een eerste levensbehoefte) toont de spanning aan tussen commerciële belangen en de noodtoestand van de stad in oorlogstijd. De term "Alhier" duidt op Amsterdam, wat bevestigd wordt door de genoemde locaties zoals de Houtmankade en het Nieuw Entrepôt.

Organisaties

Er wordt verwezen naar de **V.B.N.A.** (Vereniging tot Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel) en de **Vebena** (Vereniging van Bemiddelaars in Aardappelen) die de financiële afwikkeling zou verzorgen.

Kooplieden in dit dossier 1